De constructie van een berlinerwand vangt aan met het aanbrengen van de verticale stalen profielen. Deze profielen worden op exact bepaalde tussenafstanden in de ondergrond gedreven. Afhankelijk van de bodemgesteldheid en de nabijheid van belendingen gebeurt dit door middel van trillen, heien of het plaatsen in voorgeboorde gaten. Bij die laatste methode worden de boorgaten onder de ontgravingsgrens vaak gevuld met beton voor de voetinklemming, terwijl het deel daarboven met een zwak mengsel of zand wordt aangevuld.
Het ontgraven geschiedt in fases. Telkens wordt een beperkte diepte vrijgelegd. Direct daarna volgt de montage van de horizontale beschoeiing. De planken of platen worden handmatig of mechanisch tussen de flenzen van de staanders geschoven. Nauwsluitend werken is cruciaal. Om elke vorm van grondontspanning te vermijden, worden de ruimtes tussen de beschoeiing en de natuurlijke grondwand direct opgevuld. Vaak gebeurt dit door de beschoeiing met houten wiggen strak tegen de grond aan te persen. Een secure handeling.
Bij diepere bouwputten is extra horizontale stijfheid vereist. Er worden dan stalen gordingen over de profielen aangebracht, die op hun beurt weer worden gekoppeld aan groutankers of stempelramen. Deze ankers houden de wand op zijn plek wanneer de gronddruk toeneemt bij verdere verdieping. Het proces herhaalt zich cyclisch: graven, beschoeien, borgen. Zo groeit de wand van boven naar beneden mee met de voortgang van de ontgraving. Omdat de verbindingen tussen de elementen niet waterdicht zijn, blijft de inzet van een bemaling gedurende de gehele gebruiksperiode van de wand een vast onderdeel van de procesgang in watervoerende lagen.
Hoewel de term vaak direct associaties oproept met houten balken, is de keuze voor de horizontale vulling sterk afhankelijk van de gebruiksduur en de belasting. Meestal past de aannemer naaldhout toe, zoals vuren of grenen, vanwege de lage kosten en de eenvoudige verwerking op de bouwplaats. Bij projecten waarbij de wand langer dan een jaar moet blijven staan, of waar brandveiligheidseisen streng zijn, kiest men voor prefab betonelementen. Deze betonnen platen worden exact op maat tussen de flenzen van de stalen profielen geschoven. In uitzonderlijke gevallen, vaak bij extreme gronddruk of zeer specifieke industriële toepassingen, worden stalen rijplaten of speciaal gewalste profielen als beschoeiing ingezet. De dikte van de beschoeiing varieert logischerwijs met de vrije overspanning tussen de profielen.
De methode waarmee de stalen H-profielen in de bodem worden gebracht, creëert wezenlijke varianten in het systeem. De traditionele berlinerwand maakt gebruik van geheide of getrilde profielen. Snel. Goedkoop. Maar vaak problematisch in stedelijk gebied. Daarom is de voorgeboorde berlinerwand tegenwoordig de standaard in gevoelige omgevingen. Hierbij wordt eerst een gat geboord, waarna het profiel erin wordt gehangen. De ruimte onder de bodem van de bouwput wordt volgestort met beton voor de noodzakelijke voetinklemming, terwijl de rest van de schacht wordt gevuld met een zwakker mengsel of zand. Dit minimaliseert de invloed op nabijgelegen funderingen van monumentale panden.
Een berlinerwand is geen damwand. Dat is een essentieel verschil. Waar een damwand door zijn in elkaar grijpende sloten een waterremmende functie heeft, is de berlinerwand inherent waterdoorlatend. Grondwater stroomt tussen de planken door de bouwput in als er geen bemaling aanwezig is. Verwarring ontstaat ook vaak met de soldatenwand of de palenwand. Een palenwand bestaat uit een aaneengesloten rij van boorpalen, terwijl de berlinerwand een discontinu systeem is waarbij de gronddruk tussen de stalen staanders moet worden overbrugd door de beschoeiing. Het is een flexibel systeem; het kan kleine vervormingen opvangen die bij stijvere betonwanden tot scheurvorming zouden leiden. In de praktijk fungeert de wand uitsluitend als tijdelijke kering. Voor permanente constructies wijkt men meestal uit naar robuustere, waterdichte alternatieven zoals diepwanden of CSM-wanden.
De geur van vers gezaagd vurenhout en roestig staal. Op een krappe bouwplaats in de binnenstad, waar een nieuwe parkeerkelder moet komen, zie je de berlinerwand in actie. De graafmachine haalt voorzichtig de eerste anderhalve meter grond weg. Direct daarna schuiven twee vakmensen dikke vuren balken tussen de flenzen van de stalen H-profielen. Een secure klus. Met houten wiggen en een moker slaan ze de beschoeiing klemvast tegen de achterliggende grondwand. Geen ruimte voor ontspanning van de bodem. Dit proces herhaalt zich meter voor meter, dieper de grond in.
