Balkon

Laatst bijgewerkt: 15-01-2026


Definitie

Een buiten de gevel stekende vloerconstructie op een verdieping, direct verbonden met de binnenruimte en rondom beveiligd door een borstwering of hekwerk.

Omschrijving

Een balkon doorbreekt de grens tussen binnen en buiten. Het is geen loggia; die ligt immers binnen de gevellijn en biedt daardoor meer beschutting. Een balkon hangt ertegenaan. Het biedt lucht, licht en vaak een noodzakelijke vluchtweg bij brand. In de woningbouw bepaalt het vaak de esthetiek van de gevel, maar functioneel draait het vooral om de gebruikswaarde voor de bewoner. Of het nu een zware geprefabriceerde betonplaat is of een lichtgewicht stalen frame met houten vlonders, de basis blijft gelijk: een veilige plek op hoogte die niet tot het bruto vloeroppervlak van de binnenzijde behoort.

Uitvoering en realisatie

De realisatie van een balkon start doorgaans tijdens de ruwbouwfase van een gebouw. Bij betonconstructies worden geprefabriceerde balkonplaten met een kraan op hun positie gehesen en tijdelijk ondersteund door een stempelraam. Cruciaal hierbij is de constructieve koppeling. Men past koudebrugonderbrekingen toe om thermische lekken tussen de koude buitenplaat en de warme binnenvloer te minimaliseren. Deze elementen bevatten isolatiemateriaal en hoogwaardig staal dat de trekkrachten en dwarskrachten overbrengt naar de achterliggende vloerconstructie. Het luistert nauw. De verbinding moet immers bestand zijn tegen enorme hefboomwerkingen.

Bij renovatieprojecten of staalbouw verloopt het proces anders. Hier worden balkons vaak achteraf gemonteerd. Stalen frames worden met zware chemische ankers tegen de gevel bevestigd of rusten op een eigen kolomstructuur die de belasting direct naar de fundering afdraagt. Het frame krijgt vervolgens een invulling van betonplaten, houten vlonders of roosters. Afwatering is een technisch aandachtspunt. Men brengt een afschot aan van minimaal 1% richting een afvoerputje of een waterspuwer. Dit voorkomt plasvorming. De aansluiting met de gevel wordt waterdicht afgewerkt, vaak met loodslabbe of vloeibare afdichtingsmiddelen, om inwatering in de spouwmuur te beletten.


Constructieve uitvoeringsvormen

Uitkragende en ondersteunde constructies

Constructief gezien maken we onderscheid tussen hoe de massa van het balkon wordt gedragen. Het uitkragende balkon is een klassieker in de betonbouw. De vloer steekt zonder externe ondersteuning uit de gevel, waarbij de wapening in de bovenzijde van de plaat de trekspanningen opvangt. Dit vereist een naadloze integratie met de hoofddraagconstructie van het gebouw. Bij renovatie of achterafmontage kiest men vaker voor een ondersteund balkon. Hierbij rust de constructie op kolommen die de lasten direct afdragen naar de fundering, of wordt de plaat met trekstangen aan de bovenliggende geveldelen verankerd. De keuze beïnvloedt niet alleen de esthetiek maar ook de funderingsdruk.

Het Frans balkon

Een buitenbeentje is het Frans balkon. De term is strikt genomen misleidend. Er is namelijk geen sprake van een beloopbaar vloeroppervlak dat buiten de gevel steekt. Het bestaat uit een hekwerk dat direct voor naar binnen slaande deuren op de verdieping is gemonteerd. Functioneel dient het uitsluitend de veiligheid bij ventilatie en het maximaliseren van lichtinval. Men ziet dit type vaak in stedelijke hoogbouw waar de ruimte voor een volwaardig uitgebouwd balkon ontbreekt of waar de architect de gevel vlak wil houden.


Functionele verschillen en verwarring

Vaak ontstaat er verwarring tussen een balkon en een loggia. Waar het balkon een uitbouw is, ligt de loggia binnen de gevellijn. Een tussenvorm is het half-inpandige balkon, waarbij de vloerplaat deels in het volume van het gebouw snijdt en deels naar buiten steekt. Dit biedt een optimum tussen beschutting en uitzicht.

Daarnaast is de afbakening met een galerij essentieel. Hoewel de constructie identiek kan zijn — een betonnen plaat aan de gevel — dient een galerij als gemeenschappelijke verkeersruimte voor de ontsluiting van woningen. Een balkon is privaat. Wanneer een balkon zeer groot is en op de dakconstructie van een ondergelegen bouwlaag rust, spreken we officieel van een dakterras. Het onderscheid zit hier in de onderliggende constructie: een balkon 'hangt' of 'steekt', een terras 'rust'.


Praktijkvoorbeelden en verschijningsvormen

Stel je een modern appartementencomplex voor aan de stadsrand. Grijze betonplaten hangen als strakke puzzelstukjes aan de gevel. Je ziet de overgang tussen de binnenvloer en de buitenplaat, gemarkeerd door een isolerende strip. Hierop staan zware plantenbakken en een loungeset. Het water loopt bij een regenbui via een subtiel afschot direct weg naar de waterspuwer aan de zijkant. Dit is het klassieke uitkragende balkon in de nieuwbouw.

In een gerenoveerde stadswijk zie je een heel ander beeld. Aan de achterzijde van een jaren '30 woning hangt een lichtgewicht stalen frame. Het is achteraf gemonteerd met zware chemische ankers die diep in de bakstenen muur grijpen. De vloer bestaat uit houten vlonders waar de wind doorheen waait. Slank. Functioneel. Het biedt de bewoners die broodnodige buitenruimte zonder de oorspronkelijke fundering zwaar te belasten.

Dan het Franse balkon in een drukke binnenstad. De openslaande deuren op de derde verdieping gaan wijd open. Je stapt niet naar buiten, maar staat direct tegen een sierlijk smeedijzeren hekwerk aan. Er is geen vloeroppervlak. Alleen licht, lucht en het contact met de straat beneden. Het maximaliseert de beleving van de binnenruimte zonder kostbare vierkante meters buiten de gevel toe te voegen.

Op een dakterras van een penthouse zie je vaak de verwarring met een balkon ontstaan. De constructie oogt hetzelfde, maar hier rust de vloer direct op de ondergelegen verdieping. Geen overspanning, maar een massieve drager. Het voelt robuust aan, bijna als een tuin op hoogte.


Normering en veiligheidseisen

Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) dicteert de spelregels voor de fysieke veiligheid. Veiligheid is hier geen suggestie. Voor de borstwering geldt een stringente ondergrens van één meter bij nieuwbouw, maar wie hoger bouwt dan dertien meter boven het maaiveld moet voldoen aan een hoogte van ten minste 1,2 meter. Geen opstapjes tussen de 0,2 en 0,7 meter hoogte. Dit voorkomt dat kinderen de balustrade als ladder gebruiken. De NEN-EN 1991-reeks, de Eurocodes, bepaalt de rekenwaarden voor de veranderlijke belastingen en de stuwdruk van wind op de hekwerken. De constructie moet immers niet alleen het eigen gewicht dragen, maar ook een dichte menigte en zware stormstoten kunnen weerstaan. Hemelwaterafvoer is technisch verplicht om stagnatie en constructieve degradatie door inwatering te beletten.


Juridische kaders en burenrecht

Privacy is juridisch verankerd en vaak een bron van conflict. Het Burgerlijk Wetboek is onverbiddelijk. Artikel 5:50 verbiedt in de basis vensters of balkons die rechtstreeks uitzicht bieden op het naburige erf binnen een afstand van twee meter van de erfgrens. Een regel die menig renovatieplan heeft getorpedeerd. Afwijken kan alleen met expliciete toestemming of wanneer er sprake is van een blinde muur of ondoorzichtige schermen. Een omgevingsvergunning is vrijwel altijd een vereiste. Het gevelaanzicht transformeert. Welstandskaders wegen zwaar. Bij appartementencomplexen is de Vereniging van Eigenaren (VvE) de uiteindelijke beslisser over de constructieve schil. Het balkonvloerveld en de draagconstructie vallen meestal onder de gemeenschappelijke delen, waardoor individuele bewoners niet eigenmachtig constructieve wijzigingen of esthetische aanpassingen aan de buitenzijde mogen doorvoeren.


Ontwikkeling en technische evolutie

Het balkon begon utilitair. Oorspronkelijk diende het uit de gevel stekende platform in de middeleeuwse vestingbouw vooral defensieve doeleinden, waarbij houten of stenen constructies boven stadspoorten werden geplaatst om vijanden van bovenaf te bestoken met vloeistoffen of projectielen. Observatieposten. Puur functioneel. Pas tijdens de renaissance verschoof de focus naar esthetiek en status, waarbij stenen consoles en rijkelijk versierde balustrades het gevelbeeld van paleizen en herenhuizen domineerden. De negentiende eeuw introduceerde gietijzer. Hierdoor verschoof het balkon van een zeldzaam privilege voor de adel naar een gestandaardiseerd element in de groeiende Europese steden. Massaproductie maakte ornamentiek betaalbaar voor de burgerij. Parijs onder Haussmann is het ultieme voorbeeld; lange rijen identieke balkons die de horizontaliteit van de straatwand benadrukken. Technisch gezien rustten deze platen vaak nog op zware consoles of steunden ze op de dieper gelegen muurconstructie. Met de opkomst van het modernisme in de vroege twintigste eeuw transformeerde de visie op het balkon radicaal. Architecten binnen de CIAM-beweging propageerden 'licht, lucht en ruimte' als essentieel tegenwicht voor de bedompte negentiende-eeuwse arbeidswijken. Het balkon werd een hygiënische noodzaak. Een buitenkamer voor het proletariaat. Constructief bracht gewapend beton de grootste omslag; plotseling konden enorme vloervelden zonder ondersteunende kolommen uit de gevel steken, al leidde dit in de vroege betonbouw vaak tot hardnekkige vochtproblemen en een gebrekkige isolatie. Men goot de vloer simpelweg door van binnen naar buiten. Pas aan het eind van de twintigste eeuw dwongen strengere isolatienormen tot de ontwikkeling van de thermische onderbreking, waarmee het balkon definitief een losgekoppeld, hoogwaardig bouwdeel werd.

Gebruikte bronnen: