Een vaker voorkomende verwarring ontstaat tussen het bordeselement en een 'podium'. Hoewel de visuele gelijkenis groot is, is een bordes inherent onderdeel van een verkeersstroom en een trappenhuisconfiguratie. Het is geen los meubelstuk, maar een dragend bouwdeel dat moet voldoen aan specifieke brandwerendheidseisen en puntlasten. In de prefab-industrie wordt ook wel gesproken over een bordesplaat met of zonder nokvloer, afhankelijk van de wijze waarop de traparm op de rand van het element landt.
Stelt u zich een renovatieproject voor bij een galerijflat uit de jaren zeventig. Een bewoner loopt met zware boodschappentassen naar de derde verdieping. Halverwege de etages bereikt hij een horizontaal vlak waar de trap een volledige draai van 180 graden maakt. Dit keerbordes is de plek waar hij even de tassen neerzet om op adem te komen. Het element fungeert hier als cruciaal rustpunt en als scharnierpunt voor de looproute.
Op een bouwplaats zwenkt de torenkraan een massief betonnen element van vierduizend kilo boven de liftschacht. Twee monteurs sturen het platform nauwkeurig naar de vooraf ingestorte stalen consoles. Zodra het bordeselement rust, vormt het direct een veilige werkvloer voor de volgende bouwfase. Geen steigerwerk nodig. De aansluiting op de liftkern is exact; de liftdeuren moeten later immers zonder drempel openschuiven op dit niveau.
In een ziekenhuis is een bordes meer dan een rustpunt. Bij een calamiteit moeten hulpverleners een brancard door het trappenhuis kunnen manoeuvreren. Het bordeselement is hier extra breed gedimensioneerd. Een krappe bocht zou fataal zijn. Hier ziet u het bordes als logistieke draaischijf. In een rechte, statige trap in een openbaar gebouw ziet u vaak een tussenbordes. Geen bochten. Geen deuren. Enkel een horizontaal vlak dat een val van bovenaf zou breken en de klim fysiek minder belastend maakt.
Harde eisen. Geen onderhandeling mogelijk. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) dicteert de minimale afmetingen van een bordeselement, waarbij de functie van het gebouw — woningbouw of utiliteitsbouw — de doorslag geeft. Een bordes moet een vrije doorgang waarborgen die aansluit op de breedte van de trap. Voor vluchtwegen zijn de regels onverbiddelijk. NEN 3509 biedt hierbij de technische uitwerking voor de maatvoering van trappen en bordessen in gebouwen. Een rustpunt is verplicht bij een overbrugging van meer dan vier meter hoogteverschil. Dat is geen suggestie, maar een voorschrift om de fysieke belasting te beperken en de valveiligheid te vergroten.
Hoeveel kilo per vierkante meter kan het platform dragen? De constructeur rekent aan de hand van NEN-EN 1991 (Eurocode 1). Voor trappen en bordessen in woongebouwen geldt vaak een veranderlijke belasting van 2,0 tot 3,0 kN/m², maar in openbare gebouwen waar drommen mensen samenkomen, loopt dit snel op naar 5,0 kN/m² of meer. Puntlasten zijn cruciaal. Een zware piano op een verhuisdag mag de integriteit van het prefab element niet in gevaar brengen. De koppeling met de hoofddraagconstructie moet voldoen aan de robuustheidseisen om progressieve instorting te voorkomen.
Contactgeluid is een beruchte bron van ergernis. In het BBL staan grenswaarden voor de geluidsisolatie tussen woningen, waarbij NEN 1070 de methodiek levert om dit te meten. Een bordeselement moet vaak akoestisch ontkoppeld worden om aan de karakteristieke geluidsindex voor contactgeluid (Ico) te voldoen. Rubberen opleggingen zijn de standaard. Wat betreft brandveiligheid valt het bordes onder de eisen voor beschermde vluchteroutes. Het materiaalgebruik moet voldoen aan specifieke brandklassen, meestal klasse A1 voor onbrandbaarheid in hoogbouw, om te voorkomen dat de enige vluchtweg een vuurzee wordt. Rookvrije vluchtroutes. Compartimentering. Het bordes fungeert hier als de veilige haven in de verticale ontsluiting.
Vroeger hakte men ze uit één blok steen. Massieve natuursteen die de fundering op de proef stelde. In de middeleeuwse vestingbouw diende het bordes louter een militair doel; een strategische pauze in de spiltrap waar de verdediger de overhand kreeg. De barok veranderde alles. Het bordeselement werd een architectonisch statement. Breed. Majestueus. Een plek om gezien te worden voordat men de balzaal betrad.
De negentiende eeuw introduceerde gietijzer. Slankere constructies werden mogelijk, maar de brandveiligheid bleef een zorgenkind. Met de opkomst van gewapend beton aan het begin van de twintigste eeuw verschoof de bouwmethodiek naar in-situ gestorte plateaus. Bekistingen van ruw vuren bepaalden het beeld op de bouwplaats. Arbeidsintensief en traag. Pas tijdens de wederopbouw na 1945 kwam de echte versnelling. Snelheid was geboden. De industrie reageerde met standaardisatie. Prefabricage werd de standaard. Geen getimmer meer op de verdiepingsvloer, maar elementen die direct vanaf de vrachtwagen in de hijshaken gingen.
Sinds de jaren zeventig en tachtig verschoof de aandacht naar de gebruiker. Geluidshinder in portiekflats dwong tot innovatie. Constructeurs ontwikkelden akoestische ontkoppelingen. Neopreen. Vilt. De starre verbinding maakte plaats voor de zwevende oplegging. Vandaag de dag is de historie van het bordeselement vooral een verhaal van regelgeving en comfortverbetering. Wat begon als een blok steen, is geëvolueerd tot een hoogtechnologisch composiet- of betonelement, inclusief thermische onderbrekingen en ingestorte ankerrails. Wetenschappelijke precisie in de verticale verkeersruimte.