De realisatie vangt aan bij de mechanische voorbewerking van de minerale ondergrond. Schuren, stofvrij maken, primeren. Zonder een correct hechtingsprofiel faalt het systeem. Na de voorbereiding wordt de vloeibare basislaag, meestal een gepigmenteerde hars, gelijkmatig over het oppervlak uitgezet met een roller of wisser. De timing luistert nauw. In de nog natte fase vindt de instrooiing van de chips plaats, waarbij de vlokken met een specifieke werptechniek handmatig of mechanisch over het oppervlak worden verspreid tot de beoogde verzadiging is bereikt en de basislaag geheel of gedeeltelijk uit het zicht verdwijnt.
Na de chemische uitharding volgt de verwijdering van overtollig materiaal. Losse snippers verdwijnen via krachtige stofzuigers of borstelmachines. Vaak ondergaat het geheel daarna een mechanische schraapfase; dit vlakt de scherpe, rechtopstaande randen van de chips af voor een egaler en aangenamer loopcomfort. Het proces eindigt met de verzegeling. Meerdere lagen transparante topcoating sluiten de open structuur van de vlokkenlaag volledig af, waardoor de vloer vloeistofdicht wordt en zijn uiteindelijke glansgraad en stroefheid verkrijgt.
De ruggengraat van de chipsvloer wordt gevormd door de bindmiddelkeuze. Epoxyhars is de industriële standaard. Hard. Slagvast. Het weerstaat zware mechanische belastingen in werkplaatsen of garages zonder krimp. Toch kent epoxy een zwakte: uv-gevoeligheid. Onder invloed van zonlicht kan een epoxybasis verkleuren. Voor esthetische toepassingen in woningen of showrooms geniet polyurethaan (PU) daarom vaak de voorkeur. PU is elastisch. Het overbrugt haarscheurtjes in de ondergrond en voelt zachter aan onder de voeten. In tegenstelling tot de starre epoxyvariant is een alifatische PU-chipsvloer kleurvast, waardoor de gekozen vlokkenmix ook na jarenlang daglicht haar oorspronkelijke contrast behoudt.
| Type afwerking | Kenmerken | Toepassing |
|---|---|---|
| Subtiele instrooiing | Enkele vlokken per m², basiskleur blijft dominant. | Logistieke centra, accentuering van looppaden. |
| Medium density | Vlokken vormen een patroon maar laten de hars nog doorschijnen. | Kantoren, gangen, technische ruimtes. |
| Full-spread (verzadigd) | De ondergrond is 100% bedekt met een dichte vlokkenlaag. | Showrooms, winkels, sanitaire ruimtes. |
Een full-spread afwerking verandert de dynamiek van de vloer. De dikte neemt toe. De mechanische weerstand groeit mee met de laagopbouw. Waar een licht ingestrooide vloer vooral de esthetiek van een egale coating breekt, maskeert een volledig verzadigde chipsvloer kleine oneffenheden in de betonvloer effectiever. Het resultaat is een robuuster systeem dat minder gevoelig is voor krasvorming in de toplaag.
Vlokkenvloer. Snippervloer. Deco-coating. De namen wisselen, de techniek blijft in de kern gelijk, al zijn er specialistische zijstromen. Neem de ESD-veilige chipsvloer. Hierbij worden antistatische chips gecombineerd met een geleidende primer om elektrostatische ontladingen naar de aarde af te voeren. Cruciaal in cleanrooms of serverruimtes.
Voor natte omgevingen wordt gevarieerd met de 'finish'. Een grove chip in combinatie met een dunne aflak creëert een natuurlijke antislipwaarde. Wie een gladdere vloer wenst voor hygiënische doeleinden, kiest voor een dikkere verzegeling die de structuur van de chips nagenoeg volledig inkapselt. Het verschil met een traditionele gietvloer? De chips voegen een visuele diepte toe die vuil en stof camoufleert. Een effen vloer toont alles. De chipsvloer vergeeft veel.
In een drukke autogarage is de chipsvloer een bekende verschijning. Een grijze basislaag, verzadigd met zwarte en witte vlokken. Waarom? Bandensporen vallen weg. Olieresten maskeren zichzelf in het patroon. Het oogt verzorgd, zelfs tussen de werkzaamheden door. Geen klinische uitstraling, maar functionele camouflage.
Denk aan de sanitaire ruimtes van een groot kantoorpand. Hier zie je vaak een full-spread afwerking waarbij de chips tot in de plinten zijn doorgetrokken. Naadloos. Hygiënisch. Omdat er geen voegen zijn, krijgt vuil geen kans om aan te koeken. De gemêleerde textuur zorgt ervoor dat een verdwaalde pluis of een spatje water niet direct de aandacht trekt. Een rustig beeld voor de bezoeker.
