Bolwoning

Laatst bijgewerkt: 18-01-2026


Definitie

Een bolwoning is een experimenteel, bolvormig woonobject dat doorgaans is vervaardigd uit glasvezelversterkt beton en rust op een cilindrische sokkel.

Omschrijving

Het concept van de bolwoning breekt radicaal met de traditionele orthogonale bouwfilosofie door organische vormen als uitgangspunt te nemen. Ontworpen door Dries Kreijkamp in de jaren zeventig en tachtig, werd dit type woning gerealiseerd binnen het overheidsprogramma voor Experimentele Woningbouw. De bekendste vijftig exemplaren staan sinds 1984 in de wijk Maaspoort in 's-Hertogenbosch. De bolvorm is niet louter esthetisch; de aerodynamica zorgt ervoor dat wind minder grip heeft op de gevel, wat in theorie bijdraagt aan de energie-efficiëntie. In de praktijk is het vooral een statement tegen de 'blokkendoosarchitectuur'. Een machine om in te leven, compact en eigenzinnig.

Constructie en technische realisatie

De totstandkoming van een bolwoning begint bij de verankering van de centrale cilindrische sokkel. Deze dient als fundering en technische kern. De eigenlijke woonbol wordt vervaardigd uit twee halfronde schalen. Deze schalen, vaak samengesteld uit glasvezelversterkt beton of polyester, worden geprefabriceerd en met een kraan op de sokkel geplaatst. Het is precisiewerk op de vierkante millimeter. De schalen worden ter plaatse naadloos aan elkaar gemonteerd, waardoor een zelfdragende structuur ontstaat zonder interne steunpunten.

Binnenin wordt de leefruimte verticaal georganiseerd rondom een centrale as. Een spiltrap verbindt de verschillende niveaus. Omdat traditionele scheidingswanden ontbreken, worden de functies slapen, sanitair en wonen boven elkaar gestapeld. Leidingen voor water en elektra lopen door de centrale cilinder omhoog. De kenmerkende ronde vensters worden in de uitsparingen van de schil geplaatst en afgekit om de thermische schil te dichten. De buitenzijde van het composiet wordt doorgaans voorzien van een uv-bestendige coating. Geen baksteen komt eraan te pas. De logistiek op de bouwplaats is door de prefabricage compact en efficiënt.


Materiaalspecifieke varianten en amfibische dromen

Materiaalspecifieke varianten en amfibische dromen

Hoewel de vijftig woningen in Den Bosch de standaard zetten, varieerde het concept in de vroege ontwerpfase sterk qua materiaalsamenstelling. De oervorm van de bolwoning leunde zwaar op lichte kunststoffen. Men onderscheidt de vroege polyester prototypes van de latere serieproductie in glasvezelversterkt beton. Polyester bood een lager eigen gewicht, maar schoot tekort op het gebied van brandveiligheid en thermische massa. Het beton-composiet in Maaspoort bleek de technisch superieure keuze voor permanente bewoning.

Dries Kreijkamp beperkte zijn visie niet tot de vaste grond. Er bestaan ontwerpen voor drijvende bolwoningen. De cilindrische sokkel wordt hierbij vervangen door een hol drijflichaam of een pontonconstructie. Deze amfibische variant moest inspelen op stijgende zeespiegels en flexibel landgebruik. In de praktijk bleef de realisatie beperkt tot de landgebonden versie. Daarnaast zijn er conceptuele varianten waarbij meerdere bollen aan elkaar gekoppeld worden. Een modulaire uitbreiding. Eén bol voor wonen, één voor werken. Een geschakeld ecosysteem van bollen.


Onderscheid met koepels en ufo's

Onderscheid met koepels en ufo's

Verwar de bolwoning niet met een koepelwoning of dome-house. Een wezenlijk verschil. Koepels rusten doorgaans direct met hun volledige basis op de fundering. De bolwoning is een 3/4 sfeer. Zij zweeft. De sokkel is de navelstreng. Zonder deze cilindrische verhoging verliest het object zijn aerodynamische en ruimtelijke karakteristieken.

Vaak trekt men de vergelijking met de Finse Futuro-woning van Matti Suuronen. Een foutieve aanname. De Futuro is een ellipsoid, ontworpen als skihut. Meer horizontaal. De bolwoning is verticaal georiënteerd. Een ander type is de geodetische koepel van Buckminster Fuller. Waar Fuller werkte met een netwerk van driehoeken voor maximale overspanning, kiest de bolwoning voor een gladde, zelfdragende schil. Geen skeletbouw maar schaalbouw. Het verschil zit in de constructieve logica. Segmentbouw versus rasterbouw.


Praktijksituaties en ruimtelijke beleving

In de praktijk dwingt de bolwoning de bewoner tot een minimalistische levensstijl. Neem het inrichten van de woonkamer op de bovenste verdieping. Een standaard rechte boekenkast tegen een bolle wand plaatsen? Onmogelijk. Er ontstaat direct een gapende, wigvormige ruimte achter het meubel waar stof zich ophoopt. Bewoners kiezen daarom vaak voor maatwerkoplossingen die de radius van de schil volgen, of ze plaatsen meubilair juist volledig vrij in de ruimte, weg van de wanden.

De logistiek binnenshuis is eveneens een technisch puzzelstuk. De centrale spiltrap in de smalle sokkel vormt de enige toegangsweg naar de leefgedeelten. Een kingsize matras of een massief eikenhouten dressoir krijgt men hier simpelweg niet naar boven. Verhuizingen verlopen daarom vaak met compacte, modulaire meubelstukken die ter plaatse in de bol worden geassembleerd. Het is een machine die efficiëntie eist.

