Tijdens de verwerking van pleistermortel in dagkanten en nissen wordt de bandtroffel over de smalle oppervlakken geleid om de laagdikte te egaliseren. De stukadoor voert hierbij strijkende bewegingen uit, waarbij de druk gelijkmatig over het kleine bladoppervlak wordt verdeeld. Het gereedschap wordt onder een variabele hoek gehouden. Dit is nodig om overtollig materiaal weg te schrapen of juist een extra laag aan te brengen op plekken waar de ondergrond niet volledig vlak is. In krappe hoeken wordt de punt of de zijkant van het blad benut om de mortel tot in de diepste delen van de nis te drukken.
Er ontstaat een vloeiende beweging. De focus ligt op de aansluiting met kozijnen of hoekprofielen. Door de beperkte breedte van het staal is het mogelijk om de specie vlak te trekken zonder de omliggende, reeds afgewerkte wanddelen te verstoren. Korte slagen zijn hierbij de norm. Het materiaal wordt herhaaldelijk overlapt. Door deze repetitieve halen vindt de definitieve verdichting van de afwerklaag plaats, wat resulteert in een glad resultaat op locaties waar de bewegingsvrijheid minimaal is.
Maatvoering bepaalt de inzetbaarheid. Gangbare breedtes variëren tussen de 50 en 100 millimeter. De variant van 60 millimeter geldt als de universele standaard voor dagkanten. Breder kan ook. Dan kom je uit bij de 80 of 100 millimeter types, die vaak worden aangeduid als brede bandtroffels of simpelweg smalle pleistertroffels. Verwarring met de stucadoorstroffel ligt op de loer. Die laatste is echter trapeziumvormig en loopt taps toe naar de punt, terwijl de echte bandtroffel zijn strakke rechthoekige vorm over de gehele lengte behoudt.
Niet elk blad reageert hetzelfde onder druk. Er zijn stijve varianten voor het zwaardere raapwerk waarbij grovere mortels worden gebruikt. Flexibele bladen zijn daarentegen superieur voor de dunne finishlagen. Een te stijf blad in een nistje werkt onhandig. Je mist het gevoel. Een te slap blad zwiept en laat rillen achter in je gipswerk. De balans moet precies goed zijn.
Materiaalkeuze maakt het verschil tussen eenmalig gebruik en jarenlang plezier. Roestvrij staal (RVS) voert de boventoon. Logisch. Het blad moet corrosiebestendig zijn bij langdurig contact met natte gipsmortels. Toch vind je in de speciaalzaak ook exemplaren van blauwstaal. Deze zijn vaak iets stijver en scherper, maar vereisen minutieus onderhoud om oxidatie te voorkomen. Wie eenmaal roestvlekken in zijn witte stucwerk heeft gehad, weet waarom de meeste vakmensen voor RVS kiezen.
De verbinding tussen de angel en het blad is ook een punt van variatie. Gelaste verbindingen zijn gangbaar, maar de betere troffels hebben een gesmede of extra verstevigde aanzet om breuk bij intensief gebruik te voorkomen. Een loszittend blad midden in een klus is een nachtmerrie.
Een smalle nis in een badkamerwand. Ruimtegebrek maakt de inzet van een standaard pleisterspaan onmogelijk; je stoot constant tegen de zijwanden. Met een bandtroffel manoeuvreer je moeiteloos in de krappe diepte. Je drukt de mortel stevig in de achterste hoeken en trekt het oppervlak in twee gecontroleerde halen vlak. Geen beschadigingen aan de reeds geplaatste hoekprofielen.
Elektra-sleuven dichtzetten na het frezen. De geul is slechts drie centimeter breed. Een brede troffel verdeelt de gips over de hele muur, wat onnodig schuurwerk oplevert. De bandtroffel past precies. Je vult de sleuf gericht op. Met de zijkant van het blad schraap je overtollig materiaal direct weg, gelijk met het bestaande stucwerk. Snel en efficiënt.
Denk aan penanten tussen twee kozijnen. Vaak smalle stroken metselwerk die om afwerking vragen. Hier fungeert de troffel bijna als een kleine rei. Je zet het blad verticaal op de stucstops. In één vloeiende beweging van boven naar beneden creëer je een spiegelglad resultaat op een oppervlak dat te smal is voor groter gereedschap. Kleine reparaties aan pleisterwerk rondom deurposten vragen om dezelfde precisie. Je werkt tot op de millimeter nauwkeurig tegen de architraaf aan zonder de houten omlijsting te bevuilen.
Geen enkele wet schrijft specifiek het gebruik van een bandtroffel voor. De regelgeving richt zich op het resultaat. De NEN-EN 13914-2 vormt hierin de technische ruggengraat voor de uitvoering van binnenbepleistering. Wie strakke dagkanten oplevert, moet simpelweg voldoen aan de vastgestelde vlakheidstoleranties. De bandtroffel is daarbij een onmisbaar hulpmiddel om afwerkingsniveau Groep 1 of 2 te realiseren, waarbij de hoogste eisen aan de esthetiek worden gesteld. Zonder dit specifieke gereedschap is de kans op afkeur bij een visuele inspectie aanzienlijk. Het gaat om de optische zuiverheid langs kozijnen en in nissen.
De keuze voor roestvrij staal is niet alleen praktisch. Het raakt indirect aan de kwaliteitseisen voor de ondergrond en afwerking. Roestvlekken door inferieur gereedschap tasten de technische integriteit van de afwerklaag aan. In bestekken wordt vaak verwezen naar de TBA-richtlijnen (Technisch Bureau Afbouw). Deze richtlijnen specificeren hoe een oppervlak eruit moet zien. De juiste troffel kiezen is een professionele plicht om aan die contractuele verplichtingen te voldoen.
Gezondheid eerst. De Arbowetgeving stelt algemene kaders voor het gebruik van handgereedschap. Het doel? Fysieke overbelasting voorkomen. Statische belasting en repeterende bewegingen vormen een risico voor de stukadoor.
Een slecht gevormd handvat leidt op termijn tot klachten zoals het carpaal tunnelsyndroom. Werkgevers in de afbouwsector zijn verplicht om gereedschap te verstrekken dat voldoet aan moderne ergonomische standaarden. Een bandtroffel met een kurken of bi-component handgreep is daarom vaker regel dan uitzondering op de bouwplaats. Het is geen luxe, maar noodzakelijke preventie tegen langdurig ziekteverzuim.
De bandtroffel vindt zijn oorsprong in de verregaande specialisatie van het stukadoorsambacht. Vroeger was gereedschap multifunctioneel. Een stukadoor smeedde vaak zijn eigen troffels of liet deze door de plaatselijke smid aanpassen aan de klus. Met de opkomst van strakkere architectuur in de vroege twintigste eeuw veranderde de behoefte. Dagkanten en nissen vroegen om meer precisie dan de grove metseltroffel kon bieden. Het gereedschap moest smaller.
Smeedijzer maakte plaats voor staal. Na de Tweede Wereldoorlog zorgde de massale woningbouw voor een standaardisatie van bouwmaten. De breedte van de bandtroffel werd hierop aangepast. Het gereedschap werd een industrieel product. De grootste technische sprong? De introductie van roestvrij staal. Voorheen moesten bladen constant gepolijst en geolied worden om corrosie in het gipswerk te voorkomen. Een tijdrovende klus. Sinds de jaren zeventig is RVS de norm op de bouwplaats. De vorm bleef nagenoeg onveranderd. Een puur functioneel ontwerp. De evolutie zat vooral in de materiaalkwaliteit en de ergonomie van de handgreep. Van ruw hout naar gebalanceerde kunststoffen. Het doel bleef hetzelfde: beheersing in de marge.