De fysieke realisatie van een BubbleDeck-vloer vangt doorgaans aan in de fabriek waar de modules, bestaande uit de wapeningskorf en de kunststof bollen, worden samengesteld. Vaak wordt hierbij een dunne betonnen onderschil gestort die dienstdoet als werkvloer en verloren bekisting. Transport naar de bouwplaats geschiedt met vrachtwagens; de elementen worden daar direct door een kraan op hun definitieve positie op de tijdelijke onderstempeling gelegd. Dit gaat snel. Precisie bij het plaatsen is vereist om de naadloze aansluiting van de wapeningsnetten te waarborgen.
Ter plaatse worden de afzonderlijke modules constructief met elkaar verbonden via koppelwapening en extra netten op de naden. Eventuele sparingen voor leidingwerk of kolommen worden in deze fase gefinaliseerd. De bollen zitten stevig opgesloten in de staalconstructie. Tijdens het storten van de bovenste betonlaag vloeit het mengsel tussen en onder de bollen door. De fixatie in de korf is cruciaal om het opdrijven van de bollen door de opwaartse druk van het vloeibare beton te beheersen. Na het verdichten van het beton en de daaropvolgende uitharding ontstaat een monolithische plaat die de krachten biaxiaal afdraagt naar de steunpunten. Het stempelsysteem wordt pas verwijderd wanneer de vloer de vereiste constructieve sterkte heeft bereikt.
Niet elke BubbleDeck-vloer wordt op dezelfde wijze aangeleverd. De variatie zit hem primair in de mate van prefabricage. De meest toegepaste variant is de semi-precast plaat. Hierbij zijn de kunststof bollen en de wapeningskorf al in de fabriek geïntegreerd met een dunne betonnen onderschil van circa 60 millimeter. Deze schil fungeert direct als verloren bekisting. Snelheid is hier het sleutelwoord.
Daarnaast bestaan er de puur modulaire wapeningskorven. Geen beton uit de fabriek. Alleen staal en lucht. Deze in-situ modules worden op een traditionele bekisting geplaatst en volledig op de bouwplaats in het beton gestort. Dit bespaart transportgewicht, maar vergt meer arbeidstijd op de vloer zelf. Voor specifieke projecten waarbij gewicht bij transport de limiterende factor is, biedt dit uitkomst.
In de wereld van de biaxiaal holle vloeren vallen vaak namen die op elkaar lijken, maar technisch verschillen. Een veelgemaakte vergelijking is die met Cobiax. Hoewel het principe van gewichtsreductie identiek is, gebruikt Cobiax vaak afgeplatte ellipsoïden in plaats van perfecte sferen. Dit maakt slankere vloerconstructies mogelijk bij specifieke overspanningen.
| Systeem | Vorm van het verdringingslichaam | Kenmerkend verschil |
|---|---|---|
| BubbleDeck | Bolvormig (Sferisch) | Focus op maximale materiaalbesparing in dikke platen. |
| Cobiax | Ellipsoïde (Afgeplat) | Vaak toegepast bij dunnere vloersecties. |
| U-Boot Beton | Afgeknotte piramide / blokvorm | Modulaire kunststof 'kisten' die een grid van balken vormen. |
De term bollenplaatvloer wordt vaak als generiek synoniem gebruikt. Dat is feitelijk juist, al is BubbleDeck een merknaam die de standaard heeft gezet voor de sferische variant. Men spreekt in constructieve berekeningen ook wel van biaxiaal werkende holle vloersystemen om merkloze specificaties mogelijk te maken. De keuze voor de bolvorm is niet willekeurig; de bol zorgt voor een optimale betonvloeiing tijdens het storten en minimaliseert de kans op luchtinsluitingen onder de lichamen.
Kijk omhoog in de ondergrondse parkeergarage van een modern ziekenhuis. Je ziet een volledig vlak plafond dat rust op slanke kolommen. Geen woud aan balken die de vrije doorrijhoogte beperken. Hier bewijst de bollenplaatvloer zijn waarde; doordat de vloer in twee richtingen (biaxiaal) draagt, zijn zware steunbalken overbodig. Installateurs kunnen hun kabelgoten en ventilatiekanalen in een rechte lijn tegen het beton monteren, zonder ingewikkelde sprongen om balken heen te hoeven maken.
In de utiliteitsbouw, zoals bij grote kantoorcomplexen met een open indeling, biedt het systeem architectonische vrijheid. Stel je een stramien voor van kolommen op tien meter afstand van elkaar. Omdat de vloer overal even dik is en geen dragende tussenwanden vereist, kan een huurder de kantoortuin na vijf jaar volledig herindelen zonder rekening te hoeven houden met de constructieve opbouw. De wanden kunnen overal staan.
Bij het 'optoppen' van bestaande gebouwen in binnensteden is het lage eigen gewicht vaak de doorslaggevende factor. Een extra verdieping van massief beton zou de oude fundering overbelasten. Door de kern van de nieuwe vloerplaten te vullen met luchtgevoerde bollen, wordt de belasting op de bestaande constructie met circa 35 procent verminderd. Hierdoor kan die extra woonlaag technisch wél worden gerealiseerd, terwijl dit met traditionele betonvloeren onmogelijk was geweest. De kraan op de bouwplaats kan bovendien lichtere elementen hijsen, wat de logistieke operatie in een krappe binnenstad aanzienlijk vereenvoudigt.
In een schoolgebouw waar de installaties in het zicht blijven, geeft de strakke onderzijde van de bollenplaatvloer een rustig, industrieel beeld. Geen verspringingen, alleen de pure geometrie van de betonplaat.
De oplossing ligt in de CUR-Aanbeveling 86. Dit document is de specifieke technische leidraad in Nederland voor het ontwerpen van biaxiaal werkende holle vloersystemen. Het vult de hiaten van de Eurocode in, specifiek voor zaken als dwarskrachtsterkte en ponsweerstand bij de kolomkoppen. Zonder strikte naleving van deze aanbeveling is het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor een dergelijke constructie nagenoeg onmogelijk. De toetsende instantie verlangt een onderbouwing die aantoont dat de reductie van beton niet leidt tot een vermindering van de vereiste veiligheidsmarges.
Certificering speelt een sleutelrol. Veel systemen beschikken over een KOMO-attest-met-productcertificaat. Dit document dient als bewijs voor de bouw- en woningtoezicht dat de specifieke combinatie van bollen, wapening en beton voldoet aan de gestelde prestatie-eisen. Het ontlast de ontwerper in de bewijsvoering, maar ontslaat hem nooit van de plicht om de specifieke projectparameters door te rekenen.Naast veiligheid dicteert het BBL ook de Milieuprestatie Gebouwen (MPG). Hier blinkt het systeem uit. De verplichte milieurekening voor nieuwbouw wordt gunstig beïnvloed door de aanzienlijke besparing op beton. Minder cement betekent een lagere CO2-voetafdruk per vierkante meter vloer. De bollen zelf, vaak vervaardigd uit gerecycled high-density polyethyleen (HDPE), passen naadloos in de circulaire ambities die de overheid via de Landelijke Grondstoffenstrategie propageert. Wetgeving is hier niet langer een drempel, maar een katalysator voor de toepassing van dit type vloersystemen.
In de praktijk betekent dit een complex samenspel. Constructeurs moeten balanceren tussen gewichtsbesparing en de minimale betondekking die nodig is voor zowel brandwerendheid als duurzaamheid (milieuklasse). Een millimeter te weinig dekking kan leiden tot afkeur op basis van de NEN-EN 206.