De integratie van bouwglas in een constructie start bij de voorbereiding van de sponning. De maatvoering is kritisch. Er wordt rekening gehouden met omtrekspeling en een minimale plaatsingsruimte om thermische uitzetting op te vangen. Direct contact tussen glas en kozijn is uitgesloten.
Positionering vormt de kern van de uitvoering. De ruit rust op steunblokjes die het eigen gewicht overdragen naar de onderliggende structuur. Stelblokjes borgen de zijdelingse positie en voorkomen dat de ruit verschuift tijdens gebruik. Bij draaiende delen, zoals ramen en deuren, vindt de plaatsing van deze blokjes diagonaal plaats om het uitzakken van de vleugel te corrigeren. Dit waarborgt de haaksheid. De methode verschilt per kozijntype.
Ventilatie is cruciaal. Bij isolatieglas moet de sponningruimte in verbinding staan met de buitenlucht om condensvorming rond de randverbinding te voorkomen. Stilstaand water tast de butylafdichting aan. De afwerking geschiedt via een natte of droge methode. Bij de natte methode wordt gebruikgemaakt van een rugvulling en beglazingskit, waarbij de kitvoeg onder een schuine hoek wordt afgemest voor een optimale waterafvoer. Droge beglazing steunt op geprefabriceerde rubberprofielen die onder druk in de glaslatten worden geklemd. De keuze voor glaslatten, zoals neuslatten bij houten kozijnen, bepaalt mede de duurzaamheid van de gevelaansluiting. Mechanische bevestigingen bij structurele beglazing, zoals point-fixed systemen, vragen om specifieke torsiecontroles op de boutverbindingen.
De diversiteit binnen bouwglas is groot en de keuze hangt nauw samen met de specifieke prestatie-eisen van een gevel of binnenwand. Waar we vroeger spraken over enkel glas, regeert nu de gelaagde opbouw. Thermisch isolerend glas is de standaard, onderverdeeld in dubbelglas (HR++ met een edelgasvulling) en drievoudig glas (triple glas of HR+++). De dikte van het glaspakket en de breedte van de afstandhouders bepalen hierbij de uiteindelijke isolatiewaarde. Niet elk glas is gelijk.
Veiligheidsglas vormt een cruciale categorie. Hierbij maken we direct onderscheid tussen gehard glas en gelaagd glas. Gehard glas ondergaat een thermische behandeling waardoor het bij breuk in duizenden onscherpe korrels uiteenvalt; ideaal voor zijruiten of binnendeuren. Gelaagd glas daarentegen bestaat uit minimaal twee glasbladen met een taaie PVB-folie ertussen. Bij impact barst het glas wel, maar de scherven blijven aan de folie kleven. Dit is essentieel voor doorvalbeveiliging bij verdiepingshoge ramen en voor inbraakwering. Soms wordt draadglas nog toegepast voor een industriële uitstraling of in oude brandscheidingen, al heeft gelaagd brandwerend glas deze rol grotendeels overgenomen.
Functionele specials breiden de mogelijkheden verder uit. Zonwerend glas reflecteert of absorbeert overtollige zonne-energie via een coating op positie 2 van het isolatieglas. Geluidwerend glas maakt gebruik van verschillende glasdiktes of akoestische folies om trillingen te dempen. Voor monumenten is er vacuümglas: extreem dun, maar met de isolatiewaarde van triple glas. Brandwerend glas is een hoofdstuk apart en wordt geclassificeerd op basis van vlamdichtheid (E), stralingsbeperking (W) of volledige isolatie (I). Esthetische varianten zoals figuurglas, gezandstraald glas of geëtst glas worden vooral ingezet voor privacy of lichtverstrooiing, vaak gecombineerd in een isolerende samenstelling.
Stel je een verdiepingshoog raam voor in een modern appartementencomplex. Je leunt tegen het glas terwijl je naar buiten kijkt. Hier tref je gelaagd veiligheidsglas aan. De folie tussen de glasplaten voorkomt dat je bij een eventuele breuk door de ruit naar beneden valt. Veiligheid door onzichtbare techniek.
In een drukke winkelstraat zie je een juwelier. De etalageruit oogt normaal, maar schijn bedriegt. Het is dik, meerlaags inbraakwerend bouwglas. Het gewicht is enorm. De kozijnen zijn extra zwaar uitgevoerd om de honderden kilo's te dragen. Een dief komt hier niet zomaar doorheen. Zelfs niet met een moker.
Kijk eens naar de glazen wanden in een kantoortuin. Meestal is dit gehard glas. Je herkent het vaak aan een klein, onopvallend stempeltje in de hoek. Loop je er per ongeluk tegenaan en breekt het? Dan ligt de vloer vol met duizenden onscherpe glaskorreltjes. Geen gevaarlijke scherven. Een geruststellende gedachte in een drukke werkomgeving.
Een renovatieproject van een monumentaal pand vraagt om een andere aanpak. De sponningen zijn ondiep. Hier zie je vacuümglas in actie. Het is flinterdun, bijna als enkel glas, maar de thermische prestaties evenaren die van een dikke triple-ruit. De kleine zwarte afstandhoudertjes tussen de glasbladen zijn de enige visuele aanwijzing dat je met hoogwaardig isolatieglas te maken hebt.
Langs de snelweg staat een woning met een grote glasgevel. De bewoners genieten van het uitzicht zonder het lawaai. Geluidwerend glas met verschillende glasdiktes breekt de geluidsgolven. Het is een samenspel van massa en akoestische folies. Rust in de woonkamer, ondanks het langsrazende verkeer.
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) vormt het wettelijke fundament voor de toepassing van bouwglas. Hierin staan de eisen voor energiezuinigheid, waarbij de U-waarde van de beglazing direct bijdraagt aan de BENG-indicatoren van een bouwwerk. Glas is echter meer dan thermische isolatie alleen. Veiligheid staat centraal. NEN 3569 is de absolute leidraad voor het beperken van lichamelijk letsel door brekend en vallend glas. Deze norm bepaalt waar veiligheidsglas verplicht is. Meestal bij glasvlakken lager dan 850 mm vanaf de vloer of in situaties met een aanzienlijk doorvalrisico.
Berekeningen voor de mechanische sterkte van glasconstructies volgen NEN 2608. Windbelasting op grote hoogte. Eigen gewicht. Puntlasten. De constructeur gebruikt deze norm om de minimale glasdikte te bepalen, zeker bij beloopbaar glas of structurele beglazing. Geen nattevingerwerk. De integriteit van de gevel hangt ervan af.
Elk bouwglasproduct moet voorzien zijn van een CE-markering. Dit is geen vrijblijvend label. Het verwijst naar de Declaration of Performance (DoP), het document waarin de fabrikant de prestatie-eigenschappen van het glas garandeert. Voor isolatieglas is NEN-EN 1279 de standaard die de kwaliteit van de randafdichting en de gasvulling borgt. Een essentieel aspect voor de levensduur van de ruit.
Brandwerendheid is een ander kritisch veld. Glas wordt hierbij geclassificeerd volgens de Europese norm NEN-EN 13501-2. De classificaties E, EW en EI geven aan hoe lang het glas vlammen tegenhoudt en in hoeverre de stralingswarmte wordt beperkt. Belangrijk voor brandscheidingen langs vluchtwegen. Voor de juiste verwerking en de interactie tussen verschillende materialen, zoals de compatibiliteit van kitten en de sponningdetails, biedt de praktijkrichtlijn NPR 3577 de technische kaders. Harde regels voor een transparant materiaal.