cassettevloer

Laatst bijgewerkt: 19-01-2026


Definitie

Modulaire vloerconstructie bestaande uit een raster van metalen profielen waarin geprefabriceerde vloerpanelen rusten om een vlakke en stabiele ondergrond te vormen.

Omschrijving

Cassettevloeren zijn de ruggengraat van tijdelijke infrastructuur. Waar de ondergrond onbetrouwbaar is, biedt dit systeem uitkomst. Het gaat verder dan alleen een plankje op de grond; het is een technisch samenspel van dragende profielen en invulcassettes. In de evenementenbouw is het de standaard voor tenten van formaat. De vloer ligt vrij van de bodem. Dit voorkomt optrekkend vocht en kou. Bovendien fungeert de ruimte onder de vloer als ideale route voor kabelmanagement en leidingwerk zonder dat er struikelgevaar ontstaat op de werkvloer. Vaak vervangt de vloer zelfs de noodzaak voor zware grondverankering doordat de massa van de vloer als ballast dient voor de bovenliggende constructie.

Uitvoering en werkwijze

De opbouw vangt aan bij het nauwkeurig positioneren van de dragende profielen op de bestaande ondergrond. Een nauwgezet proces. Eerst worden de hoofdliggers uitgezet, waarna de dwarsverbindingen het raster sluiten. Door de inzet van zware, verstelbare spindels wordt de volledige staalconstructie waterpas gesteld, waarbij de hoogtevariaties van het terrein mechanisch worden gecompenseerd. Het systeem nivelleert zichzelf als het ware boven de bodem. Zodra het rasterwerk stabiel is gefixeerd, volgt het inleggen van de cassettes. Deze prefab vloerelementen rusten op de flenzen van de profielen. De passing is nauwsluitend. Hierdoor ontstaat direct een schijfwerking die horizontale krachten effectief opvangt en verdeelt over de gehele constructie. Bij de montage wordt vaak gewerkt vanuit een vast nulpunt om maatafwijkingen te minimaliseren. Geen losse planken, maar een vergrendeld geheel. De laatste handeling bestaat uit het plaatsen van de randprofielen en eventuele overgangsplaten, waarmee de constructie visueel en technisch wordt afgesloten.

Materiaalvariaties en belastbaarheid

Verschillen in invulling en draagkracht

De vulling bepaalt de karakteristiek. Multiplex met een fenolhars coating is de standaard, maar niet de enige optie. Voor situaties waar brandveiligheid of extreme hygiëne prevaleert, worden aluminium of stalen panelen ingezet. Die kunnen tegen een stootje. Een zwaarlast-cassettevloer wijkt technisch af door een verstevigd raster en dikkere liggers. Essentieel bij de presentatie van zware machines of voertuigen. Terwijl een standaardvloer vaak tot 500 kg/m² belastbaar is, gaat de zwaarlastvariant daar ruim overheen. Het systeem transformeert dan van een simpele loopvloer naar een volwaardig funderingsplatform. Soms ziet men glasvullingen. Kostbaar, maar visueel indrukwekkend voor hoogwaardige hospitality-toepassingen.

Functionele classificaties en synoniemen

Ballastvloeren en thermische varianten

In de praktijk valt vaak de term ballastvloer. Dit is geen ander type, maar een functionele benaming voor de cassettevloer wanneer de massa van het staal en de houten platen wordt gebruikt om de tentconstructie te zekeren. Geen grondankers nodig. Dat scheelt schade aan de ondergrond. Voor semi-permanente bouw of winterse evenementen bestaan er geïsoleerde cassettes. Deze zijn gevuld met sandwichpanelen of minerale wol. Minder koude voeten.

Er bestaat vaak verwarring met de klassieke vlondervloer of plankenvloer. Een vlonder is passief; deze volgt de glooiing van het terrein en biedt nauwelijks structurele stijfheid. De cassettevloer is actief. Door de spindels en het starre profielsysteem wordt een onafhankelijk, waterpas niveau gecreëerd dat losstaat van de bodemgesteldheid. Systeemvloer is een veelgebruikte overkoepelende term, al dekt deze ook modulaire vloeren voor binnenruimtes die technisch eenvoudiger van aard zijn.

Praktische scenario's en toepassingen

Denk aan een exclusief zakendiner op een glooiend gazon van een landgoed. Gasten lopen over een strakke, waterpas vloer zonder te beseffen dat het terrein eronder dertig centimeter afloopt. De verstelbare spindels van de cassettevloer vangen dit hoogteverschil moeiteloos op. De vloer zweeft als het ware boven de grasmat.