In een moderne berging of bijkeuken van een woonhuis werkt een subtiele instrooiing uitstekend. Enkele vlokken per vierkante meter breken het grote vlak van een effen coating. Het oogt minder steriel. Een zandkorrel die van buiten meekomt? Die verdwijnt optisch tussen de chips. Gemak dient de mens. Praktisch in onderhoud, sterk in visuele diepte.
De showroom van een exclusieve meubelzaak. Hier ligt een polyurethaanvloer met een speciaal samengestelde vlokkenmix in bronstinten. Het reflecteert het strijklicht van de spots op een diffuse manier. Het resultaat is een vloer die niet spiegelt, maar juist een zachte, matte basis vormt voor de uitgestalde collectie. Esthetiek ontmoet belastbaarheid.
Wetgeving dicteert de grens. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) is hierin de spil. Voor chipsvloeren in utiliteitsgebouwen of langs vluchtwegen gelden strikte brandveiligheidseisen. Meestal wordt hier brandklasse Bfl-s1 volgens de NEN-EN 13501-1 geëist. De rookontwikkeling moet minimaal blijven. Rook is immers vaak dodelijker dan vuur.
Dan de stroefheid. Het BBL stelt simpelweg dat vloeren niet gevaarlijk glad mogen zijn. Hoe dat er in de praktijk uitziet? Dat hangt volledig af van de gebruiksfunctie van de ruimte. In een commerciële keuken gelden andere regels dan in een kantoorgang. De stroefheid wordt vaak getoetst aan de hand van de R-waarde (DIN 51130). Door de variatie in de transparante afwerklaag kan een chipsvloer exact op de vereiste stroefheidswaarde worden afgesteld.
De technische ruggengraat van de vloer valt onder de NEN-EN 13813. Deze Europese norm specificeert de prestatie-eisen voor kunstharsvloeren. Denk aan parameters zoals hechtsterkte, slijtvastheid en druksterkte. Zonder CE-markering op de verpakking mag het product eigenlijk de bouwplaats niet op. Het is de garantie dat het materiaal doet wat het belooft.
Emissies zijn een ander kritiek punt. Het Besluit producten met vluchtige organische stoffen (VOS) beperkt de uitstoot van schadelijke dampen. Cruciaal voor een gezond binnenklimaat. Vooral bij binnentoepassingen in woningen of scholen is een lage VOS-waarde dwingend voorgeschreven. Voor de applicateur zelf is de Arbowet leidend. Werken met epoxyharsen brengt risico's op sensibilisering met zich mee. Handschoenen. Beschermende kleding. Goede ventilatie. Veiligheid op de werkvloer is geen keuze, maar een wettelijke plicht.
Industriële noodzaak vormde de kraamkamer. In de jaren zestig zochten applicateurs naar wegen om de starre, egale uitstraling van vroege epoxycoatings te doorbreken; die eerste vloeren waren functioneel, maar elke kras of luchtbel in de gietlaag bleef onverbiddelijk zichtbaar. De introductie van kleurvlokken — aanvankelijk vaak restproducten uit de verfindustrie — bood de oplossing. Camouflage door textuur. Een simpele ingreep die de levensduur optisch verlengde.
De echte technische doorbraak volgde met de ontwikkeling van gestandaardiseerde polyvinylacetaat (PVA) chips. Deze snippers boden een consistente dikte en kleurvastheid die nodig was voor grootschalige projecten. In de jaren tachtig verschoof de focus van puur industrieel gebruik in werkplaatsen naar de commerciële sector. Showrooms en ziekenhuizen adopteerden het systeem. Waarom? Vanwege de naadloze hygiëne gecombineerd met een minder steriele look dan de traditionele coating. Het camouflerende effect bleek ideaal voor publieke ruimtes met een hoge passantenstroom.
Recente ontwikkelingen concentreren zich op de chemie van de drager en de verzegeling. Waar vroege systemen zwaar leunden op oplosmiddelhoudende harsen met een hoge geurdrempel, domineert nu de overstap naar watergedragen topcoatings en uv-bestendige alifatische bindmiddelen. Eerst alleen epoxy. Hard, maar bros. Later volgde polyurethaan, waardoor de toepassing in de woningbouw explodeerde. Het proces evolueerde van een grove strooitechniek naar een verfijnd systeem van laagdiktebeheersing en mechanisch schrapen. De functionele vloer werd definitief een esthetisch product.