De constructiefase begint doorgaans met de voorbereiding van de bouwplaats, wat neerkomt op het bouwrijp maken van het terrein. Dan volgt de grondexploratie en, indien nodig, diepte-excavatie om de bouwput te realiseren. Na deze voorbereidingen wordt de fundering aangebracht; dit kan variëren van paalfunderingen die de belasting dieper in de grond overbrengen, tot funderingsbalken en -platen direct op de vaste ondergrond. Deze cruciale stap legt de basis voor het gehele bouwwerk.
Vervolgens wordt de verticale draagconstructie systematisch opgebouwd. Denk aan het plaatsen van prefab betonnen kolommen of het storten van in-situ betonwanden, vaak gecombineerd met metselwerk van dragende muren. Gelijktijdig of aansluitend volgt de realisatie van de horizontale draagconstructie. Dit behelst het leggen van vloerplaten, zowel prefab zoals kanaalplaten als ter plaatse gestorte betonvloeren, en het monteren van balken en liggers die de vloeren ondersteunen en krachten overdragen naar de verticale elementen.
De constructie van liftschachten en trappenhuizen, veelal ook dragend, integreert men vaak in dit proces. Deze cyclische aanpak herhaalt zich verdieping na verdieping tot de volledige ruwbouw, de onwrikbare ruggengraat, zijn beoogde hoogte en vorm heeft bereikt.
De term ‘constructiefase’ omvat specifiek het tot stand brengen van de dragende elementen van een bouwwerk: de onmisbare ruggengraat die stabiliteit en veiligheid garandeert. Maar in de bouwsector vliegen ook andere benamingen rond, vaak met een licht afwijkende of bredere lading.
Een veelvoorkomend alternatief is de ruwbouwfase, of simpelweg ruwbouw. Dit begrip ligt zeer dicht bij de constructiefase, men gebruikt het zelfs vaak door elkaar. Toch is er een subtiel doch belangrijk verschil. Waar de constructiefase zich strikt richt op funderingen, kolommen, balken en vloeren – alles wat het gebouw overeind houdt – reikt de ruwbouwfase doorgaans verder. Denk aan het wind- en waterdicht maken van het bouwwerk: gevelsluiting, kozijnen, dakconstructie en dakbedekking. Soms omvat de ruwbouw zelfs het plaatsen van binnenwanden, zolang deze nog in een onafgewerkte staat zijn.
Dan is er nog de term casco bouw of cascofase. Dit kan, afhankelijk van het project en de afspraken, nog breder worden geïnterpreteerd. Een gebouw dat 'casco' wordt opgeleverd, is vaak wind- en waterdicht, heeft de hoofdconstructie staan en soms zelfs al een deel van de installatievoorbereidingen, maar is nog volledig leeg en onafgewerkt van binnen. Het is de naakte huls, klaar voor de invulling door de afbouwspecialisten. De constructiefase is dus een onderdeel van de ruwbouwfase, die op haar beurt weer de basis vormt voor een eventuele casco oplevering.
Deze nuances zijn cruciaal. Ze bepalen niet alleen de werkzaamheden binnen een bepaalde fase, maar ook de contractuele afspraken, de planning en de verantwoordelijkheden tussen bouwpartners. Het nauwkeurig duiden van de fase voorkomt misverstanden en vertragingen in een project, want als de constructie staat, begint het pas echt.
De constructiefase, waar bouwplannen tot tastbare realiteit worden. Hier ziet men met eigen ogen hoe een gebouw letterlijk gestalte krijgt, fundamenteel. Wat betekent dit concreet op een bouwplaats?
Deze momenten zijn de visuele bewijzen van de constructiefase. De structuren die hier ontstaan, zijn het hart van elk gebouw, onzichtbaar maar onmisbaar wanneer de afbouw is voltooid.
De constructiefase, het fundament van elk gebouw, staat of valt met een rigoureuze naleving van wet- en regelgeving. Dit is geen vrijblijvend advies, maar een wettelijke verplichting, cruciaal voor de veiligheid en duurzaamheid van het uiteindelijke bouwwerk. Hierbij spelen verschillende kaders een hoofdrol, elk met hun eigen focus.
