Bloeden

Laatst bijgewerkt: 17-01-2026


Definitie

Bloeden is het verschijnsel waarbij water in vers gestort beton naar het oppervlak stijgt doordat zwaardere bestanddelen zoals grind en cement bezinken.

Omschrijving

Zodra de betonpomp zwijgt en de trilaald zijn werk heeft gedaan, begint de zwaartekracht te trekken. De zware deeltjes in het mengsel willen omlaag, waardoor het lichtere water door microscopische kanaaltjes naar boven wordt geperst. Een lichte glans op het oppervlak is vaak het eerste teken. In beperkte mate fungeert dit bleedwater als een natuurlijke bescherming tegen te snelle uitdroging, maar de balans is fragiel. Wanneer de waterafscheiding doorslaat, ontstaan er problemen. Het stijgende water neemt fijne cementdeeltjes mee naar boven en vormt daar een zwakke, poederachtige laag: laitance. Wie deze laag te vroeg dichtsmeert of vlindert, sluit het vocht op. Het resultaat is een toplaag die later bij belasting afbladdert, hol klinkt of volledig loslaat van de rest van de vloer. Timing en mengselstabiliteit zijn hierbij de enige reddingsmiddelen.

Het fysieke proces tijdens de verharding

Het begint bij stilstand. Zodra de mechanische verdichting stopt, nemen de wetten van de fysica het over in de bekisting. De zwaardere deeltjes, waaronder het toeslagmateriaal en de cementpasta, zakken door de zwaartekracht langzaam naar de bodem van de constructie. Dit proces van sedimentatie verdringt het lichtere, niet-chemisch gebonden aanmaakwater. Het vocht zoekt de weg van de minste weerstand naar boven. Kleine verticale kanaaltjes ontstaan. De massa herstructureert zich intern.

Terwijl de korrels een stabiel skelet vormen, wordt het water door de capillaire poriën naar het oppervlak geperst. Een zilverachtige, glanzende film verschijnt op het beton. Dit effect is bij hoge wanden of diepe kolommen vaak intenser dan bij dunne vloervelden door de grotere kolomhoogte aan materiaal die druk uitoefent op de onderste lagen. Het proces houdt aan tot de hydratatie van de cementlijm de viscositeit zodanig verhoogt dat de waterverplaatsing stagneert. De snelheid van dit fenomeen hangt nauw samen met de korrelopbouw en de temperatuur van de specie.

Soms hoopt het stijgende water zich op onder horizontale hindernissen. Wapening of grotere grindkorrels blokkeren de weg naar boven, wat kan leiden tot microscopische holle ruimtes direct onder deze objecten. In de praktijk is het bereiken van het oppervlak de laatste fase van dit interne transport, waarna de interactie met de buitenlucht de verdere verdamping bepaalt. De tijdsduur waarin dit gebeurt, varieert van enkele minuten tot uren na de stort.


Factoren die waterafscheiding forceren

De mechanica achter het sedimentatieproces

De zwaartekracht is meedogenloos. Zodra de trilaald stopt, zakken zware toeslagmaterialen en cementdeeltjes naar beneden. Dit proces verdringt het lichtere, niet-gebonden aanmaakwater. Een te hoge water-cementfactor is vaak de hoofdschuldige. Er is simpelweg meer vocht aanwezig dan de cementpasta kan vasthouden. De interne structuur van het mengsel speelt hierbij een cruciale rol. Ontbreekt het aan voldoende fijne delen in het zand of de cement, dan ontstaan er grotere poriën waar het water ongehinderd doorheen schiet.

Hoge betonstorten verergeren de situatie. De druk van de bovenliggende specie perst het vocht uit de onderste lagen naar buiten. Ook de temperatuur telt mee. Bij koud weer vertraagt de binding van het cement, waardoor het venster waarin water kan ontsnappen aanzienlijk groter wordt. Bepaalde hulpstoffen, zoals vertragers, houden het mengsel langer vloeibaar. Dat geeft het water extra tijd om de weg naar de oppervlakte te vinden. Het resultaat? Een glimmende film die de voortgang van de afwerking dicteert.


Structurele en esthetische gevolgen

Interne defecten en verzwakte toplagen

Bloeden is niet zonder risico. Het stijgende water creëert microscopische verticale kanaaltjes, die de permeabiliteit van het beton verhogen. Dit maakt de constructie vatbaarder voor indringing van schadelijke stoffen van buitenaf. Onder horizontale hindernissen, zoals wapeningsstaven of grote grindkorrels, hoopt het water zich op. Er ontstaan holle ruimtes. De hechting tussen het staal en het beton neemt hierdoor af, wat de constructieve integriteit ondermijnt.