Rondom de vensters zie je vaak creatieve oplossingen voor zonwering. Omdat de ramen rond zijn en in een hellende wand liggen, volstaan standaard gordijnrails niet. In Maaspoort zie je bewoners die werken met speciaal gebogen profielen of op maat gemaakte klemhorren die exact in de uitsparing van het beton-composiet vallen.

Onderhoud aan de buitenzijde vraagt om een specifieke aanpak. Voor het reinigen van de schil of het controleren van de kitnaden bij de vensters is een ladder onbruikbaar door de kromming. Men zet hier vaak hoogwerkers in die over de bol heen kunnen reiken, of er wordt gebruikgemaakt van technieken uit de klimsport om de bovenste segmenten veilig te bereiken. Het is architectuur die zich niet laat temmen door een standaard schildersladder.


Juridische kaders en de status van experiment

De Bolwoning is juridisch erfgoed van de status 'Experimentele Woningbouw'. In de jaren zeventig en tachtig gaf het Rijk hiermee formeel ruimte om af te wijken van de toen geldende rigide bouwvoorschriften. Zonder die specifieke ontheffingen hadden de ronde vormen de toets aan de toenmalige Bouwverordening nooit doorstaan. Vandaag de dag dicteert het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) de kaders voor renovatie en onderhoud. De functionele eisen voor daglichttoetreding en ventilatie blijven onveranderd. Ook in een schaalwoning. Een bol is immers geen vrijbrief voor wetteloosheid.

NEN 2580 vormt bij deze woningen een technisch-juridische uitdaging van formaat. Hoe bepaal je de gebruiksoppervlakte in een sfeer? De schuine wanden zorgen ervoor dat een aanzienlijk deel van het vloeroppervlak officieel niet meetelt als netto leefruimte. De meetlat langs een bol leggen is een vak apart. Alleen daar waar de hoogte minimaal 1,50 meter bedraagt, mag men spreken van bruikbaar vloeroppervlak. Dit heeft directe gevolgen voor de WOZ-waardering en de huurprijsbepaling volgens het woningwaarderingsstelsel. Het is een machine die rekent in meters, niet in emotie.


Monumentenzorg en veiligheidsnormen

Bij de bekende vijftig woningen in Den Bosch geldt de status van gemeentelijk monument. Elke ingreep aan de buitenschil is daardoor vergunningplichtig. Van de specifieke coating tot de vervanging van de karakteristieke ronde vensters; alles moet voldoen aan de richtlijnen van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. De esthetiek is hier letterlijk beschermd bij wet.

Brandveiligheid blijft een kritiek punt bij de toegepaste composietmaterialen en de verticale organisatie van de woning. De oorspronkelijke polyester prototypes voldeden vaak niet aan de huidige eisen voor branddoorslag en brandoverslag (WBDBO). Moderne aanpassingen richten zich vaak op:

  • Het aanbrengen van brandvertragende coatings op de binnenzijde van de schaal.
  • Aanpassingen in de compartimentering rondom de centrale spiltrap.
  • Het waarborgen van de vluchtwegen conform de NEN 6068 en NEN 6069.

De wet stelt hier harde grenzen aan het architectonische experiment. Veiligheid gaat voor vormvrijheid.


Van organisch ideaal naar Bossche betonbol

De kiem voor de bolwoning ligt in de turbulente jaren zestig. Een periode waarin architecten wereldwijd de traditionele woonmachine heroverwogen. Dries Kreijkamp, een kunstenaar met een visie op architectuur, begon zijn zoektocht naar een organische habitat. Zijn inspiratie? De bol als meest natuurlijke vorm. Geen opgelegd construct, maar een logisch gevolg van interne druk en externe weerstand. Terwijl de Nederlandse stedenbouw nog volop in de greep was van de wederopbouw, zocht Kreijkamp naar een manier om wonen los te koppelen van de bodem. De sokkel bood die vrijheid.

De politieke wind zat mee. In 1968 lanceerde het Ministerie van Volkshuisvesting het programma Experimentele Woningbouw. Een broodnodig ventiel. Architecten mochten hierbuiten de gebaande paden van de NEN-normen en de standaard financieringsmodellen treden. Zonder dit programma was de bolwoning nooit van de tekentafel gekomen; de vorm vloekte immers met elke toenmalige bouwregel. In de vroege jaren zeventig droomde Kreijkamp nog van bollen die per helikopter geplaatst konden worden. Lichtgewicht. Mobiel. De realiteit was weerbarstiger.

De evolutie van het materiaalgebruik weerspiegelt de technische leercurve. Aanvankelijk werd geëxperimenteerd met polyester, maar brandveiligheid en duurzaamheid dwongen tot een koerswijziging. De stap naar glasvezelversterkt beton in de vroege jaren tachtig maakte de grootschalige realisatie in Den Bosch technisch haalbaar. In 1984 vond de uiteindelijke landing plaats. Een historisch moment waarbij de abstracte visie uit de jaren zeventig werd gestold in cement en glasvezel. Het project in Maaspoort markeerde niet alleen de voltooiing van een persoonlijk oeuvre, maar ook het einde van een tijdperk waarin de overheid met durf en subsidie de grenzen van de woningbouw opzocht. Sindsdien is de bolwoning een anachronisme gebleven. Een monument van een toekomstbeeld dat nooit de standaard werd.


Vergelijkbare termen

Kubuswoning | Paalwoning | Prefabricage | Structuralisme

Gebruikte bronnen: