De transformatie van een massieve baksteen tot een hanteerbaar element begint meestal in de geconditioneerde omgeving van een zagerij. Hier glijden volle stenen over een rollenbaan richting roterende diamantbladen. Water spuit onder hoge druk op de snijvlakken. Dit koelt de zaag. Het voorkomt dat de klei splintert of dat de bladen door hittevorming hun scherpte verliezen. De machine bepaalt de dikte, waarbij voor steenstrips vaak de buitenste schillen van de baksteen worden gescheiden van de kern.
Op de bouwplaats ziet de uitvoering er anders uit. Bij het creëren van nieuwe muuropeningen of het aanpassen van hoekoplossingen wordt vaak gewerkt met wandzagen op geleiderails. De zaag volgt deze rails met uiterste precisie. Een feilloze snede door zowel steen als voeg is het resultaat. Slib vormt zich. Dit mengsel van water en fijnstof wordt direct bij de bron afgezogen of opgevangen om vervuiling van de rest van de gevel te minimaliseren. Geen mokerslagen meer. De resterende structuur ondervindt nauwelijks mechanische belasting, waardoor scheurvorming in omliggend metselwerk wordt voorkomen.
Na het zagen volgt de reiniging. De gezaagde vlakken vertonen een open, poreuze structuur. Deze is na droging direct geschikt voor verdere verwerking, zoals verlijming op isolatiesystemen of de inpassing van nieuwe kozijnprofielen. Reststukken van de gezaagde stenen worden regelmatig verzameld voor hergebruik in andere bouwstoffen.
De meest gangbare variant is de vlakke steenstrip. Deze wordt uit de zijden van een volle baksteen gezaagd. Maar een gevel bestaat uit meer dan alleen rechte vlakken. Voor de hoeken van een gebouw worden speciaal L-vormige hoekstrips vervaardigd. Men zaagt deze uit de kop en de strek van een hele steen, zodat de hoek naadloos aansluit en de suggestie van massief metselwerk behouden blijft. Zonder deze specifieke hoekstukken verraadt de gevel direct zijn geringe dikte.
Niet elk gezaagd vlak heeft dezelfde esthetiek. Men maakt onderscheid tussen de 'buitenkantjes' en de 'binnenkantjes'. De buitenkantjes behouden de oorspronkelijke textuur, bezanding of nerfing van de baksteen. Binnenzagen daarentegen leggen het hart van de steen bloot. Dit oppervlak is vaak gladder, vertoont soms zaagsporen en laat de interne kleur en porositeit van de gebakken klei zien. Architecten kiezen soms bewust voor deze binnenzijde voor een strakker, industrieel uiterlijk.
Er is een wezenlijk verschil tussen fabrieksmatig gezaagde strips en zaagwerk op de bouwplaats. Fabrieksstrips zijn uniform. Ze zijn bedoeld voor verlijming op isolatiepanelen of prefab betonelementen. Op de bouwplaats is het zaagwerk vaak correctief of constructief. Denk aan het inkorten van passtukken voor het sluiten van de koppenmaat of het zagen van inkepingen voor geveldragers. Ook het zagen van volledige muuropeningen in bestaand verband valt onder deze categorie. Hierbij staat niet de dikte van de strip, maar de precisie van de doorgang centraal.
Naast de standaardmaten bestaan er gezaagde vormstenen. Denk aan stenen die in verstek zijn gezaagd voor scherpe hoeken of schuine gevelvlakken. Ook voor rollagen boven ramen worden stenen vaak taps gezaagd om een perfecte boogvorm te faciliteren zonder de voegbreedte excessief te laten variëren. Het is precisiewerk. Maatwerk dat met een standaard troffel niet te bereiken valt.
Een renovatie van een jaren '30 woning vraagt om een kamerhoge schuifpui naar de tuin. Waar een traditionele moker de omliggende voegen zou verbrijzelen en onnodige trillingen in de constructie veroorzaakt, biedt de diamantzaag uitkomst. Messcherp. De zaag snijdt exact langs de afgetekende lijn. Het resultaat is een strakke dagkant waar het nieuwe kozijn zonder uitgebreid herstelwerk direct in past. Geen gescheurde stenen boven de opening. Geen loszittend metselwerk.