Allereerst is daar het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de opvolger van het Bouwbesluit 2012, en verankerd in de overkoepelende Omgevingswet. Dit besluit stelt de functionele eisen aan bouwconstructies. Denk aan de essentiële voorwaarden voor 'constructieve veiligheid': voldoende sterkte, stijfheid en stabiliteit, zodat het gebouw bestand is tegen alle voorzienbare belastingen, zoals wind, sneeuw en het eigen gewicht, zonder te bezwijken. Het Bbl schrijft niet voor *hoe* er gebouwd moet worden, maar *wat* het resultaat moet zijn. Denk bijvoorbeeld aan eisen voor brandwerendheid van constructiedelen, die direct invloed hebben op materiaalkeuze en dimensionering.
Om deze functionele eisen technisch te concretiseren en in praktijk te brengen, maken constructeurs gebruik van de NEN-EN 1990 t/m NEN-EN 1999 reeks, beter bekend als de Eurocodes. Dit zijn gestandaardiseerde Europese normen, aangevuld met nationale bijlagen (NEN-EN 199X-1-C2), die gedetailleerde rekenmethodieken, materiaaleigenschappen en belastingsaannames voorschrijven voor het ontwerpen van constructies in staal, beton, hout, aluminium en voor funderingen. Een constructief ontwerp moet aantoonbaar aan deze normen voldoen om als veilig te worden beoordeeld bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de technische bouwactiviteit.
Tot slot is de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) onlosmakelijk verbonden met de uitvoerende kant van de constructiefase. Deze wet focust op de veiligheid en gezondheid van de werknemers op de bouwplaats. Het plaatsen van zware constructiedelen, het werken op hoogte, het omgaan met machines – al deze activiteiten brengen risico's met zich mee. De Arbowet eist dat werkgevers deze risico’s inventariseren (RI&E) en passende maatregelen nemen om ongevallen en beroepsziekten te voorkomen. Denk hierbij aan veilige steigers, persoonlijke beschermingsmiddelen en veilige werkmethoden. De constructiefase is immers niet alleen een technisch, maar ook een menselijk project, waar veiligheid altijd voorop staat.
De handeling van het realiseren van de dragende structuur van een bouwwerk is zo oud als de mensheid zelf. Vanaf de eerste hutten en grotten die werden verstevigd, tot de majestueuze piramides en kathedralen, heeft men altijd de noodzaak gevoeld om een stabiele en duurzame basis te creëren. Echter, de formele afbakening als een specifieke ‘constructiefase’ binnen een projectmatig bouwproces is een relatief recente ontwikkeling, inherent aan de toenemende complexiteit en industrialisatie van de bouw.
Eeuwenlang was het bouwproces een geïntegreerd geheel, vaak onder leiding van een meesterbouwer die zowel ontwerper als uitvoerder was. Empirische kennis, overgedragen van generatie op generatie, bepaalde de constructieve methoden. Materialen zoals hout, natuursteen en later baksteen waren de bouwstenen, waarbij de stabiliteit vooral afhing van massa en slimme verbindingen.
De industriële revolutie bracht een keerpunt. De introductie van nieuwe materialen zoals gietijzer, staal en later gewapend beton, eiste een veel nauwkeurigere benadering van ontwerp en berekening. Bouwwerken werden hoger, overspanningen groter, en de krachten die moesten worden opgenomen, complexer. Hierdoor ontstond de behoefte aan gespecialiseerde kennis; de rol van de constructeur en de constructief ingenieur werd essentieel. Het 'bouwen' van de draagstructuur werd een op zichzelf staande discipline, losser van het architectonische ontwerp en de afbouw.
In de 20e eeuw, met de opkomst van grootschalige projecten en de behoefte aan efficiëntere bouwprocessen, werd projectmanagement steeds belangrijker. Het opdelen van het bouwproject in beheersbare fasen – zoals initiatieffase, ontwerpfase, uitvoeringsfase (waarbinnen de constructiefase valt) en opleveringsfase – werd de standaard. Dit maakte planning, budgettering, kwaliteitsborging en risicomanagement overzichtelijker. De 'constructiefase' evolueerde zo van een intuïtief proces naar een gestructureerd, technisch geavanceerd en zwaar gereguleerd onderdeel van elk modern bouwproject. De voortdurende ontwikkeling van bouwtechnieken, prefab elementen en digitalisering, zoals BIM, heeft deze fase verder geoptimaliseerd, maar de kern – het creëren van de onwrikbare ruggengraat – blijft onveranderd.
Nl.wikipedia | Emis.vito | Bouwkunde-online | Letsbuild | Bia-beton | Ripstaal | Solid-talent | Bcwestbrabant | Betonvereniging | Strabag-teamconcept