De vaststelling van de energieprestatie begint bij de invoer van de volledige gebouwgeometrie in gevalideerde rekensoftware. Een gecertificeerd adviseur vertaalt de bouwtekeningen naar een numeriek model waarin elk oppervlak, elke oriëntatie en elke thermische eigenschap wordt vastgelegd. Het gaat om data. De software simuleert de energiebalans op basis van de rekenregels uit de NTA 8800. Men bepaalt de warmtevraag door de isolatiewaarden van de schil te combineren met de invloed van koudebruggen en de mate van luchtdichtheid.
Tijdens het rekenproces vindt een integratie van installatietechnische componenten plaats. Rendementen van warmteopwekkers, de specifieke vermogens van ventilatoren en de opbrengst van hernieuwbare energiebronnen zoals PV-panelen worden ingevoerd op basis van productkaarten. De berekening is een continu proces. Vaak wordt tijdens de bouw gecontroleerd of de toegepaste materialen overeenkomen met de uitgangspunten in het ontwerp. Er worden dossierstukken verzameld. Foto's van de aangebrachte isolatie en technische specificaties van de geleverde installaties dienen als bewijslast.
De laatste fase is de fysieke opname op de bouwplaats. Een adviseur verifieert ter plaatse of de werkelijkheid strookt met het digitale model. Geen aannames meer. De definitieve waarden voor de drie BENG-indicatoren worden berekend en de adviseur registreert het energielabel in de landelijke database. Deze registratie vormt de formele afronding van de methodiek.
BENG is geen monolithisch getal zoals de oude EPC dat was. Het systeem valt uiteen in drie losstaande indicatoren die elk een eigen grenswaarde kennen. Men moet op alle drie de onderdelen een voldoende scoren; compensatie tussen de indicatoren is niet toegestaan. Een gebouw met een overdaad aan zonnepanelen kan dus nog steeds worden afgekeurd als de thermische schil ondermaats presteert.
De exacte grenswaarden van de BENG-indicatoren zijn niet voor elk gebouw gelijk. Er vindt een scherpe differentiatie plaats op basis van de gebruiksfunctie. Voor een woning gelden wezenlijk andere eisen dan voor een kantoor, een school of een ziekenhuis. Bij utiliteitsgebouwen speelt bovendien de verlichting een grote rol in de berekening van BENG 2, terwijl dit bij woningen buiten beschouwing blijft. Dit onderscheid voorkomt dat een energie-intensieve functie zoals een datacentrum onrealistische doelen opgelegd krijgt.
Onlosmakelijk verbonden met de BENG-systematiek is de TOjuli. Hoewel technisch gezien geen BENG-indicator, is het een dwingende eis in het Bouwbesluit om oververhitting in de zomer te beperken. Voor woningen zonder actieve koeling moet dit risicogetal onder de grenswaarde van 1,20 blijven. Ontwerpers moeten hierdoor vaak al in de vroege fase keuzes maken over zonwering, overstekken of de kleur van de gevel. Een lage BENG 1-score door veel glas op het zuiden kan immers leiden tot een onacceptabel hoge TOjuli.
In de dagelijkse praktijk ontstaat vaak verwarring tussen BENG en de NTA 8800. BENG is de wettelijke eis, terwijl de NTA 8800 de rekenmethode is waarmee die eis wordt gecontroleerd. Men moet BENG ook niet verwarren met BREEAM of GPR Gebouw; die laatste zijn vrijwillige certificeringen die veel breder kijken naar duurzaamheid en ecologie. BENG richt zich puur op de energetische prestatie van het object zelf.
| Begrip | Focus | Status |
|---|---|---|
| BENG | Energieprestatie-eisen | Wettelijk verplicht |
| NTA 8800 | Rekenmethodiek | Landelijk vastgesteld |
| TOjuli | Zomercomfort / Koellast | Onderdeel van toetsing |
| NOM | Nul-op-de-meter | Ambitieniveau (vrijwillig) |
Een architect ontwerpt een vrijstaande woning met een grillige vorm en veel uitstulpingen. Esthetisch fraai. Technisch een uitdaging. Door het grote geveloppervlak ten opzichte van het vloeroppervlak schiet de BENG 1-waarde omhoog. De warmtevraag is simpelweg te groot. Om de vergunning rond te krijgen, moet de isolatiedikte in de spouw naar 160 mm hoogwaardige PIR en wordt er gekozen voor triple glas met een g-waarde die specifiek is afgestemd op de oriëntatie. De schil wordt leidend.
