Compartimenteren

Laatst bijgewerkt: 19-01-2026


Definitie

Het opdelen van een bouwwerk in afzonderlijke secties middels brand- of geluidwerende scheidingen om de verspreiding van vuur, rook of geluid te beheersen.

Omschrijving

Compartimenteren is de kunst van het beheersen van onbeheersbare situaties. Door een gebouw op te splitsen in 'veilige cellen', voorkom je dat een lokale calamiteit direct het hele pand in de as legt. Het is de ruggengraat van passieve brandveiligheid. We kijken hierbij naar wanden, vloeren en plafonds die een fysieke barrière vormen tegen invloeden van buitenaf. Deze scheidingen moeten voldoen aan specifieke tijdsduren, vaak uitgedrukt in minuten brandwerendheid. Het doel is simpel: tijd winnen. Tijd voor ontruiming en tijd voor de brandweer om in te grijpen. Naast brand speelt compartimentering een cruciale rol bij akoestisch comfort, waarbij geluidsoverdracht tussen woningen of kantoren effectief wordt geblokkeerd.

Methodiek en realisatie

Integriteit van de scheidingsconstructie

De realisatie van compartimentering rust op het creëren van een ononderbroken barrière in de bouwkundige structuur. Wanden en vloeren vormen hierbij de primaire begrenzing. Cruciaal is dat deze scheidingen volledig aansluiten op de omliggende constructiedelen; een wand wordt doorgaans van de ruwe vloer tot aan de onderzijde van de bovenliggende verdiepingsvloer of het dakbeschot doorgetrokken. Dit voorkomt zogenaamde bypasses via holle ruimtes boven verlaagde plafonds of onder computervloeren. De aansluitingen tussen verschillende materialen worden gedicht met specifiek geteste materialen, zoals brandwerende kitten of minerale wol met een hoge densiteit.

Installatietechniek vormt vaak een uitdaging. Elke doorvoering doorbreekt de integriteit. Leidingen van kunststof of metaal, kabelbundels en luchtkanalen die een compartimentsgrens doorkruisen, worden daarom systematisch behandeld. Men past hierbij technieken toe die de weerstand herstellen. Bij kunststof leidingen zijn dit vaak opschuimende manchetten die bij hitte de buis dichtknijpen. Luchtkanalen worden voorzien van brandkleppen die bij een temperatuurstijging of rookdetectie mechanisch sluiten. De continuïteit blijft zo bewaard. Zelfs bij intensief gebruik.

Functionele openingen en beweegbare delen

In de praktijk moeten compartimenten toegankelijk blijven voor personen en goederen. Deuren en luiken in deze zones zijn uitgevoerd als gecertificeerde onderdelen met een geteste brand- of geluidwerendheid. Deze elementen zijn vrijwel altijd voorzien van drangers of automatische sluitmechanismen die gekoppeld zijn aan de brandmeldinstallatie. Bij een calamiteit vallen deze openingen dicht. De sponningen bevatten vaak strips die bij verhitting uitzetten om de naad tussen deur en kozijn luchtdicht af te sluiten. Geluidscompartimentering vereist daarnaast vaak een ontkoppeling van de constructie, waarbij men trillingen dempt via rubberen opleggingen of verende ophangsystemen om flankerende overdracht te minimaliseren.


Verschijningsvormen en functionele indelingen

Niet elke scheiding dient hetzelfde doel. Binnen de bouwtechniek maken we een scherp onderscheid tussen brandcompartimenten en subbrandcompartimenten, waarbij de laatste vaak fungeert als een extra veilige schil binnen een groter geheel. Waar een standaard brandcompartiment bedoeld is om de uitbreiding van brand naar aangrenzende percelen of gebouwdelen te beperken, richt het subbrandcompartiment zich specifiek op de veiligheid van vluchtende personen. Denk aan hotelkamers of ziekenhuisbedden. Hier geldt een hogere eis voor de rookdichtheid. Het is een doos in een doos.

Rookcompartimentering volgens de nieuwste normen

Sinds de introductie van de NEN 6075 praten we niet meer alleen over brand, maar specifiek over rookdoorgang. Rook doodt immers sneller dan vuur. We onderscheiden hierbij koude rook (Sa) en warme rook (S200). Een wand die uitstekend scoort op brandwerendheid kan falen op rookdichtheid als de aansluitingen niet specifiek op deze koude gassen zijn getest. Dit nuanceverschil bepaalt vaak de materiaalkeuze bij deurrubbers en doorvoeringen. Het is technisch precisiewerk op de vierkante millimeter.