Langs de rand van een diepe ontgraving voor een fietstunnel herken je de wand direct aan het 'gestreepte' uiterlijk van horizontaal hout en verticaal staal. Soms zie je halverwege de diepte een zware horizontale stalen balk over de profielen lopen. Dit is de gording. Hieraan zitten de groutankers vast die schuin de grond in verdwijnen. Essentieel om de wand op zijn plek te houden als de druk toeneemt. Let ook op de bodem: die moet kurkdroog zijn. Je ziet vaak slangen van de bronbemaling langs de wand lopen. Zonder die actieve bemaling zou het water namelijk zo tussen de kieren van de houten planken door naar binnen sijpelen.
In situaties waar brandveiligheid of een langere doorlooptijd een rol speelt, zie je een variatie. Geen hout, maar grijze betonplaten die tussen de kolommen zijn neergelaten. Het principe blijft gelijk. De wand vormt een tijdelijke, robuuste barrière die de druk van de naastgelegen weg of fundering opvangt, totdat de definitieve betonconstructie van het gebouw de taak overneemt.
De constructieve integriteit van een berlinerwand valt onder de Eurocodes. Cruciaal hierbij is de NEN-EN 1997 (Eurocode 7), die de geotechnische ontwerpregels voorschrijft. Deze norm dwingt de constructeur om berekeningen uit te voeren voor zowel de structurele bezwijking (STR) als het geotechnisch evenwicht (GEO). Veiligheidsfactoren worden toegepast op de grondparameters en de belastingen. De stalen profielen zelf moeten voldoen aan de eisen in de NEN-EN 1993 (Eurocode 3) voor staalconstructies. Voor het houtwerk, indien toegepast als tijdelijke beschoeiing, geldt de NEN-EN 1995 (Eurocode 5), hoewel de praktijkvaardigheid van de vakman ter plaatse vaak de doorslag geeft bij de exacte passing.
Wanneer de wand verankerd wordt, komt de NEN-EN 1537 in beeld. Deze norm specificeert de uitvoering van speciale geotechnische werken met betrekking tot grondankers. Testen van de ankers is een wettelijke verplichting. Het gaat hierbij om geschiktheidsproeven en controleproeven om de houdkracht in de specifieke bodemlagen te verifiëren. Een foutmarge is er nauwelijks.
Sinds de invoering van de Omgevingswet en het bijbehorende Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) zijn de regels rondom bouwveiligheid aangescherpt. De berlinerwand wordt vaak ingezet op de grens van percelen. Monitoring is dan geen luxe maar een eis. De trillingen bij het aanbrengen van de profielen moeten binnen de grenswaarden van de SBR-richtlijnen blijven om schade aan belendingen te voorkomen. Vooral bij monumentale panden zijn deze limieten uiterst strikt. Geen risico. De aannemer moet vaak een trillings- en monitoringsplan overleggen aan het bevoegd gezag.
Omdat een berlinerwand niet waterdicht is, speelt ook de regelgeving rondom grondwaterbeheer een grote rol. Voor de noodzakelijke bronbemaling is onder de nieuwe wetgeving vaak een meldingsplicht of vergunning vereist in het kader van de waterschapsverordening. De lozing van dit water op het riool of oppervlaktewater is aan strikte milieuregels gebonden. Het gaat dan om debieten en de kwaliteit van het retourwater.
Berlijn, eind negentiende eeuw. De stad barstte uit haar voegen. De noodzaak voor een modern metronetwerk dwong ingenieurs tot creatieve oplossingen in de beruchte rulle zandgrond van de Duitse hoofdstad. Zo ontstond de Berliner Verbau. Tot die tijd vertrouwde de bouwsector op volledig houten beschoeiingen, maar die bleken bij grote dieptes vaak onbetrouwbaar en gevaarlijk. De ambitieuze plannen voor de U-Bahn rond 1900 vroegen om een robuuster systeem dat de enorme gronddruk kon weerstaan zonder de monumentale bovengelegen bebouwing te laten verzakken. Een technisch waagstuk.
De innovatie was even simpel als doeltreffend: stalen I-profielen vormden een stabiel skelet. In plaats van houten palen te slaan die onder druk bogen, boden deze stalen staanders de mogelijkheid om tijdens het graven stapsgewijs horizontale planken aan te brengen. Een revolutie in veiligheid. Het systeem bleek uiterst flexibel voor de grillige ondergrondse infrastructuur van een groeiende metropool. Het werkte. Het was efficiënt. De techniek verspreidde zich daarna wereldwijd.
In de loop van de twintigste eeuw volgde de technische verfijning. Waar men vroeger uitsluitend vertrouwde op brute heikracht met stoomhamers, introduceerde de naoorlogse bouwperiode hydraulische trilblokken en trillingsvrije boormethodieken. De houten beschoeiing kreeg gezelschap van prefab beton en staalplaten voor permanente toepassingen. De kern bleef echter ongewijzigd. Een pragmatisch antwoord op ruimtelijke krapte. Vandaag de dag is de berlinerwand de directe nazaat van die eerste metro-sleuven onder de Friedrichstraße, uitgevoerd met de geotechnische precisie van de eenentwintigste eeuw.
Joostdevree | Nl.wikipedia | Encyclo | Wikiwand | Emis.vito | M-funderingen | Damsteegtwaterwerken | Wdambv | Krings | Smetgroup | Gebrdekoning | Fixfunderingen