De montage van beschot geschiedt direct tegen de dragende elementen van de constructie. Bij daken zijn dit veelal de sporen of gordingen, terwijl bij wanden de verticale stijlen de basis vormen. Men bevestigt de delen haaks op de overspanning. Dit maximaliseert de constructieve schijfwerking. Planken of platen. Bij massieve houten delen schuift de messing nauwsluitend in de groef, waarbij de vakman nauwlettend toeziet op de onderlinge aansluiting zodat er geen ongewenste kieren ontstaan die de winddichtheid van de gehele gebouwschil in gevaar zouden kunnen brengen tijdens stormachtig weer. Vastzetten gebeurt met nagels of schroeven op elk snijpunt met de onderliggende balken.
Plaatmaterialen vragen om een verspringend legpatroon. Altijd in halfsteensverband. Nadat de eerste rij is gefixeerd, volgt de tweede met een verspringing van minimaal één balkafstand. Dit voorkomt zwakke lijnen in het vlak. Randen worden strak afgezaagd bij de overgang naar goten, nokken of hoeken van de gevel voor een naadloze overgang. Een vlak resultaat is het einddoel. Het vormt de noodzakelijke ondergrond voor waterkerende folies en de verdere esthetische afwerking van het pand. Geen speling toegestaan. Strakke aansluitingen bij de hoeken waarborgen de winddichtheid. Er mag geen tocht ontstaan door kieren in de schil.
Materialen bepalen de naam. Waar men decennialang gretig greep naar vurenhouten delen met hun karakteristieke messing-en-groefverbinding, daar zwaait tegenwoordig het plaatmateriaal de scepter op de bouwplaats. OSB of multiplex. Plaatbeschot werkt sneller. Het biedt door de grote afmetingen direct een enorme constructieve stijfheid aan de kap of wand, een eigenschap die we de schijfwerking noemen. Vurenhouten delen, ook wel veer-en-groefplanken genoemd, blijven echter onmisbaar bij restauraties of wanneer de onderzijde van het dak in het zicht blijft. Het oog wil ook wat. Grenen wordt soms gebruikt, maar vuren is de standaard.
Het onderscheid tussen dakbeschot en wandbeschot is essentieel voor de detaillering. Dakbeschot vangt de verticale lasten van dakpannen of sneeuw op en transporteert deze naar de sporen. Wandbeschot fungeert vaker als verstijving van een houtskeletbouwframe of als drager voor gevelbekleding. Soms spreekt men van 'beschot' bij een schutting of eenvoudige berging, maar in de serieuze utiliteitsbouw doelt men vrijwel altijd op de dragende schil van de gebouwschil.
Moderne tijden vragen om snelheid. Sandwichpanelen vormen hier de overtreffende trap van het traditionele beschot. Hierbij is de laag hout — vaak spaanplaat of multiplex — al in de fabriek verlijmd met een dikke laag isolatiemateriaal zoals PIR of EPS. Men noemt dit ook wel geïsoleerd dakbeschot. Het is een kant-en-klaar element. Eén handeling voor isolatie en beschot tegelijk. Efficiëntie pur sang.
Let op de verwarring met regelwerk. Hoewel beide constructief zijn, dient beschot altijd als een gesloten vlak. Lattenwerk of tengels zijn dat niet. Bij historische panden kom je soms nog asbesthoudend beschot tegen, vaak in de vorm van grijze, harde platen die direct op de gordingen liggen. Dit vraagt om een geheel andere benadering bij renovatie. Modern vezelcementbeschot is de veilige, hedendaagse variant hiervan, veelal toegepast in situaties waar hoge brandwerendheid een harde eis is. Brandveiligheid boven alles. Soms wordt ook de term 'dakbeschot' losjes gebruikt voor een folie die over de sporen wordt gespannen, maar technisch gezien is dit onjuist; een beschot is per definitie rigide.
Een zolderrenovatie bij een monumentaal pand vraagt om authenticiteit. Hier zie je vaak vurenhouten delen met een messing-en-groefverbinding die direct op de gordingen worden gespijkerd. De onderzijde blijft vaak in het zicht; de bewoner kijkt vanuit bed direct tegen het blanke hout aan. Het oogt warm en degelijk. Tegelijkertijd biedt dit traditionele beschot de broodnodige stijfheid aan de eeuwenoude kapconstructie die anders zou kunnen torderen.
Houtskeletbouw op een winderige locatie in de polder. OSB-platen van 18 millimeter dik worden in halfsteensverband tegen de verticale stijlen gemonteerd. Geen kieren toegestaan. De platen transformeren de losse staanders tot een stijve schijf die voorkomt dat de wanden gaan scharen onder de enorme winddruk. Een paar flinke nagels met een schiethamer op elk snijpunt volstaan. Het is puur constructief. Esthetiek speelt hier geen rol, want de gevelafwerking dekt alles af.
De moderne prefab-aanpak bij een seriematig woningbouwproject. Vergeet losse planken. Een kraan hijst reusachtige sandwichpanelen op hun plek. Aan de binnenzijde zie je een wit afgelakte spaanplaat, in de kern zit hoogwaardige PIR-isolatie en de toplaag fungeert als het eigenlijke beschot waarop de tengels en panlatten worden geschroefd. Efficiëntie op de bouwplaats is hier het sleutelwoord. Eén hijsbeweging vervangt drie arbeidsgangen.
Een robuuste kapschuur achterin een tuin. Hier kiest de vakman vaak voor douglas beschot met een vellingkantje. Het hoeft niet volledig luchtdicht te zijn voor een woonklimaat, maar het moet wel de zware keramische pannen dragen en het geheel een landelijk uiterlijk geven. De planken werken onder invloed van de luchtvochtigheid. De messing-en-groefverbinding vangt dit op zonder dat er gaten in het dakvlak vallen.
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) vormt de wettelijke basis voor de toepassing van beschot in de Nederlandse bouw. Veiligheid staat voorop. Voor de constructieve onderbouwing van houten beschot is NEN-EN 1995-1-1, beter bekend als Eurocode 5, de aangewezen norm. Deze norm schrijft voor hoe de sterkte en stijfheid van de constructie berekend moeten worden. Schijfwerking is hierbij cruciaal. Een dakvlak moet immers bestand zijn tegen windbelasting en sneeuwlast zonder te vervormen. De dikte van de platen of planken is geen nattevingerwerk. Het is het resultaat van mechanische berekeningen. Stabiliteit gegarandeerd. Bij toepassing van plaatmaterialen zoals OSB of multiplex dient het materiaal bovendien te voldoen aan de CE-markering conform NEN-EN 13986 voor gebruik in de bouw.
Brand slaat genadeloos toe. Daarom stelt het BBL strikte eisen aan de brandklasse van materialen in de gebouwschil. NEN-EN 13501-1 is de meetlat. Onbehandeld vurenhout valt meestal in brandklasse D, wat voor veel standaardtoepassingen volstaat. Maar niet altijd. Soms eist de regelgeving een hogere classificatie. Denk aan vluchtwegen of gebouwen die dicht op de perceelgrens staan. NEN 6068 wordt dan relevant voor het bepalen van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO). In dergelijke gevallen moet het beschot worden behandeld met brandvertragende middelen of worden vervangen door onbrandbare alternatieven zoals vezelcementplaten. Veiligheid is niet onderhandelbaar.
Renovatie brengt risico's met zich mee. Vooral bij panden van vóór 1994. Het Asbestverwijderingsbesluit 2005 is hier onverbiddelijk. Asbesthoudend beschot, vaak in de vorm van harde cementplaten, mag niet zonder meer worden verwijderd of bewerkt. Een asbestinventarisatie is verplicht voor de sloop of verbouwing begint. Gecertificeerde bedrijven moeten de sanering uitvoeren. Geen uitzonderingen. Daarnaast moet bij na-isolatie van bestaand beschot rekening worden gehouden met de thermische eisen uit het BBL voor renovatie. De minimale Rd-waarde moet worden behaald. Dampdoorlatendheid is daarbij een technisch aandachtspunt om houtrot te voorkomen. Vocht is de vijand van een gezonde constructie.
Vroeger was het simpel. Men gebruikte wat het bos bood. Ruwe planken direct op de sporen. Geen messing, geen groef. Gewoon koud tegen elkaar aan getimmerd. Dit veranderde drastisch met de opkomst van de stoomzagerij halverwege de negentiende eeuw. Opeens was mechanische precisie mogelijk. De massale productie van gestandaardiseerde vurenhouten delen met een messing-en-groef verbinding markeerde een technisch keerpunt; het dakvlak transformeerde van een losse verzameling planken in een gesloten, winddicht schild dat stuifsneeuw en tocht eindelijk buiten de deur hield.
Planken werden platen. De jaren zestig van de vorige eeuw brachten een fundamentele verschuiving door de grootschalige introductie van multiplex en later spaanplaat op de bouwplaats. Efficiëntie werd leidend. Waar een timmerman voorheen urenlang smalle houten delen vastsloeg, boden deze nieuwe plaatmaterialen de mogelijkheid om in één handeling meters te maken en direct constructieve schijfwerking aan te brengen. De enorme woningbehoefte na de Tweede Wereldoorlog dreef deze industrialisatie aan. OSB volgde later als een specifiek voor de constructie ontwikkeld, kostenefficiënt alternatief waarbij de esthetiek van het hout volledig ondergeschikt raakte aan de technische prestaties.
De modernisering stopte niet bij de plaat. De laatste decennia is de rol van het beschot geëvolueerd van een passieve drager naar een integraal onderdeel van de thermische schil. De opkomst van het zelfdragende sandwichpaneel in de jaren tachtig verving de traditionele opbouw. Isolatie, dampremming en beschot versmolten tot één product. Het is een technologische sprong. Wat begon als een ambachtelijke handeling met hamer en spijker, is nu veelal een logistiek proces waarbij de kraan de snelheid van de montage bepaalt.
Joostdevree | Nl.wikipedia | Encyclo | Dakdekkeraanhuis | Solarmagazine | Blankersdakdekkers