Geluidscompartimentering en trillingsisolatie

Hoewel minder dwingend vanuit veiligheidsoogpunt, is geluidscompartimentering essentieel voor het gebruikscomfort. Hier draait het om massa en ontkoppeling. Men verwart dit vaak met thermische isolatie, maar de dynamiek is fundamenteel anders. Waar een brandwand star en massief moet zijn, vereist een geluidscompartiment vaak zwevende constructies om flankerende geluidsoverdracht te elimineren. Trillingen zoeken de weg van de minste weerstand. Starre verbindingen fungeren als klankbord. In multifunctionele gebouwen, zoals bioscopen onder appartementen, worden deze disciplines gecombineerd in complexe hybride scheidingen.

Type CompartimentHoofddoelKritieke Factor
BrandcompartimentBeperken branduitbreiding (WBDBO)Integriteit en isolatie (minuten)
SubbrandcompartimentVeilig vluchten en overlevenRookdichtheid (S-normen)
GeluidscompartimentPrivacy en akoestisch comfortMassa en ontkoppeling (dB)

De term WBDBO (Weerstand tegen Branddoorslag en Brandoverslag) wordt vaak synoniem gebruikt voor compartimentering, maar dat is technisch onjuist. WBDBO is de prestatie-eis, terwijl compartimentering de methodiek is om die eis te halen. Het verschil tussen doorslag (door de constructie heen) en overslag (buitenom via ramen of het dak) is cruciaal bij het ontwerp van de gevels. Een compartiment is pas echt dicht als ook de sprong- en overslagwegen zijn gedicht.


Praktijksituaties en toepassingen

Een woongebouw met dertig appartementen. In de meterkast van de begane grond ontstaat een elektrische brand. Giftige rook vult razendsnel de hal. Hier bewijst compartimentering zijn waarde. De brandwerende deuren naar de appartementen en het trappenhuis vallen automatisch dicht. De bewoners op de vierde verdieping kunnen veilig via het rookvrije trappenhuis naar buiten. Geen rookverspreiding naar de vluchtwegen. Dat is het verschil tussen een beheersbaar incident en een ramp.

De uitdaging in de renovatiesector

Denk aan een transformatie van een oud kantoorpand naar studentenwoningen. De bestaande systeemwanden lijken degelijk, maar stoppen vaak bij het verlaagde plafond. Een klassieke fout. Rook trekt moeiteloos over de wand heen via de holle ruimte boven de tegels. De oplossing? De wand doortrekken tot het beton van de bovenliggende vloer. Pas dan is de cel dicht. Of het aanbrengen van brandwerende schotten boven de wandlijn. Het is technisch precisiewerk achter de schermen.

Industriële schaalgrootte

In een distributiecentrum van 10.000 vierkante meter is een brand niet zomaar te blussen. Men plaatst hier zware brandschermen die bij een melding traag maar onverbiddelijk naar beneden rollen. Ze verdelen de immense hal in kleinere moten van maximaal 2.500 vierkante meter. De brandweer weet precies: deze sectie geven we op, maar de rest van het pand beschermen we. Strategische opoffering door bouwkundige scheiding.

Een sparing van slechts een paar centimeter rondom een cv-leiding kan binnen tien minuten een hele verdieping onbruikbaar maken door rookschade.

De bioscoopzaal onder een appartementencomplex vraagt om een andere aanpak. Hier gaat het niet om vuur, maar om de diepe bassen van de subwoofer. De volledige zaal wordt 'zwevend' gebouwd. Een doos-in-doos constructie waarbij de vloer, wanden en het plafond geen enkel direct contact maken met de rest van het gebouw. Rubberen trillingsdempers fungeren als de barrière. De bewoner boven de zaal hoort niets. Compartimenteren is hier het creëren van een akoestisch vacuüm.

  • Ziekenhuizen: Beddengebieden zijn opgedeeld in kleine subbrandcompartimenten zodat patiënten bij brand niet direct geëvacueerd hoeven te worden naar buiten, maar horizontaal naar een veilig aangrenzend vak kunnen worden verplaatst.
  • Parkeergarages: Brandventilatoren en rookschermen werken samen om rook in één zone te houden, zodat de brandweer zicht houdt op de vuurhaard.
  • Datacenters: Gasblusinstallaties werken alleen effectief als de ruimte luchtdicht gecompartimenteerd is; een kleine lekkage bij een kabeldoorvoer maakt de blussing onklaar.

Wettelijke kaders en het BBL

De juridische grondslag voor compartimentering ligt stevig verankerd in het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL). Dit besluit vormt de opvolger van het Bouwbesluit 2012. Veiligheid is hier geen keuze, maar een dwingende eis. De wetgever hanteert strikte grenswaarden voor de maximale omvang van brandcompartimenten om ongecontroleerde branduitbreiding te voorkomen. Voor standaard utiliteitsfuncties ligt de grens vaak op 1.000 m², terwijl woonfuncties meestal kleinere eenheden vereisen. Grotere oppervlaktes zijn enkel toegestaan onder strikte condities. Denk aan gelijkwaardigheidsoplossingen zoals actieve blussystemen of specifieke berekeningen volgens de Methode Beheersbaarheid van Brand. Het gaat om het beperken van het risico voor de omgeving en het waarborgen van de veiligheid van vluchtende personen. Harde grenzen. Duidelijke lijnen.


Normering en technische prestaties

NEN-normen als technisch fundament

Waar de wet de doelen stelt, bepalen NEN-normen de meetlat. NEN 6068 is hierbij de spil voor het bepalen van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO). Deze norm beschrijft exact hoe de berekening van de vuurbelasting en de stralingsflux tussen gebouwdelen moet plaatsvinden. Het is rekenwerk aan de rand van de fysica. Daarnaast is NEN 6069 essentieel voor de classificatie van bouwdelen; hier komen de bekende criteria zoals vlamdichtheid (E), thermische isolatie (I) en straling (W) vandaan. Een wand is niet zomaar brandwerend. Hij voldoet aan een specifieke EI- of EW-classificatie. Getest en gecertificeerd.

Rookdoorgang volgens NEN 6075

Sinds de recente aanscherpingen in de regelgeving is de scheiding tussen brand en rook juridisch scherper getrokken. NEN 6075 is nu leidend voor het bepalen van de weerstand tegen rookdoorgang (RWD). We praten niet langer in minuten brandwerendheid als we het over rook hebben. De classificaties Sa (rook bij omgevingstemperatuur) en S200 (warme rook) zijn de nieuwe standaard. Deze eisen zijn direct gekoppeld aan de beschermde subbrandcompartimenten en vluchtwegen. Rook doodt immers sneller dan vuur. Een constructie die zestig minuten brand tegenhoudt, kan zonder de juiste afdichtingen binnen enkele minuten falen op rookdichtheid. De regelgeving dwingt hier tot een integrale aanpak van de schil.


Van brandmuur tot integrale systeemoplossing

Brandmuren zijn geen moderne uitvinding. Al in de Romeinse tijd, direct na de verwoestende stadsbrand onder Nero, werd de verplichting ingevoerd om gebouwen van elkaar te scheiden met massieve muren van onbrandbaar materiaal. De middeleeuwse Nederlandse steden volgden dit voorbeeld na talloze catastrofale stadsbranden waarbij volledige wijken in de as werden gelegd; houten gevels verdwenen en de bakstenen 'brandmuur' werd de standaard. Dit was compartimentering in zijn meest rudimentaire vorm. Puur gericht op het voorkomen van brandoverslag tussen percelen. Geen preventie, maar schadebeperking.

De industriële revolutie dwong tot een technische schaalvergroting. Fabrieken werden te groot voor enkelvoudige blusmethoden. Ingenieurs ontwikkelden aan het eind van de 19e eeuw de eerste systemen met gewapend beton, wat de weg vrijmaakte voor effectieve horizontale scheidingen; de verdiepingsvloer werd een barrière. In de 20e eeuw verschoof de focus van de wetgever. Van het 'behoud van het pand' naar de 'veiligheid van de mens'. Een cruciaal verschil. De invoering van uniforme bouwvoorschriften halverwege de vorige eeuw markeerde het begin van de moderne compartimenteringsleer waarbij het niet meer alleen om de dikte van de muur ging, maar om de integrale weerstand van het gehele systeem inclusief deuren en doorvoeringen. Sinds de jaren '90 is deze methodiek verankerd in het Bouwbesluit, en inmiddels het BBL, waarbij de focus radicaal is uitgebreid van louter brandwering naar complexe rook- en geluidsbeheersing. Het compartiment is geëvolueerd van een passieve muur naar een dynamisch beveiligingsconcept.


Vergelijkbare termen

Brandcompartiment | Geluidscompartiment

Gebruikte bronnen: