De uitslag bepaalt alles. Eerst wordt de exacte vorm van de binnenboom op een mal of digitale werktekening uitgezet, waarbij de specifieke hoekverdraaiing van de treden de leidraad vormt. Bij houten constructies is lamellering de standaard voor gebogen vormen. Meerdere dunne lagen hout worden onder hoge druk in de gewenste radius verlijmd tot een vormvast geheel. Dit voorkomt tordering na plaatsing. Rechte varianten worden vaak uit massief hout of robuust plaatmateriaal gezaagd. Precisiewerk volgt bij het uitfresen van de tredenesten.
p>Deze uitsparingen, ook wel nesten genoemd, vangen de kopse kanten van de treden op zodat deze exact verzinken in de boom. Men noemt dit inkrozen. Bij stalen uitvoeringen is lasersnijden uit plaatstaal of het samenstellen van kokerprofielen middels lasverbindingen gebruikelijk. De montage op de bouwplaats start met de verankering van de boom aan de vloer en de bovenliggende constructie. De treden fungeren hierbij als cruciale koppelstukken die de binnenboom verbinden met de buitenboom. Een solide geheel ontstaat. Soms vervangt een centrale spil de traditionele boomstructuur, waarbij de treden rechtstreeks in de kolom worden bevestigd.Niet elke binnenboom volgt hetzelfde pad. De meest prominente scheiding ligt tussen de gebogen binnenboom en de rechte variant. Bij een trap met een kwartslag of een volledige spil-loze wenteling moet de boom de draaiing van de trap fysiek volgen. Dit vereist complexe productietechnieken zoals lamellering, waarbij dunne houtlagen in een mal worden geperst. De vorm dicteert hier de stijfheid. Bij een rechte steektrap die niet tegen een muur staat, spreken we technisch gezien ook van een binnenboom als deze aan de 'open' zijde van de verkeersstroom ligt, al zijn de constructieve uitdagingen daar minder extreem.
Een fundamenteel verschil in uitvoering is de keuze tussen een ingekroosde boom en een keepboom. De ingekroosde variant is de standaard in de Nederlandse woningbouw. De treden zitten opgesloten in uitgefreesde nesten. Het oogt rustig. De keepboom daarentegen is een 'gezaagde' boom. De treden liggen bovenop de uitgezaagde tanden. Dit geeft een trapsgewijs silhouet aan de binnenzijde van de trap. Vaak toegepast in moderne architectuur waar de constructie gezien mag worden. Rauw en eerlijk.
Vaak ontstaat er verwarring tussen een binnenboom en een spil. Een spil is een centrale, verticale kolom waar treden direct aan bevestigd worden. De binnenboom daarentegen is een meelopend, wang-achtig element. Bij een spiltrap fungeert de paal als hart; bij een trap met een open binnenboom ontstaat er een vide-effect in het midden van het trappenhuis. Het trapgat blijft luchtig.
Soms zien we de vrijdragende binnenboom. Deze rust enkel op de vloer en de verdiepingsrand, zonder tussensteunpunten. Dat vereist een enorme stijfheid in de verbindingen met de treden. De treden fungeren dan als structurele dwarsverbanden die de binnenboom koppelen aan de buitenboom. Een technisch samenspel. Zodra de trap een middenboom krijgt, vervalt het concept van de binnenboom; de ondersteuning verhuist dan naar de as van de treden.
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) is onverbiddelijk. Trappen moeten veilig zijn. Punt. De binnenboom draagt hierin een zware constructieve verantwoordelijkheid als onderdeel van de hoofddraagconstructie van de trap. Volgens de Eurocodes — NEN-EN 1995 voor hout en NEN-EN 1993 voor staal — moet de boom de rekenwaarde van de belasting zonder bezwijken kunnen opvangen. Tordering of overmatige trillingen zijn uit den boze. Constructeurs berekenen dit tot achter de komma.
NEN 3509 is de leidraad voor de geometrie. Omdat de treden bij de binnenboom hun minimale breedte opzoeken, moet de uitslag exact voldoen aan de eisen voor de 'wel' en de 'aantrede' op de looplijn. Een te krappe bocht maakt de trap onveilig en voldoet simpelweg niet aan de wettelijke gebruiksbesluiten. Vaak dient de binnenboom ook als ankerpunt voor het leuningwerk. Wettelijk is een leuning verplicht bij een hoogteverschil groter dan 1000 millimeter. De verbinding tussen boom en leuning moet de voorgeschreven horizontale kracht kunnen weerstaan. Veiligheid door precisie.
De evolutie van de binnenboom markeert de verschuiving van brute kracht naar berekende elegantie binnen de trappenbouw. Oorspronkelijk was de spil de wet. Een massieve centrale stam waarin treden werden verankerd. Maar de architectuur verlangde naar licht en transparantie in het trappenhuis. De binnenboom ontstond als technisch antwoord om de kern van de trap te openen. In de zeventiende en achttiende eeuw was dit het domein van de meester-trapmaker. Geen rekenmodellen, maar pure intuïtie en de 'uitslag' op ware grootte op de zoldervloer van de werkplaats. Het buigen van massief hout vereiste toen nog stoom en geduld.
Met de opkomst van de industriële houtbewerking in de negentiende eeuw veranderde de methodiek fundamenteel. De introductie van lamellering — het verlijmen van dunne lagen hout — zorgde voor een revolutie in vormvastheid. Voorheen tordeerden gebogen binnenbomen door schommelingen in de luchtvochtigheid. De gelamineerde boom maakte complexere, slankere constructies mogelijk zonder dat de trap zijn structurele integriteit verloor. In de twintigste eeuw dwong de regelgeving, zoals de vroege NEN-normen, tot een verdere standaardisatie van de verdrijving. Wat ooit een geheim gilde-ambacht was, werd een wiskundige exercitie. Tegenwoordig stuurt een digitaal ontwerp direct de CNC-frees of lasersnijder aan. De ambachtelijke mal is vervangen door een algoritme. De functie bleef gelijk; de precisie nam exponentieel toe.