Bij het energetisch verbeteren van een blinde zijgevel wordt vaak gekozen voor buitengevelisolatie. De dikke isolatieplaten maken de toepassing van volle bakstenen onmogelijk vanwege de funderingsdruk en de beschikbare ruimte. Gezaagde steenstrips van 22 millimeter dik worden hier op de isolatie verlijmd. Door op de hoeken gebruik te maken van gezaagde L-vormige hoekstukken, oogt de gevel na het voegen weer als een massieve muur. Een voorbijganger ziet het verschil niet. Het is de illusie van gewicht, zonder de ballast.
In een modern kantoorconcept wil de architect een rauwe, minerale wand. In plaats van de bezande buitenkant van een steen te tonen, worden de 'binnenkantjes' gebruikt. Dit zijn de vlakken die ontstaan na het halveren van een baksteen. De zaagsporen zijn nog subtiel zichtbaar in het gladde, bijna keramische oppervlak. Dit geeft de wand een lineair ritme dat met onbewerkte stenen onbereikbaar blijft.
Bij de bouw van een klassieke poortwoning moeten de stenen in de boog exact aansluiten. De metselaar gebruikt hier taps gezaagde bakstenen. Elke steen is individueel berekend en in de fabriek onder een specifieke hoek gezaagd. Hierdoor blijven de voegen van onder tot boven overal even breed. Het metselwerk oogt rustig. Geen 'varkensruggen' of dikke mortelbedden om de hoekverschillen op te vangen. Precisie tot op de millimeter.
Bij het zagen van grote sparingen in bestaand metselwerk is het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) leidend. De constructieve veiligheid mag nooit in het geding komen. Eurocode 6 biedt de rekenkundige basis voor de stabiliteit van het resterende metselwerk. Vaak is een formele berekening door een constructeur noodzakelijk om te bepalen of de resterende penanten voldoende draagkracht behouden. Een latei is bijna altijd verplicht bij nieuwe openingen. Geen nattevingerwerk.
Voor gezaagde steenstrips die fabrieksmatig worden geproduceerd, is de Europese productnorm NEN-EN 771-1 van toepassing. De fabrikant moet garanderen dat essentiële eigenschappen zoals vorstbestendigheid en wateropname na het zaagproces nog steeds aan de gedeclareerde waarden voldoen. De CE-markering op de verpakking is hierbij het bewijs van conformiteit. Bij het op maat zagen op de bouwplaats vervalt de productgarantie van de steenfabrikant op het gezaagde vlak, daar de bewerking buiten de gecontroleerde fabrieksomgeving valt.
De Arbowet stelt onverbiddelijke eisen aan het bewerken van kwartshoudende materialen zoals baksteen. Kwartsstof is gevaarlijk. Kankerverwekkend zelfs. Vrijkomend stof moet direct bij de bron worden aangepakt. Dit vertaalt zich naar strikte regels voor de uitvoering:
Handhaving op de bouwplaats is streng. Het niet naleven van deze stofbeheersingsregels kan leiden tot onmiddellijke stillegging van de werkzaamheden door de Nederlandse Arbeidsinspectie.
Vroeger was er de sabelaar. Een vakman die met een getande hamer stenen op maat hakte voor bogen en hoeken. Handwerk. Onnauwkeurig naar moderne maatstaven. De verschuiving naar het zagen van baksteen begon pas echt bij de introductie van elektrische stationaire zaagmachines in de vroege wederopbouwperiode. In eerste instantie met carborundumschijven. Deze sleten hard. Het resultaat was vaak grof.
De grote doorbraak kwam in de jaren zestig en zeventig met de industriële toepassing van diamantsegmenten. Deze innovatie maakte het mogelijk om niet alleen te corrigeren, maar bakstenen systematisch te transformeren. De steenstrip ontstond niet uit esthetiek, maar uit noodzaak. Door de oliecrises van de jaren zeventig veranderden de isolatienormen. Spouwmuren werden breder. Voor renovatieprojecten bleef er weinig ruimte over voor een traditioneel buitenblad. Het zagen van volle stenen tot strips van circa 20 millimeter bood de uitkomst. Een technische oplossing voor een bouwfysisch probleem.
Sinds de jaren negentig is de techniek verder verfijnd door de automatisering. Computergestuurde zagers. Waterstraalsnijtechnieken voor complexe vormen. Waar zagen vroeger een correctie was op de bouwplaats, is het nu een integraal onderdeel van de prefab-industrie geworden. Van noodoplossing naar standaard bouwmethode.