In een stedelijke omgeving, zoals een parkeerplaats met een asfaltlaag waarin niet geboord mag worden, bewijst de cassettevloer zijn waarde als ballastmiddel. De massa van het stalen raster en de zware panelen vormt een solide fundering die de volledige tentconstructie op zijn plek houdt bij zware windvlagen. Geen grondankers nodig. De ondergrond blijft onbeschadigd.

Bij grootschalige sportevenementen fungeert de ruimte onder de cassettes vaak als onzichtbaar zenuwcentrum. Kilometers aan stroomkabels, netwerkverbindingen en waterleidingen liggen beschermd in de holle ruimte onder de panelen. Dit voorkomt struikelgevaar voor het publiek en houdt de routing overzichtelijk. In de industrie kom je ze tegen bij tijdelijke showrooms voor machines. Hier wordt de zwaarlastvariant ingezet. Een vrachtwagen of zware graafmachine rijdt over de cassettes zonder dat er vervorming optreedt in de vloerdelen of de onderliggende profielen. Het resultaat is een tijdelijk platform met de stabiliteit van een vaste betonvloer.


Normering en structurele veiligheid

De juridische en technische kaders voor cassettevloeren zijn streng. NEN-EN 13782 staat centraal bij tijdelijke constructies. Deze Europese norm stelt harde eisen aan de stabiliteit en de weerstand tegen windbelasting. Hierbij wordt de massa van de vloerconstructie vaak direct meegeteld als ballastwaarde in het constructiedossier of tentboek. Statische berekeningen zijn leidend. Geen giswerk op de bouwplaats. Voor de puntbelasting en gelijkmatige verdeelde belasting wordt aangesloten bij de Eurocodes, specifiek NEN-EN 1991-1-1 voor het algemeen gebruik van vloeren. Het systeem moet immers bestand zijn tegen de dynamische krachten van een bewegende menigte.

Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) hanteert specifieke eisen voor de brandveiligheid van de toegepaste materialen. De panelen, vaak multiplex, moeten voldoen aan vastgestelde brandklassen die afhankelijk zijn van de gebruiksfunctie en de personenbezetting in de ruimte. Brandklasse Dfl-s1 is een veelgehoorde norm voor vloerbekleding in dit segment. Voor de stroefheid van het loopvlak gelden richtlijnen om valgevaar te minimaliseren. Zeker bij regenval en inloop vanuit de buitenlucht is dit een kritiek punt. Arbeidsomstandigheden tijdens de montage vallen onder de Arbowet. Het repeterend tillen van zware stalen profielen en cassettes vereist mechanische ondersteuning of strikte tilinstructies om fysieke overbelasting te voorkomen.

  • NEN-EN 13782 voor tijdelijke constructies en tenten
  • NEN-EN 1991 (Eurocode 1) voor belastingen op constructies
  • BBL-voorschriften voor brandveiligheid en vluchtwegen
  • Arbowetgeving voor veiligheid tijdens op- en afbouw

Bij toepassing in de openbare ruimte kunnen lokale Algemene Plaatselijke Verordeningen (APV) aanvullende eisen stellen aan de toegankelijkheid. Een vloer die door hoogteverschillen boven het maaiveld zweeft, moet voorzien zijn van drempelhulpstukken of hellingbanen die voldoen aan de hellingshoeknormen voor rolstoelgebruikers. Veiligheid stopt niet bij de constructie zelf; de overgang naar de omgeving is net zo cruciaal.


Historische ontwikkeling

Van modderpad naar precisietechniek. De cassettevloer ontstond niet uit luxe, maar uit de dwingende noodzaak om tijdelijke constructies los te koppelen van een onbetrouwbare ondergrond. Oude vlonders voldeden simpelweg niet meer toen de evenementensector in de jaren tachtig professionaliseerde. Men zocht een systeem dat zowel terreinglooiing kon neutraliseren als de stabiliteit van de tent kon garanderen, een technische spagaat die leidde tot de integratie van zware staalprofielen en verstelbare spindels. De techniek leunt zwaar op principes uit de modulaire systeembouw en de steigertechniek.

Waar men aanvankelijk experimenteerde met losse houten raamwerken, zorgde de opkomst van Europese veiligheidsnormen in de jaren negentig voor een standaardisatiegolf. De constructie moest berekenbaar zijn. Statische zekerheid werd leidend. Hierdoor verschoof de focus van puur visuele afwerking naar structurele schijfwerking. De introductie van geautomatiseerde productielijnen voor multiplex panelen met fenolcoating maakte het systeem vervolgens schaalbaar voor de massale inzet bij industriële tijdelijke opslag en grootschalige hospitality. De evolutie van het systeem is hiermee onlosmakelijk verbonden met de groei van de tijdelijke architectuur: van een simpel plankje op het gras naar een volledig genormeerd funderingsplatform.


Gebruikte bronnen: