Bekistingsplaatvloer

Laatst bijgewerkt: 15-01-2026


Definitie

Een vrijdragende systeemvloer bestaande uit geprefabriceerde betonnen schillen met tralieliggers die fungeren als verloren bekisting voor een ter plaatse te storten constructieve druklaag.

Omschrijving

De bekistingsplaatvloer, in de volksmond vaak breedplaat of predal genoemd, vormt de ruggengraat van menig modern bouwproject. Het systeem combineert prefab beton met een in het werk gestorte druklaag. Deze platen van circa 50 tot 100 mm dik zijn voorzien van karakteristieke tralieliggers die boven de schil uitsteken. Op de bouwplaats worden de elementen als een legpuzzel op de wanden of tijdelijke stempels geplaatst. De prefab plaat dient direct als veilige werkvloer en tegelijkertijd als blijvende bekisting. Na het aanbrengen van de bijlegwapening en het storten van beton ontstaat een massieve, monoliete vloerconstructie. De tralieliggers zijn hierbij essentieel; ze zorgen voor de stijfheid tijdens transport en garanderen de hechting tussen de schil en het verse beton.

Uitvoering en verwerking

De realisatie start bij de tijdelijke ondersteuningsconstructie. Stempels moeten staan. Deze onderslagbalken vangen het gewicht op van zowel de prefab schillen als het nog te storten natte beton, waarbij stempelplannen exact dicteren waar de belasting naar de onderliggende vloer of fundering wordt geleid. Zodra de onderbouw gereed is, vliegen de platen via de bouwkraan naar hun definitieve positie. Ze rusten op de dragende wanden. De tralieliggers steken fier omhoog en bieden de nodige stijfheid tijdens deze kritieke fase.

Vervolgens transformeert de vloer in een technisch knooppunt. Installateurs vlechten leidingwerk tussen de stalen driehoeken van de tralieliggers door. Er is ruimte voor elektra, maar ook voor de grotere diameters van de mechanische ventilatie. Over de naden en bij de steunpunten komt de bijlegwapening te liggen. Dit vlechtwerk borgt de constructieve continuïteit van het geheel. Het beton storten gebeurt vaak in één vloeiende beweging. De pomp draait. De vloeibare massa vult de ruimte tussen de bekistingsplaten en de bovenkant van de tralieliggers, waardoor een massieve betonplaat ontstaat die na uitharding zijn volledige draagkracht ontleent aan de samenwerking tussen prefab en in het werk gestort materiaal. Pas na het bereiken van de vereiste druksterkte wijkt de tijdelijke ondersteuning.


Variaties in uitvoering en functionaliteit

Specifieke toepassingen

De standaard bekistingsplaatvloer is veelzijdig, maar specifieke projecteisen vragen soms om aanpassingen aan de prefab schil. Voor utiliteitsbouw met hoge installatie-eisen wordt vaak gekozen voor betonkernactivering (BKA). Hierbij zijn leidingen voor verwarming en koeling reeds in de fabriek in de betonschil ingestort. De massa van de vloer fungeert dan als thermische batterij. Een andere variant richt zich op gewichtsbesparing. Door kunststof bollen of EPS-blokken tussen de tralieliggers te klemmen, wordt het eigen gewicht van de constructie drastisch verlaagd zonder de stijfheid volledig op te offeren. Dit is de hybride vorm tussen een massieve plaat en een lichte systeemvloer.

Zichtwerk en afwerking

Esthetiek speelt een rol bij de keuze van de plaat. De onderzijde van een bekistingsplaatvloer is door de productie op stalen tafels zeer glad. Toch bestaan er gradaties. Klasse A-zichtwerk vereist strakke vellingkanten bij de plaatnaden en een poriënvrij oppervlak. Voor parkeergarages of industriële hallen volstaat vaak een eenvoudiger afwerking. Soms worden platen voorzien van ingestorte houten regels of ankerrails. Dit vergemakkelijkt de montage van verlaagde plafonds of kabelgoten in een later stadium.


Onderscheid met alternatieve vloersystemen

Verwarring met de kanaalplaatvloer ligt op de loer. Begrijpelijk. Beiden zijn prefab en van beton. Toch verschillen ze wezenlijk in constructief gedrag. Een kanaalplaatvloer is een droog systeem met holle ruimtes; hij is direct belastbaar na het voegen. De bekistingsplaatvloer daarentegen vormt na het storten van de druklaag één massieve, monolithische schijf. Dit maakt hem superieur in situaties waar onregelmatige plattegronden, grote sparingen of zware puntlasten voorkomen.

Ten opzichte van de ribbenvloer of balkenvloer biedt de bekistingsplaatvloer een vlakke onderzijde. Geen balken in het zicht. Geen lastige bekisting rondom uitkragingen. Waar de breedplaatvloer vooral schittert in de verdiepingsvloeren van de woning- en utiliteitsbouw, ziet men de ribcassettevloer vaker op de begane grond vanwege de isolatiewaarde. De bekistingsplaatvloer is de kameleon onder de vloeren. Hij past zich aan de vorm van het gebouw aan.


Praktijksituaties en toepassingen

Stel je een appartementencomplex voor met uitkragende balkons die schuin wegsteken van de gevel. Hier is de bekistingsplaatvloer onmisbaar. De prefab schillen worden in de fabriek al in de juiste hoek gezaagd. De aannemer hoeft op de bouwplaats geen complexe bekisting meer te timmeren langs de grillige randen. Het beton vormt na het storten één ononderbroken, constructief geheel van binnen naar buiten.

In de utiliteitsbouw zie je vaak een woud aan leidingen op de vloer liggen voordat het beton komt. Denk aan een ziekenhuis. De installateur vlecht elektra, medische gassen en waterleidingen handig tussen de opstaande tralieliggers door. De vloer fungeert hier als een verborgen technische ruimte. Eenmaal gestort, is alle techniek voorgoed en strak weggewerkt in de kern van de vloer.

Kijk omhoog in een moderne parkeergarage. De strakke, lichtgrijze vlakken met de karakteristieke vellingkanten bij de naden verraden direct het gebruik van breedplaten. Geen stucwerk nodig. De onderzijde is van zichzelf al glad genoeg voor een industriële afwerking. Soms zie je kleine gaatjes voor de bevestiging van verlichting; die zijn vaak al in de fabriek ingestort of achteraf simpel in de massieve laag geboord.

Een villa met een ronde erker. Maatwerk pur sang. Waar een kanaalplaatvloer zou vastlopen op de ronde vormen, volgt de bekistingsplaatvloer moeiteloos de contouren van het ontwerp. De platen worden als puzzelstukken neergelegd. De randkisten volgen de kromming. Na het storten ontstaat een monolithische schijf die de stijfheid van het hele gebouw ten goede komt.


Normering en constructieve veiligheid

Normering dicteert de productie. NEN-EN 13747 is hierbij leidend voor de geprefabriceerde betonnen schil zelf; het stelt harde eisen aan de toleranties, de wapening en de minimale betonkwaliteit die de fabriek moet verlaten. Zodra de vloer onderdeel wordt van de hoofddraagconstructie, verschuift het accent naar de Eurocodes. NEN-EN 1992-1-1 vormt het rekenkundige fundament voor het ontwerp van betonconstructies. Cruciaal is de berekening van de schuifspanning op het grensvlak tussen de prefab plaat en de in het werk gestorte druklaag. De tralieliggers spelen hier een hoofdrol. Zonder de juiste verankering volgens deze normen ontstaat er geen monolithisch geheel en faalt de constructie. Het Besluit Bouwwerk Leefomgeving (BBL) stelt op zijn beurt de algemene kaders voor de constructieve veiligheid en brandveiligheid waaraan elk bouwwerk in Nederland moet voldoen. De aannemer moet aantonen dat de vloer de vigerende belastingen aankan. Vaak gebeurt dit via een KOMO-certificering of een gelijkwaardig kwaliteitsborgingssysteem dat de volledige keten van fabriek tot stort dekt.

Uitvoeringseisen en veiligheidsvoorschriften

De Arbowetgeving is onverbiddelijk als het gaat om het plaatsen van zware prefab elementen. Hijskranen moeten gekeurd zijn. Het personeel moet gecertificeerd zijn. Omdat de bekistingsplaatvloer tijdens de bouwfase fungeert als werkvloer, zijn de eisen aan de tijdelijke ondersteuningsconstructie streng. De berekening van de stempeling valt onder de verantwoordelijkheid van de uitvoerende partij, maar moet nauwgezet aansluiten bij de gegevens van de vloerleverancier. Sinds incidenten in het verleden met breedplaatvloeren is er extra aandacht voor de hechting en de wapeningsdetails bij de naden. Richtlijnen zoals de 'Beoordeling van de constructieve veiligheid van breedplaatvloeren' (vaak gerelateerd aan de CUR-aanbevelingen) zijn essentieel voor het beoordelen van de kritische details bij de aansluitingen. Er mag geen discussie bestaan over de koppelwapening. Veiligheid is geen optie maar een wettelijke plicht.

Historische ontwikkeling en de verschuiving naar veiligheid

De houten bekisting kostte teveel tijd. De wederopbouw eiste snelheid. In de jaren zestig en zeventig verscheen de 'predal' op de markt, een innovatie die de traditionele timmerman op de bouwplaats deels verving door fabrieksmatige precisie. Het principe van de verloren bekisting was geboren. Aanvankelijk waren de platen klein en de toepassingen beperkt. De introductie van de karakteristieke tralieligger in de jaren zeventig bleek de technologische doorbraak die alles veranderde. Deze stalen driehoeken boden plotseling de stijfheid die nodig was om grotere oppervlaktes te overspannen zonder dat de dunne betonschil tijdens de stort bezweek onder de vloeibare last. Een hybride systeem ontstond.

Ingenieurs zagen de enorme voordelen van een monolithische vloer zonder de traagheid van volledig in het werk gestort beton. In de jaren tachtig en negentig verschoof de focus naar esthetiek. De overstap van ruwe betonvlakken naar spiegelgladde onderzijden, geproduceerd op stalen triltafels, maakte stucwerk in veel projecten overbodig. Efficiëntie werd de norm. Maar de meest ingrijpende technische evolutie in de Nederlandse bouwgeschiedenis vond recenter plaats. 2017 markeerde een kantelpunt.

Het incident bij de parkeergarage van Eindhoven Airport dwong de sector tot een ingrijpende herijking van de constructieve uitgangspunten. Wat decennialang als een bewezen standaardmethode werd beschouwd, vereiste plotseling een veel kritischer blik op de schuifspanning tussen de prefab schil en de opstort. De geschiedenis van de bekistingsplaatvloer transformeerde hierdoor van een zoektocht naar snelheid naar een strikt regime van hechtingseisen en aangescherpte wapeningsdetails. Een technische volwassenwording. Het resulteerde in de huidige generatie platen waarbij de verbinding tussen oud en nieuw beton rekenkundig en praktisch tot in de kleinste millimeter is vastgelegd.


Gebruikte bronnen: