De meting vangt aan met het laten acclimatiseren van de sensoren aan de heersende omgevingscondities in de betreffende ruimte. Stabilisatie is essentieel. Eerst worden de luchttemperatuur en de relatieve luchtvochtigheid geregistreerd, waarna de elektronica van de condensatiemeter automatisch de dauwpunttemperatuur berekent. Dit proces vormt de referentie voor de verdere inspectie van de constructie.
De focus verschuift vervolgens naar de bouwdelen zelf. De sensor, doorgaans een infrarood- of externe voeler, meet de oppervlaktetemperatuur van muren, kozijnen of koudebruggen. Het instrument confronteert deze waarde direct met het berekende dauwpunt. Bij een te gering verschil tussen de oppervlaktetemperatuur en de dauwpunttemperatuur geeft het systeem een indicatie van het condensatierisico. Vaak gebeurt dit via een visuele schaalverdeling of kleuraanduiding op het display. Scannen door de ruimte brengt thermische zwakheden snel aan het licht. Metingen herhalen op verschillende momenten geeft een compleet beeld. Zo wordt de interactie tussen binnenklimaat en materiaalgebruik objectief vastgelegd. Geen giswerk.
Niet elk apparaat dat de vochtigheid meet, mag zich een volwaardige condensatiemeter noemen. Simpele hygrometers schieten tekort. De meest gangbare variant in de professionele bouwsector is de gecombineerde infrarood-thermometer met geïntegreerde dauwpuntberekening. Dit apparaat paart een uiterst gevoelige luchtsensor aan een lasergevoerde temperatuurmeting van het oppervlak. Direct resultaat. Vaak wordt dit instrument aangeduid als dauwpuntscanner, zeker wanneer het is uitgerust met een visueel alarmsysteem of een stoplichtindicatie die kritieke zones op koudebruggen onmiddellijk aanwijst zonder dat de gebruiker handmatig complexe tabellen hoeft te raadplegen.
Voor diepgravend onderzoek naar hardnekkige vochtproblematiek volstaat een momentopname vaak niet en komen meerkanaals dataloggers in beeld. Deze systemen monitoren het binnenklimaat gedurende langere periodes, waarbij ze fluctuaties in zowel temperatuur als relatieve vochtigheid vastleggen om condensatiepatronen over dagen of zelfs weken te analyseren. Er zijn ook high-end warmtebeeldcamera's met een specifieke condensatie-modus. Deze visualiseren het dauwpunt direct over het thermische beeld. De inspecteur ziet in één oogopslag waar de dampdruk tot fysieke neerslag leidt. Het onderscheid met een reguliere materiaalvochtmeter is cruciaal; waar een vochtmeter meet wat er al aan water ín de constructie aanwezig is, voorspelt de condensatiemeter wat er op het oppervlak gáát gebeuren door de heersende atmosferische omstandigheden.
Een schilder inspecteert een stalen spant in een onverwarmde loods voordat hij de corrosiewerende coating aanbrengt. De condensatiemeter signaleert direct gevaar. Hoewel de hal droog aanvoelt, is het staal te koud vergeleken met de luchtvochtigheid. Smeren is zinloos. De verf zal simpelweg niet hechten op de microscopisch dunne film van water die zich op het koude metaal vormt. Wachten op betere condities is de enige optie.
Denk ook aan de klassieke schimmelplek achter een zware kledingkast tegen een ongeïsoleerde gevelmuur. De bewoner vermoedt een lekke dakgoot of optrekkend vocht. De expert haalt de meter tevoorschijn. De kamertemperatuur is behaaglijk, maar de muur achter de kast is ijskoud door gebrek aan circulatie. De meter toont aan dat de oppervlaktetemperatuur fors onder het berekende dauwpunt duikt. Fysica in actie. De diagnose is kristalhelder: een koudebrug in combinatie met stilstaande lucht, geen lekkage.
In de utiliteitsbouw kom je de meter tegen bij de controle van luchtbehandelingskasten. Technici scannen de buitenzijde van kanalen. Ze zoeken naar plekken waar de isolatie tekortschiet. Zodra de visuele indicatie op het display verspringt van groen naar rood, weet de monteur dat daar in de toekomst druppelvorming ontstaat. Dit voorkomt waterschade aan de onderliggende systeemplafonds. Snel en effectief.
Tijdens de winterse oplevering van een woning scant een bouwkundige de aansluitingen van de kozijnen. Hij zoekt naar montagefouten in de luchtdichting. De condensatiemeter fungeert hier als de ultieme scheidsrechter tussen aannemer en koper. Een te lage temperatuur op de glaslat wijst direct op een gebrekkige isolatiewaarde of een valse luchtstroom. Meten is in dit geval echt weten.
Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) stelt strikte eisen aan de waterdichtheid en vochtwering van de gebouwschil. Gezondheid staat centraal. Geen schimmelgroei en geen vochtdoorslag. De condensatiemeter vertaalt de vage term 'voldoende bescherming' naar harde data over het dauwpunt. Het instrument is onmisbaar bij het toetsen of een constructie voldoet aan de minimale isolatiewaarden en luchtdichtheidseisen die condensvorming moeten voorkomen.
Bij het uitvoeren van conditiemetingen conform NEN 2767 wordt vochtschade gekwalificeerd op basis van ernst en omvang. De meter helpt de inspecteur om een scherp onderscheid te maken tussen incidentele condensatie door bewonersgedrag en structurele bouwfysische gebreken aan de schil. In de wereld van de oppervlaktebehandeling en industriële coatings gelden specifieke uitvoeringsrichtlijnen. Hier is de dauwpuntmeting een standaard onderdeel van de kwaliteitsborging; vaak geldt de harde eis dat de ondergrondtemperatuur ten minste 3 graden Celsius boven het berekende dauwpunt moet liggen. Zonder deze objectieve vaststelling is een garantie op de hechting juridisch vrijwel onmogelijk stand te houden. Meten is weten, maar in dit geval is meten ook voldoen aan de zorgplicht van de aannemer.
De integratie van infraroodtechnologie rond de millenniumwisseling markeerde de grootste technische sprong. Opeens was fysiek contact met de constructie overbodig. Waar de vakman vroeger handmatig oppervlakte- en luchttemperatuur moest vergelijken, nam de microprocessor dit werk over. De meter werd een scanner. Deze evolutie liep parallel aan de strengere isolatie-eisen in de woningbouw. In de tijd van enkel glas en natuurlijke ventilatie via kieren was condensatie een zichtbaar en geaccepteerd gegeven, maar in de huidige luchtdichte gebouwschil is de marge voor fouten minimaal geworden. De moderne condensatiemeter is daarmee geëvolueerd van een specialistisch laboratoriuminstrument naar een onmisbaar stuk gereedschap voor elke schilder, glaszetter en isolatiedeskundige.