Aan de oppervlakte manifesteert zich laitance. Deze zwakke, poederachtige laag bestaat uit een mengsel van water, fijne cementdeeltjes en slib. De toplaag verliest zijn slijtvastheid. Wordt er te vroeg gevlinderd? Dan sluit men het bleedwater op onder een verdichte laag. Dit leidt onherroepelijk tot delaminatie. Grote schilfers beton laten dan later los, vaak pas als de vloer volledig in gebruik is genomen. De visuele schade is aanzienlijk, maar de technische verzwakking van de bovenste centimeters is het werkelijke probleem. Het beton stoft, bladdert en mist de noodzakelijke hardheid voor industriële toepassingen.


Gradaties in watertransport

Uniforme versus lokale waterafscheiding

Niet elk type bloeden manifesteert zich op dezelfde wijze aan het oppervlak. Bij een goed ontworpen mengsel spreekt men van normaal of uniform bloeden. Het water stijgt gelijkmatig over het gehele oppervlak. Dit creëert een dunne, glanzende film die de hydratatie juist kan ondersteunen. De balans slaat echter om bij channel bleeding. Hierbij zoekt het water zich een weg via specifieke, verticale kanalen. Er ontstaan kleine gaatjes, vergelijkbaar met minuscule vulkaantjes. Deze kanaaltjes vormen blijvende zwakke plekken in de betonstructuur en verhogen de permeabiliteit aanzienlijk. Het water kiest de weg van de minste weerstand. De interne samenhang is dan zoek.

Intern versus extern bloeden

Het proces stopt niet altijd aan de oppervlakte. Bij intern bloeden bereikt het water de bovenkant van de stort helemaal niet. Het raakt gevangen. Men ziet dit vaak onder horizontale wapeningsstaven of grote grindkorrels. Er vormt zich een waterlaagje direct onder het object, wat na verdamping resulteert in een holle ruimte. De aanhechting van het beton aan de wapening neemt hierdoor drastisch af. Extern bloeden is de zichtbare variant. Het water treedt uit de specie. Het vormt plassen. Pas wanneer dit water verdampt of wordt afgenomen, kan de verdere afwerking van de vloer beginnen.


Terminologie en technisch onderscheid

Zweten en waterafscheiding

In de praktijk op de bouwplaats wordt bloeden vaak simpelweg 'zweten' genoemd. Hoewel de termen synoniem zijn, dekt waterafscheiding de technische lading beter. Het is een vorm van sedimentatie. Toch is er een cruciaal onderscheid met ontmenging (segregation). Waar bloeden specifiek gaat over het transport van water naar boven, slaat ontmenging op de totale instabiliteit van het mengsel waarbij het zware grind naar de bodem zakt en de fijne mortel bovenin overblijft. Bloeden is vaak een symptoom van ontmenging, maar niet elke bloedende vloer is technisch gezien volledig ontmengd.

Laitance als residu

Verwar bloeden niet met laitance. Laitance, of de cementhuid, is het poederachtige resultaat van overmatig bloeden. Het is de melkachtige substantie van water, kalksteenmeel en fijne cementdeeltjes die achterblijft nadat het bleedwater is verdwenen. Bloeden is het proces; laitance is de schade. Wie te vroeg begint met vlinderen, mengt dit zwakke residu terug in de toplaag, wat later onvermijdelijk leidt tot delaminatie en afbladderen. Soms wordt ook de term 'bleeding capacity' gebruikt om de maximale hoeveelheid water aan te duiden die een specifiek mengsel kan afscheiden voordat de structuur stabiliseert.


Praktijksituaties en visuele herkenning

Stel je een vers gestorte betonwand voor van drie meter hoog. De druk onderin de bekisting is enorm door het gewicht van de specie. Na een kwartier zie je kleine, zilverachtige straaltjes water langs de bekistingsplaten omhoog kruipen naar de kop van de wand. Dit is typisch verticaal transport. Bovenop de wand vormt zich een laagje troebel water. Als dit niet wordt afgevoerd of kan verdampen, blijft er na droging een zachte, witte koek achter. Dat is laitance. Krab je er later met een schroevendraaier overheen? Dan trek je zo de toplaag weg.

Bij het storten van een grote bedrijfsvloer is de timing van de afwerker cruciaal. De vloer glimt als een spiegel in het strijklicht van de bouwlampen. Een ervaren betonwerker doet de 'duimproef'. Hij drukt zijn duim in het oppervlak. Loopt de afdruk direct vol met water? Dan is het beton nog aan het bloeden. Begint hij nu met vlinderen, dan drukt hij het water terug de toplaag in. Het resultaat zie je pas maanden later: de vloer begint te 'stoffen' of er ontstaan kleine blazen doordat het opgesloten water alsnog een weg naar buiten zocht.

In een zwaar gewapende funderingsbalk vindt een onzichtbaar proces plaats. Onder de dikke, horizontale wapeningsstaven hoopt het stijgende water zich op. Het kan niet verder omhoog. Er ontstaan microscopische waterlenzen precies onder het staal. Na verharding zijn dit holle ruimtes. De aanhechting tussen het beton en de wapening is hierdoor lokaal onderbroken. Dit merk je pas bij een destructief onderzoek of wanneer de constructie op maximale trek wordt belast. Het beton is daar simpelweg niet massief.


Normatieve kaders voor mengselstabiliteit

NEN-EN 206 vormt de ruggengraat van de betontechnologie in Europa. Deze norm, in Nederland onlosmakelijk verbonden met de NEN 8005, stelt strikte eisen aan de eigenschappen van vloeibare betonmortel. Hoewel deze standaarden geen exacte liters bleedwater per vierkante meter verbieden — natuurkunde laat zich immers lastig vangen in een absoluut verbod — eisen ze wel een stabiel en homogeen mengsel. De duurzaamheid staat centraal. Een betonmortel die dermate bloedt dat de toplaag verzwakt, faalt simpelweg in het leveren van de voorgeschreven milieuklasse-eigenschappen. De BRL 1801, die de basis vormt voor het KOMO-productcertificaat voor betonmortel, legt de nadruk op procesbeheersing. Als een centrale beton levert dat door een foutieve water-cementfactor excessief water afscheidt, voldoet het product niet aan de prestatie-eisen die de wetgever via het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) indirect afdwingt.


Eurocode 2 en de invloed op constructieve veiligheid

De constructeur kijkt anders naar bloeden. Via de NEN-EN 1992-1-1, beter bekend als Eurocode 2, wordt de impact van waterafscheiding vertaald naar rekenregels voor de aanhechting van wapeningsstaal. De norm maakt een hard onderscheid tussen 'goede' en 'matige' aanhechtingscondities. Horizontale wapening die in het bovenste deel van een element ligt — denk aan de bovenste 30 centimeter van een balk of wand — wordt per definitie als 'matig' ingeschaald. Waarom? Omdat stijgend water en luchtbellen zich onder deze staven verzamelen. Dit proces verzwakt de grip van het beton op het staal aanzienlijk. De wet schrijft hierom grotere verankeringslengtes voor. Een directe correctie op een fysisch probleem. Wie dit negeert, riskeert constructief falen bij maximale belasting. Veiligheidsfactoren vangen veel op, maar de wetgever rekent op een correcte uitvoering conform deze standaarden.


De evolutie van waterbeheersing in beton

Vroeger was beton simpelweg nat. Veel te nat. De Romeinen kampten al met ontmenging bij hun opus caementicium, al ontbrak de term bloeden in hun vocabulaire. Pas met de opkomst van modern Portlandcement rond 1900 verscheen het verschijnsel systematisch in de vakliteratuur. Men zag de glans op de verse stort. Men vreesde de laitance. De controle over de specie bleef echter decennialang beperkt tot de intuïtie van de stortmeester op de bouwplaats.

In de jaren '20 bracht de water-cementfactor van Duff Abrams de eerste wetenschappelijke omwenteling. Inzicht in porositeit veranderde de visie op mengselstabiliteit radicaal. Plotseling was die laag water bovenop niet langer een handig smeermiddel voor de afwerking, maar een symptoom van een zwak intern skelet. De techniek verschoof langzaam van 'vloeibaar maken met water' naar 'vloeibaar maken met korrelgradatie'. De introductie van luchtbelvormers in de jaren '40 bood een onverwachte remedie; de microscopische belletjes blokkeerden de capillaire stijgkanaaltjes van het bleedwater fysiek. Een doorbraak in duurzaamheid.

De echte kanteling kwam met de superplastificeerders in de jaren '70. Deze hulpstoffen maakten het mogelijk om vloeibaar beton te produceren zonder de enorme wateroverschotten die bloeden onvermijdelijk maakten. De moderne betontechnologie degradeerde waterafscheiding hiermee van een geaccepteerd natuurverschijnsel tot een procesfout. Waar men vroeger vertrouwde op visuele tolerantie, dicteren de huidige NEN-EN 206 en de Eurocodes nu strikte stabiliteitslimieten. De geschiedenis van bloeden is in feite de geschiedenis van de strijd tegen overtollig aanmaakwater. Een strijd die we met chemie hebben gewonnen, maar die bij een foutieve dosering direct weer oplaait.


Vergelijkbare termen

Beton | Water-cementfactor | Bleeding | Ontmenging | Water-cementfactor

Gebruikte bronnen: