De positionering van de afzonderlijke liggers op de dragende wanden vormt de basis van de uitvoering. Hart-op-hart maten bepalen het ritme. De balken worden in de regel op hun plek gelegd waarbij de koppen direct in vooraf uitgespaarde gaten in het metselwerk vallen of in stalen balkdragers worden geschoven. Geen moerbalken nodig. Dit versnelt de montage aanzienlijk. Nauwkeurigheid bij het waterpas stellen van de bovenzijde is essentieel voor het voorkomen van een verloop in de latere vloerafwerking.
Stellen gebeurt ter plaatse. Kleine hoogteverschillen in de ondergrond worden opgevangen door vulstukken van hardhout of kunststof onder de balkkoppen aan te brengen. De constructie is direct en wars van franje. Zodra de liggers stabiel liggen en mechanisch zijn verankerd, volgt de montage van het vloerbeschot of de underlaymentplaten dwars op de balkrichting. Deze platen worden vastgeschroefd of gespijkerd. Hierdoor ontstaat de noodzakelijke schijfwerking die de stabiliteit van het gehele vlak waarborgt. De krachtenafdracht verloopt via de kortste weg naar de fundering. Het is een proces van leggen, uitvlakken en direct afdekken.
De keuze voor het materiaal bepaalt de maximale overspanning en de uiteindelijke stijfheid van de vloer. Massief naaldhout is de onbetwiste klassieker. Vuren of grenen uit Noord-Europa. Het is betaalbaar en laat zich op de bouwplaats moeiteloos bewerken. Eenvoud troef. Maar de grenzen van massief hout zijn bereikt wanneer de vrije overspanning de vijf meter passeert. Dan worden de benodigde balkhoogtes onpraktisch. In zulke gevallen bieden moderne varianten uitkomst. I-joists bijvoorbeeld. Deze liggers combineren flenzen van gelamineerd fineerhout met een dunne lijfplaat van OSB. Ze zijn vederlicht. Ze trekken niet krom en bieden ruimte voor installaties in de vloerholte. Voor wie maximale sterkte eist in een slanke constructie, is gelamineerd hout (Glulam) of Kerto (LVL) de aangewezen variant. Geen werking. Geen gekraak. Puur technisch rendement.
Hoewel elke ligger in de basis hetzelfde doet, ontstaan er varianten door hun positie in de plattegrond. Strijkbalken vormen de uiterste randen van de balklaag. Zij liggen strak tegen de evenwijdig lopende wand aan en fungeren meer als stabiliteitselement dan als primair draagelement voor de vloerlast. Bij onderbrekingen in het vlak, zoals een trapgat of een schoorsteenkanaal, verandert de configuratie naar een raveling. Hierbij vangen raveelbalken en wissels de belasting op van de afgezaagde balken. Het systeem blijft echter strikt enkelvoudig zolang alles op één horizontaal niveau wordt gemonteerd. Leggen en gaan.
| Variant | Materiaal | Toepassing |
|---|---|---|
| Klassiek | Massief vuren (C18/C24) | Woningbouw en renovatie van bestaande panden. |
| High-tech | I-joists (OSB/LVL) | Grote overspanningen en vloeren met veel leidingwerk. |
| Zichtwerk | Gelamineerd hout (Glulam) | Moderne houtbouw waarbij de balken onderin zichtbaar blijven. |
Het onderscheid met de samengestelde balklaag is fundamenteel. Bij die laatste rusten kleinere kinderbalken bovenop zware moerbalken. Een hiërarchische stapeling. De enkelvoudige balklaag kent die gelaagdheid niet. De balken overbruggen de volledige afstand van muur tot muur in één keer. Geen onderslagen. Geen extra balklagen. De weg van de minste weerstand naar de fundering.
In een standaard aanbouw van vier meter diep zie je de enkelvoudige balklaag in zijn meest pure vorm. De timmerman monteert stalen balkdragers aan de gevel. Vurenhouten balken van 71x221 mm schuiven er zo in. Geen moerbalken die de hoogte beperken. Een strak ritme van hout. Direct daarop komt de underlayment. Snel. Doeltreffend. De constructiehoogte blijft beperkt tot de dikte van één enkele balk plus de vloerplaat.
Bij de renovatie van een oude stadswoning komt het systeem vaak bloot te liggen. De rotte balkkoppen worden afgezaagd. Nieuwe balken komen er zij-aan-zij naast. Ze overbruggen de volledige breedte van de kamer, van muur tot muur. Geen onderslagen. Geen extra ondersteuningen in het midden van de kamer die het plafond zouden onderbreken. Hierdoor ontstaat een vlakke onderzijde, ideaal voor een strak gestuukt gipsplaten plafond.
Zelfs bij een trapgat blijft het principe overzichtelijk. Een raveelconstructie vangt de onderbroken balken op. Alles wordt binnen diezelfde laag van circa 20 centimeter dikte opgelost. Terwijl de installateur de riolering tussen de balken door manoeuvreert, valt op dat er geen dikke hoofdliggers in de weg zitten; de ruimte tussen de balken is over de volle lengte vrij van obstakels. Dat is het grote voordeel in de dagelijkse bouw: ongehinderde doorgang voor leidingwerk binnen de vloerconstructie.
De overgang van monumentale moer- en kinderbalksystemen naar de enkelvoudige balklaag markeert een kantelpunt in de bouwlogistiek. Ooit was hout schaars en de techniek beperkt. In de middeleeuwse stadsbouw domineerden zware moerbalken het beeld, simpelweg omdat men de overspanningen niet met slanke, individuele liggers kon overbruggen zonder dat deze doorbuigden of bezweken. De constructie was hiërarchisch. Complex. Toen de houthandel met Scandinavië en het Oostzeegebied in de 17e eeuw een vlucht nam, veranderde het constructieve landschap in Nederland. Lange, rechte vuren- en grenenstammen kwamen massaal de havens binnen. De noodzaak voor zware tussensteunpunten verviel bij de gangbare beukmaten van woonhuizen. Men koos vaker voor de kortste route van muur naar muur. Efficiëntie won het van traditie.
De echte standaardisatie kwam met de industriële revolutie. Mechanische stoomzagerijen leverden balken met exacte kopmaten op grote schaal. Geen handmatig beslagwerk met de bijl meer. Dit maakte de weg vrij voor de eerste gemeentelijke bouwverordeningen in de 19e eeuw. Steden zoals Amsterdam en Rotterdam stelden toen strikte eisen aan de minimale afmetingen van balklagen om de brandveiligheid en de structurele integriteit van de snelgroeiende arbeiderswijken te waarborgen. Het ambacht werd techniek. De balkentabellen die we vandaag nog gebruiken, vinden hun oorsprong in deze vroege behoefte aan controleerbare veiligheid. In de moderne tijd is de cirkel rond. Door de afnemende beschikbaarheid van dikke, massieve stammen grijpt de sector nu terug op samengestelde producten, maar het enkelvoudige principe uit de 19e-eeuwse stadsuitbreidingen blijft de onbetwiste blauwdruk voor de huidige woningbouw. Snelheid regeert nog altijd.