Die aannemer, die wist precies waarom hij voor cellenbetonblokken koos voor de binnenwanden van dat appartementencomplex. Niet alleen omdat ze licht zijn, makkelijk te tillen – scheelt weer een rugblessure op de bouwplaats – maar vooral die snelheid van verwerking. Snijd ze met een handzaag op maat, lijm ze met dunbedmortel, en voor je het weet staat er een verdieping vol scheidingswanden. Geen gedoe met zwaar materieel, ook fijn.
Of neem kantoorpanden, daar waar de flexibiliteit van indeling cruciaal is. Een architect die dan zonder aarzelen kiest voor cellenbetonpanelen. Groot, snel gemonteerd, en die intrinsieke isolatiewaarde? Die krijg je er gratis bij, waardoor het binnenklimaat aanzienlijk verbetert en minder energie verloren gaat aan koelen of verwarmen; een direct voordeel.
Zelfs in de particuliere sector, bij een uitbouw bijvoorbeeld, ziet men de meerwaarde. Een doe-het-zelver die zelf zijn badkamerwandje optrekt, moeiteloos sleuven freest voor leidingen, zonder zwaar gereedschap. En ja, die brandveiligheid, die onderschat men weleens. Maar in een parkeergarage waar compartimentering nodig is, daar wil je op cellenbeton kunnen bouwen, letterlijk. Het vormt een ondoordringbare barrière tegen vlammen en rook, een geruststellende gedachte.
In Nederland valt de toepassing van cellenbetonsteen, net als elk ander bouwmateriaal, onder de strikte kaders van het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL). Dit omvangrijke besluit, de opvolger van het Bouwbesluit 2012, vormt de ruggengraat van de bouwregelgeving en stelt essentiële eisen aan bouwwerken met betrekking tot veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energieprestatie en milieu. Cellenbetonsteen, met zijn specifieke eigenschappen, draagt bij aan de vervulling van diverse van deze eisen.
Neem bijvoorbeeld de brandwerendheid; een cruciaal aspect. Het BBL stelt hier duidelijke grenzen aan voor scheidingsconstructies, en de inherente vuurbestendigheid van cellenbeton, te danken aan de minerale samenstelling en poreuze structuur, maakt het tot een geschikte kandidaat om aan die eisen te voldoen. Ook de thermische en akoestische isolatiewaarden zijn niet vrijblijvend. Het BBL formuleert minimumeisen voor de energieprestatie van gebouwen en de geluidsisolatie tussen ruimten, waarbij de isolerende kwaliteiten van cellenbetonsteen van pas komen. De mechanische sterkte van cellenbeton, essentieel voor dragende constructies, moet uiteraard ook aantoonbaar voldoen aan de constructieve veiligheidseisen zoals vastgelegd in het BBL, vaak uitgewerkt in Eurocodes en onderliggende NEN-normen. Deze normen bieden de methodieken en grenswaarden voor het bepalen van draagvermogen en stabiliteit, cruciaal voor elk bouwproject.
De geschiedenis van cellenbeton, het materiaal dat wij nu kennen als cellenbetonsteen, wortelt diep in de behoefte aan innovatieve, energiezuinige bouwoplossingen van begin twintigste eeuw. Met name in Scandinavische landen, waar koude winters en de schaarste aan kwalitatief hout tot creativiteit dwongen, ontstond de zoektocht naar alternatieven die zowel licht als isolerend waren.
Het was de Zweedse architect en onderzoeker Johan Axel Eriksson die in de jaren 20 van de vorige eeuw een doorbraak realiseerde. Hij combineerde een cement-kalk-zandmengsel met aluminiumpoeder, en ontdekte dat dit onder invloed van stoom en druk – het zogeheten autoclaafproces – een lichtgewicht, poreus en tegelijkertijd sterk bouwmateriaal opleverde. Een revolutionaire vondst, want plots lag een materiaal voorhanden dat de voordelen van steen (duurzaamheid, brandwerendheid) combineerde met die van hout (lichtgewicht, isolerend, bewerkbaar).
De industriële productie startte kort daarna, en vooral na de Tweede Wereldoorlog kende cellenbeton een sterke opmars, met name in Europa. De naoorlogse wederopbouw vereiste snelle, efficiënte en betaalbare bouwmethoden. Cellenbetonblokken en later ook -panelen boden hier een uitstekende oplossing. Merknamen zoals Ytong en Hebel, die tot op de dag van vandaag synoniem zijn aan cellenbeton, werden in deze periode prominent. De continue optimalisatie van het productieproces, waarbij de verhoudingen van grondstoffen en de uitharding onder stoomdruk steeds verder werden verfijnd, leidde tot een breed scala aan producten met diverse volumieke massa's en sterkteklassen. Zo evolueerde het van een enkelvoudig isolatieblok tot een complete systeemoplossing voor dragende en niet-dragende wanden, vloeren en daken.
Joostdevree | Encyclo | Isolteam | Products.pcc | Lap3 | Ergon | Inedecockportfolio.wordpress | Benor | Abdm