De handeling start bij de fysieke scheiding van de ruwe massa. In een builmolen, een roterende cilinder bespannen met fijnmazig gaas, wordt de ruwe kalk aan de bovenzijde ingevoerd. De trommel draait traag. Door deze rotatie en de specifieke hellingshoek van de centrale as schuift het materiaal gestaag omlaag terwijl het over het gaasoppervlak rolt. De fijnste deeltjes zeven uit. Ze vallen onder invloed van de zwaartekracht door de mazen in een opvangbak of direct in een silo.
Grovere pitten en onzuiverheden blijven achter op het zeefvlak en deze ongewenste delen verlaten de cilinder uiteindelijk aan de laagzijde van de machine. Bij handmatige uitvoering wordt een zeefraam gehanteerd. De ritmiek van de beweging is hierbij bepalend. Schudden of wrijven dwingt de fijne fractie door de mazen van het gespannen netwerk en de maaswijdte van het gaas dicteert hierbij de uiteindelijke fijnheid van het verkregen poeder. Bij een continu proces wordt de toevoer nauwlettend afgestemd op de verwerkingscapaciteit van de zeef om ophoping of verstopping te voorkomen. De mechanische druk van het over elkaar rollende materiaal bevordert de doorloop. Het proces stopt zodra de resterende grove fractie aan de achterzijde is afgevoerd. Geen stilstand.
Onderscheid in builen ontstaat primair door de schaal van de bewerking. De klassieke builmolen, een roterende cilindrische trommel, is de standaard voor grotere volumes gebluste kalk. Hierbij bepaalt de hellingshoek van de trommel de doorloopsnelheid. Steiler betekent sneller, maar vaak ook een minder zuivere scheiding. Het handmatige zeefraam daarentegen blijft onmisbaar bij kleinschalige restauraties of wanneer specifieke lokale kalk ter plekke wordt verwerkt. Handwerk biedt controle. Een ambachtsman voelt de weerstand van de vuren.
De maaswijdte van het gebruikte gaas — vaak uitgevoerd in messing, rvs of tegenwoordig kunststof — deelt het proces op in varianten. We onderscheiden:
Soms wordt er dubbel gebuild. De eerste ronde pakt de grove pitten. De tweede de fijne fractie. Dubbele zekerheid tegen knallers in het stucwerk.
Builen wordt vaak verward met simpel ziften of zeven, maar de context is specifiek voor fijne bouwstoffen zoals kalk en meel. Waar zand simpelweg door een schudzeef gaat om korrelgroottes te sorteren, dient builen een kritischer doel: het elimineren van reactieve onzuiverheden. Een 'buil' is technisch gezien de fijnmazige kous of trommel zelf. In de mortelwereld is het verschil met zandwassen essentieel; bij wassen worden leemdelen verwijderd door water, terwijl builen een droog of halfdroog mechanisch proces blijft om de chemische homogeniteit van de kalk te garanderen.
Stel je een restauratiewerkplaats voor waar een ambachtsman werkt aan de reconstructie van een historisch gewelf. De kalkmortel moet daarvoor uiterst plastisch zijn. Hij schept de kalk door een handmatig zeefraam. Wat achterblijft zijn de vuren. Zonder deze handeling zouden deze deeltjes na een jaar alsnog kunnen uitzetten door vocht, met kleine kraters in het stucwerk tot gevolg. Een simpele handeling voorkomt hier kapitaalvernietiging.
In een grotere setting zie je de builmolen bij de productie van kant-en-klare kalkproducten. De machine draait constant. De fijnste fractie stuift als een wolk in de opvangbak, klaar voor verpakking als witkalk. De grovere delen worden apart afgevoerd en hergebruikt als vulmiddel voor ruwere mortels. Geen afval, wel directe kwaliteitscontrole op korrelgrootte.
Een praktijkervaring: een stukadoor op een monument merkt dat zijn mortel 'trekt'. Hij vindt een hard brokje. De conclusie is direct getrokken. De kalk is niet goed gebuild. De hele partij moet opnieuw door de trommel om schade aan het stucwerk in de toekomst uit te sluiten. Snelheid verliest het hier van zuiverheid.
NEN-EN 459-1 vormt het technisch fundament voor bouwkalk in Europees verband. Deze norm stelt messcherpe eisen aan de chemische samenstelling en de fysische eigenschappen van de kalk. Builen is in dit kader geen vrijblijvende handeling. Het proces is noodzakelijk om te voldoen aan de specificaties voor de maximale korrelgrootte en de afwezigheid van schadelijke onzuiverheden zoals ongebluste deeltjes. Producten die niet aan deze eisen voldoen, mogen de CE-markering onder de Verordening Bouwproducten (CPR) simpelweg niet voeren. Het gaat om technische conformiteit.
Arbo-technisch is de blootstelling aan stof een kritiek punt. De Arbowet dwingt werkgevers tot het nemen van maatregelen tegen fijnstofconcentraties op de werkplek. Kalkstof is bijtend. Bij mechanisch builen is stofafzuiging of het werken in een gesloten systeem vaak verplicht om de grenswaarden voor respirabel stof niet te overschrijden. Daarnaast moeten builmolens als arbeidsmiddel voldoen aan de Machinerichtlijn. Draaiende delen moeten zijn afgeschermd. Veiligheid gaat voor snelheid. Voor monumentenzorg gelden aanvullende kaders. De richtlijnen van de Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (ERM) schrijven vaak specifieke traditionele verwerkingsmethoden voor. In deze uitvoeringsrichtlijnen (URL's) wordt het builen van kalk vaak expliciet benoemd als vereiste voor historisch verantwoord stuc- en voegwerk. Wetenschap en ambacht ontmoeten elkaar in de regelgeving.