De uitvoering van Building Information Modeling (BIM) is een dynamisch, iteratief proces dat aanvangt bij de initiële projectdefinitie en zich door alle fasen van de bouwcyclus heen strekt. Het draait hierbij niet om eenmalige acties, maar om een voortdurende informatie-uitwisseling. Zodra de basisgeometrie van een bouwwerk digitaal is vastgelegd, worden elementen verrijkt met specifieke data. Denk hierbij aan materiaaleigenschappen, thermische prestaties, of zelfs exacte afmetingen die nodig zijn voor prefab-productie. Verschillende vakdisciplines, van constructeur tot installatieadviseur, voegen vervolgens hun eigen lagen van informatie toe aan dit centrale model, een organisch geheel van data. Coördinatie is cruciaal, uiteraard; het model wordt immers een gedeelde omgeving waarin potentiële conflicten – bijvoorbeeld botsende leidingen en constructiebalken – vroegtijdig opgespoord en opgelost kunnen worden. Uiteindelijk resulteert dit in een intelligent model dat niet alleen tijdens de ontwerpfase, maar ook gedurende de realisatie en zelfs het beheer en onderhoud van een gebouw als actuele informatiebron fungeert. Dit maakt het mogelijk om beslissingen te baseren op een consistent en compleet beeld van het project, doorlopend.
Het is van vitaal belang dit goed te begrijpen, anders missen we de kern: Building Information Modeling is geen op zichzelf staand programma of simpelweg een 3D-tekening. Nee, absoluut niet. Het is een doordachte, strategische werkwijze; het model, dat is slechts het tastbare product ervan, de datadrager die ontstaat uit dit proces. Men spreekt daarom beter over 'het BIM-proces' dan louter 'het BIM-model', al worden die termen in de praktijk vaak door elkaar gebruikt. Dit is een subtiel, maar cruciaal verschil voor wie de volledige potentie van BIM wil benutten.
Maar zelfs binnen die modellen zijn er essentiële verschillen. Niet elk BIM-model is immers gelijk. Daarvoor kennen we de concepten van Level of Development (LOD) en Level of Information (LOI). De LOD beschrijft de geometrische detailgraad van een element: een massief blok in de schetsfase versus een volledig gespecificeerde deur met hang- en sluitwerk en fabricagedetails in de uitvoeringsfase. De LOI, daarentegen, richt zich op de informelele rijkdom: hoeveel data zit er gekoppeld aan dat element? Denk aan leveranciers, prijzen, onderhoudsschema's. Een lage LOD en LOI zijn prima voor initiële haalbaarheidsstudies, maar onvoldoende voor de daadwerkelijke bouw, dit moet een projectteam scherp in de gaten houden.
Vervolgens ontvouwt BIM zich verder in diverse 'dimensies', waarmee we de toepassing verbreden tot voorbij het puur ruimtelijke. Waar 3D BIM de geometrie omvat, voegen we bij 4D de factor tijd toe – direct inzicht in planning en fasering, een godsgeschenk voor projectmanagers. Dan volgt 5D, waarbij kosteninformatie direct aan het model gekoppeld wordt; een real-time begroting, die bij elke wijziging direct meebeweegt. En we gaan nog verder. Bij 6D gaat het om duurzaamheid en levenscyclusanalyses, essentieel in de huidige bouwpraktijk. Ten slotte is er 7D, gericht op facility management, waarbij alle benodigde informatie voor beheer en onderhoud al tijdens het ontwerpproces wordt vastgelegd. Dit zijn geen losse modules, maar integrale uitbreidingen van het kern-BIM-concept, elk met hun eigen waarde en toepassing.
Een concept zoals Building Information Modeling, hoe abstract het in theorie ook klinkt, komt in de dagelijkse bouwpraktijk in diverse concrete situaties tot leven. De werkelijke meerwaarde, die wordt pas echt duidelijk wanneer de processen vertaald worden naar tastbare voordelen.
Building Information Modeling (BIM) is in Nederland allereerst een geavanceerde werkmethodiek, geen direct wettelijk voorgeschreven eis voor alle bouwprojecten. Toch bestaat er een duidelijke relatie met bestaande wet- en regelgeving en met specifieke normen, waarbij BIM veelal als een krachtig hulpmiddel fungeert om hieraan te voldoen.
De internationale norm
De internationale norm
De internationale norm NEN-EN ISO 19650 is van doorslaggevend belang. Deze normenreeks, waarvan de Nederlandse varianten zijn gepubliceerd, beschrijft gedetailleerd de principes en vereisten voor het managen van informatie gedurende de gehele levenscyclus van bouwprojecten, waarbij BIM de centrale rol speelt. Ze richten zich op gestructureerde informatie-uitwisseling, naamgeving van bestanden en objecten, en de organisatie van de samenwerking, cruciaal voor een consistente BIM-toepassing.
Met betrekking tot het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), de opvolger van het Bouwbesluit, dat functionele eisen stelt aan onder meer veiligheid, gezondheid en duurzaamheid van gebouwen, is BIM een uitstekend instrument. Hoewel het Bbl zelf geen expliciete BIM-verplichtingen bevat, kan een integraal BIM-model significant bijdragen aan het aantonen en toetsen van de naleving van deze eisen. Denk aan het visualiseren van vluchtroutes voor brandveiligheid, het berekenen van energieprestaties, of het controleren op de toegankelijkheid van gebouwen. Het model genereert de benodigde data voor vergunningsaanvragen en toetsingen.
Verder speelt de
Verder speelt de Aanbestedingswet 2012, in lijn met Europese richtlijnen, een rol. Publieke opdrachtgevers in Nederland kunnen op basis hiervan, en met de intentie om efficiëntie en transparantie te bevorderen, het gebruik van BIM als contractuele eis stellen in hun aanbestedingsprocedures. Dit stimuleert de adoptie van BIM in de publieke sector en beïnvloedt indirect de bredere bouwmarkt.
De kiem voor wat we nu kennen als Building Information Modeling, BIM, werd eigenlijk al decennia geleden gelegd. Het idee van een centraal, digitaal model waarin alle bouwinformatie is vervat, is namelijk verre van een recent fenomeen; het conceptualiseren begon al in de jaren zeventig. Destijds sprak men over een 'Building Description System' of 'Product Model', met vooraanstaande figuren als Charles Eastman die aan de wieg stonden van dit baanbrekende concept. Het ging toen al om de visie om een virtuele representatie van een gebouw te creëren, rijk aan data, verdergaand dan louter grafische weergaven.
Met de opkomst van CAD-software in de jaren tachtig en negentig ontwikkelden de technische mogelijkheden gestaag. Hoewel deze vroege systemen primair gericht waren op 2D-tekenwerk en later op eenvoudige 3D-modellen, legden ze de basis voor de verdere evolutie. De overstap naar objectgeoriënteerde CAD-systemen betekende een belangrijke stap voorwaarts: nu konden elementen, zoals muren en deuren, intelligentie bevatten in plaats van alleen lijnen en vlakken. Toch ontbrak vaak nog de integrale koppeling tussen verschillende disciplines en de diepgaande informatie-uitwisseling.
De term 'Building Information Model', en later 'Building Information Modeling', vond pas echt ingang begin eenentwintigste eeuw, populariteit toenemend met bedrijven die de potentie van geïntegreerde software en processen erkenden. Het werd steeds duidelijker dat de bouwsector behoefte had aan een efficiëntere, minder gefragmenteerde manier van werken. Projecten werden complexer, de druk op kosten en doorlooptijd nam toe, en de noodzaak tot het reduceren van faalkosten groeide. Deze ontwikkelingen dwongen de industrie, wereldwijd, om te kijken naar een holistische benadering waarbij informatie niet langer in silo's zat, maar naadloos kon worden gedeeld en beheerd gedurende de gehele levenscyclus van een bouwwerk. Dit proces, de transitie van losse tekeningen naar een intelligent, collaboratief model, heeft de bouwsector ingrijpend veranderd en de weg geplaveid voor de huidige geavanceerde toepassingen van BIM.
Luximprove | Icn | Accruent | Digitalconstruction | Trimble | Bouwinbim | Allplan | Bimregister