In de utiliteitsbouw, denk aan een modern distributiecentrum, speelt verlichting een hoofdrol bij BENG 2. Men installeert ledverlichting met daglichtsturing en aanwezigheidssensoren. Het resultaat? Een forse daling in het primair fossiel energieverbruik. Omdat het dakvlak enorm is, wordt dit volgelegd met PV-panelen. Hiermee schiet de score voor BENG 3 (hernieuwbare energie) ver boven de wettelijke ondergrens uit. De overcapaciteit op het dak compenseert echter nooit een lekke of slecht geïsoleerde gevel.
Hitte in de zomer. Een rijwoning met een grote schuifpui op het zuiden loopt vast op de TOjuli-eis. De simulatie voorspelt een onacceptabel risico op oververhitting. De bouwer kan twee kanten op. Optie één: het installeren van een actieve koelinstallatie, zoals een warmtepomp die kan omkeren. Hiermee vervalt de TOjuli-eis direct. Optie twee: passieve maatregelen. Er komen screens aan de buitenzijde en een overstek boven het terras. Geen koeling nodig. De bewoner houdt een comfortabel klimaat zonder extra stroomverbruik.
Tijdens de bouw van een appartementencomplex blijkt de beoogde isolatie niet leverbaar. De aannemer stelt een alternatief voor. Minder dik, lagere Rd-waarde. De energieadviseur voert dit direct in de software in. Het resultaat is fataal: de BENG 1-norm wordt overschreden. De bouw wordt stilgelegd tot er een materiaal gevonden is dat wél aan de berekende prestatie voldoet. Dit illustreert de onbuigzaamheid van de drie indicatoren; er valt niet te sjoemelen met de cijfers.
De energieprestatie-eisen voor nieuwbouw vinden hun directe grondslag in het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL). BENG is dwingend recht. Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 fungeert het BBL als de opvolger van het Bouwbesluit 2012. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt simpelweg geweigerd als de drie indicatoren niet aan de vastgestelde grenswaarden voldoen. Geen uitzonderingen mogelijk.
Achter de nationale wetgeving schuilt Europese druk. De Energy Performance of Buildings Directive (EPBD III) verplicht lidstaten om de energie-efficiëntie van de gebouwvoorraad drastisch te verbeteren. Nederland heeft dit vertaald naar de NTA 8800. Deze technische norm is de enige wettelijk toegestane methodiek om de energieprestatie te bepalen. Er bestaat geen ruimte voor eigen interpretaties of alternatieve rekenmodellen. De methodiek is sluitend.
De NTA 8800 is geen statisch document; periodieke updates vanuit de overheid kunnen de rekenregels voor specifieke installaties of materialen tussentijds aanscherpen.
Handhaving vindt plaats op twee kritieke momenten. Bij de vergunningaanvraag toetst het bevoegd gezag de theoretische berekening. Bij oplevering volgt de onverbiddelijke realiteitstoets. Een gecertificeerd energieprestatie-adviseur moet het gebouw opnemen conform de BRL 9500. Zonder formele registratie in de landelijke database EP-online is een gebouw juridisch gezien niet gereed voor ingebruikname. Ook de TOjuli-eis is onlosmakelijk met deze regelgeving verbonden. Het negeren van het risico op oververhitting leidt onherroepelijk tot een negatieve beoordeling van het ontwerp.
Joostdevree | Rvo | Nieman