Het opgaande werk bereikt de kritieke hoogte. Hier stopt het metselwerk of de montage van prefab elementen tijdelijk om de vloer- of dakconstructie te kunnen ontvangen. Bij houten vloeren worden tijdens het bouwproces vaak inkassingen uitgespaard; dit zijn de gaten waar de balkkoppen later in rusten. Soms kiest men voor een doorlopende houten muurplaat die op de wand wordt verankerd. Deze plaat verdeelt de puntlasten van de individuele balken over de gehele lengte van de constructie.
In de moderne bouw met kalkzandsteen of beton wordt vaker gebruikgemaakt van stalen balkdragers. Deze mechanische verbindingen worden met zware ankers direct tegen de wand bevestigd. De balk rust dan niet in de muur, maar hangt er als het ware aan. Bouten in plaats van gaten. Bij renovatiewerken ziet men vaak dat er gaten in het bestaande metselwerk worden gehakt om nieuwe balken te kunnen invoeren. Nadat de balk op zijn plek ligt, wordt de resterende ruimte rond de balkkop zorgvuldig aangemetseld of met krimpvrije gietmortel gevuld. De wand fungeert pas als een dragend geheel zodra de verbindingen tussen het verticale vlak en de horizontale balklaag zijn gefixeerd. Een samenspel van massa en mechanische weerstand. De bovenliggende muurdelen worden pas opgetrokken nadat de balken zijn gesteld. Inklemming zorgt voor de uiteindelijke stabiliteit.
Niet elke wand draagt op dezelfde manier. Het onderscheid zit vaak in de richting en de intensiteit van de krachten. Bij een enkelzijdig balkdragende muur rusten de balken slechts aan één kant in of op de constructie, wat we vaak zien bij eindgevels of muren die grenzen aan een trapgat. Complexer wordt het bij de dubbelzijdig belastbare tussenmuur. In de traditionele woningbouw van de vorige eeuw dragen deze muren vaak de houten vloerbalken van twee aangrenzende woningen tegelijk. De balkkoppen liggen dan soms koud tegen elkaar aan of verspringen juist om meer vlees in de muur te hebben.
Er is een wezenlijk verschil met de zogenoemde vloerdragende muur. Waar een balkdragende muur te maken krijgt met specifieke puntlasten op de plekken van de balkkoppen, verdeelt een vloerdragende wand de druk van massieve betonvloeren of kanaalplaten over de volledige lengte. Puntlast wordt lijnlast. Een subtiel maar constructief cruciaal detail.
Materialen dicteren de variant. Kalkzandsteen is de moderne standaard voor binnenmuren vanwege de hoge drukvastheid. In oude stadspanden tref je massief metselwerk van baksteen aan. Soms zelfs penanten. Dit zijn smalle, verzwaarde muurgedeelten die fungeren als een verticale kolom binnen een verder lichtere wand. Ze vangen de hoofdbalken op. In de houtskeletbouw bestaat de variant uit een dragend stijl- en regelwerk, waarbij verticale houten stijlen de druk van de bovenliggende balklaag opvangen. Massa versus skelet. De keuze hangt af van de overspanning en het totale gewicht van de bovenbouw.
Stel je een renovatie voor van een Amsterdams grachtenpand. De houten vloerbalken liggen over de volle breedte van het pand en verdwijnen diep in de gemetselde bouwmuur. Dit is de klassieke balkdragende muur. Je ziet de balkkoppen soms zitten in zogenaamde inkassingen. Wanneer een bewoner een deuropening wil zagen in deze muur, moet er direct een latei of stalen balk geplaatst worden. Gebeurt dit niet? Dan verliezen de bovenliggende balken hun steunpunt en bezwijkt de vloer.
In de moderne woningbouw zie je het vaak bij de overgang van de begane grond naar de eerste verdieping. De wanden van kalkzandsteen staan klaar. De aannemer monteert stalen raveelijzers of balkdragers aan de wand. De houten of samengestelde balken worden hierin gehangen. De wand vangt alle verticale krachten op. Puntlasten van de balken worden door de massa van de kalkzandsteen naar de fundering geleid. Geen beweging mogelijk.
Ook bij een schuurdak komt het principe terug. De gordingen, de dikke horizontale balken die het dakbeschot dragen, rusten aan de uiteinden op de kopgevels. Deze gevels fungeren op dat moment als balkdragende muur. Zodra er een grote glaspartij in die gevel moet komen, wordt de constructie kritiek. De krachten van het dak moeten dan via een zware bovenliggende balk naar de hoekpenanten worden omgeleid, omdat de muur direct onder de balken wordt onderbroken. Het samenspel tussen de verticale schijf en de horizontale balken bepaalt hier de stabiliteit van de hele kap.
De wet kent geen genade voor wie aan de hoofddraagconstructie komt. Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) dicteert de kaders. Veiligheid boven alles. Een balkdragende muur valt onder de primaire structuur van een gebouw en wijzigingen hieraan zijn direct vergunningplichtig onder de Omgevingswet. Je kunt niet simpelweg een gat hakken voor een extra balk. Of een deuropening maken zonder stalen opvang. Geen berekening betekent geen bouwvergunning.
NEN-EN 1991, de Eurocode voor belastingen, bepaalt hoe zwaar die vloer eigenlijk op de muur drukt. Rekenen is verplicht. Voor het metselwerk zelf grijpen constructeurs naar NEN-EN 1996. Deze normering stelt eisen aan de druksterkte van de steen en de kwaliteit van de specie. De oplegging van de balk moet voldoende groot zijn om splijten van het metselwerk te voorkomen; de Eurocode schrijft hier de minimale dragende oppervlaktes voor.
Vergeet ook de brandveiligheid niet. De aansluiting tussen balk en muur moet vaak voldoen aan specifieke eisen voor de Weerstand tegen Branddoorslag en Brandoverslag (WBDBO). Een balk die diep in de muur rust, mag geen zwakke plek vormen in de brandcompartimentering. Harde regels voor een harde muur. De stabiliteit moet volgens NEN-EN 1990 over de gehele levensduur gegarandeerd zijn. Puntlasten, knikgevaar en excentriciteit van de belasting zijn daarbij de doorslaggevende factoren in het constructief ontwerp.