Baksteen fabricage

Laatst bijgewerkt: 15-01-2026


Definitie

Het integrale proces van winning, bewerking, vormgeving, droging en verhitting van klei tot een duurzaam keramisch bouwelement.

Omschrijving

Baksteenfabricage is een transformatieproces waarbij plastische rivier- of landklei verandert in een nagenoeg onverwoestbaar bouwmateriaal. Het proces is kapitaalintensief en technisch complex. Het begint al bij de kleibult waar verschillende lagen klei worden gemengd om een constante samenstelling te garanderen. In de mengers wordt water toegevoegd totdat de massa de juiste consistentie heeft voor de gekozen vormmethode. Een baksteen is nooit zomaar een blokje klei. De porositeit en druksterkte worden direct beïnvloed door de fijnheid van de maling en de intensiteit van het persproces. In de droogkamers verliest de steen zijn aanmaakwater. Dit gebeurt uiterst gecontroleerd. Te snel drogen leidt onherroepelijk tot scheurvorming en uitval. De uiteindelijke bakfase in de tunneloven is een technologisch hoogstandje waarbij de stenen op wagons langzaam door verschillende temperatuurzones rijden om hun definitieve eigenschappen te verkrijgen.

Uitvoering van het productieproces

De fabricage start bij de samenstelling van de grondstof op de kleibult. Verschillende kleilagen worden hier gemengd om tot een constante minerale balans te komen. Een nauwgezette voorbereiding. In de mengerij wordt de klei mechanisch bewerkt en bevochtigd tot een plastische massa die geschikt is voor de specifieke vormmachine. Afhankelijk van de gewenste esthetiek en technische eigenschappen kiest men voor de strengpersmethode, de vormbaktechniek of de traditionele handvormmethode.

Bij de strengpers wordt een continue kleibalk door een mondstuk geperst en op maat gesneden. De vormbakmethode werkt anders. Hierbij vallen kleiblokken in mallen, vaak bezand om lossing mogelijk te maken. De resulterende vormelingen bevatten op dit punt nog aanzienlijke hoeveelheden aanmaakwater. Dit water moet verdwijnen. In de droogkamers vindt een proces plaats waarbij warme lucht, vaak afkomstig van de restwarmte van de ovens, langs de stenen wordt gevoerd. Dit gebeurt traag. Een te snelle droging veroorzaakt interne spanningen en onherstelbare scheurvorming in de ongebakken steen.

Na het droogtraject volgt de thermische behandeling in de tunneloven. De stenen passeren op ovenwagens diverse temperatuurzones:

  • Opwarmzone: De temperatuur stijgt geleidelijk om de laatste sporen fysisch en chemisch gebonden water te verdrijven.
  • Bakzone: Bij temperaturen tussen de 900 en 1150 graden Celsius vindt sintering plaats, waarbij de kleideeltjes versmelten tot een keramische massa.
  • Koelzone: Een beheerste temperatuurdaling voorkomt krimpscheuren en bepaalt mede de uiteindelijke kleursterkte van het product.

Het proces eindigt met het sorteren en pakketteren. De stenen zijn nu klaar voor transport naar de bouwplaats.


Vormgevingsmethoden en textuurverschillen

De ene baksteen is de andere niet. De gekozen fabricagemethode bepaalt niet alleen de esthetiek van de gevel, maar ook de technische eigenschappen van de steen. Men onderscheidt hoofdzakelijk drie varianten. De handvormsteen is een klassieker. Vroeger daadwerkelijk met de hand in houten mallen geslagen, nu gebeurt dit mechanisch waarbij de klei in een bezande mal wordt geworpen. Dit resulteert in een onregelmatige structuur met generfde zijvlakken. Karakteristiek.

Daartegenover staat de strengperssteen. Hierbij wordt klei door een mondstuk geperst als een oneindige balk. Een strakke, maatvaste methode. Deze stenen hebben vaak perforaties om het droogproces te versnellen en gewicht te besparen, wat ze ideaal maakt voor grotere projecten waar precisie telt. Dan is er de vormbaksteen, een hybride vorm die tussen handvorm en strengpers in zit. De stenen zijn strakker dan handvorm, maar missen de gladheid van de strengpers. Een specifieke variant is de wasserstrich. Hierbij wordt geen zand gebruikt om de klei uit de mal te lossen, maar water. De steen behoudt hierdoor de pure kleur van de klei en krijgt een glad, ietwat geschaafd uiterlijk. Puur en onversneden.

Functionele varianten en begripsverwarring

Onderscheid moet worden gemaakt op basis van toepassing. Een gevelsteen heeft een andere levensloop dan een straatbaksteen. Tijdens de fabricage van straatbakstenen wordt de klei langer en bij hogere temperaturen gebakken, tot aan het punt van volledige sintering. Dit maakt de steen extreem slijtvast en nagenoeg ongevoelig voor vorst of zware belasting. Gevelstenen focussen meer op kleurvariatie en porositeit voor een gezond muurklimaat.

Vaak ontstaat er verwarring met de kalkzandsteen. Hoewel de vorm soms overeenkomt, is het productieproces fundamenteel anders. Geen vuur. Geen oven. Kalkzandsteen wordt gevormd door mengsels van kalk en zand onder hoge druk te persen en vervolgens in een autoclaaf met stoom te verharden. Het is een chemisch proces, geen keramisch proces. Ook de term betonklinker valt vaak in hetzelfde gesprek, maar dit is simpelweg cementgebonden beton in een vorm gegoten. De authentieke baksteenfabricage blijft echter een proces van klei en vuur.

Praktijksituaties en toepassingen

Een architect die droomt van een diep antracietgrijze gevel. In de mengerij wordt niet gegokt. De operator voegt nauwkeurig mangaanoxide toe aan de kleimassa voor de strengpers. Het resultaat na 48 uur bakken? Een door-en-door gekleurde steen die bij een zaagsnede geen lichte kern toont. Puur vakmanschap op de vierkante millimeter.

Soms gaat het mis in de oven. De zogenaamde 'voetzoekers'. Dit zijn stenen die in de tunneloven nét te dicht op de branders lagen. Ze zijn vervormd, soms bijna gesmolten tot een glasachtige massa. Wat voor een strak kantoorpand onacceptabel is, vormt voor de restauratie van een 18e-eeuwse boerderij juist de gewenste, grillige textuur. Afval bestaat nauwelijks in de keramische industrie; zelfs breukmateriaal krijgt een tweede leven als gravel voor tennisbanen.

Op de bouwplaats ziet de metselaar het verschil direct. Een strengperssteen met zijn messcherpe hoeken en gatenpatroon. Licht van gewicht. Ideaal voor het snelle meters maken bij hoogbouw waar gewichtsberekeningen cruciaal zijn. Daartegenover staat de handvormsteen. Een bezande huid. Zachte schaduwwerking in de voegen. Deze steen wordt vaak gekozen voor projecten waar een ambachtelijke, bijna nostalgische uitstraling de boventoon moet voeren.

Kijk naar een oprit na een nachtvorst. De straatbakstenen blijven intact. Door de extreme sintering tijdens de fabricage — waarbij de klei bijna vloeibaar werd — is de wateropname minimaal. Er dringt geen vocht binnen dat kan bevriezen en de steen kan doen barsten. Bij een goedkopere gevelsteen die per ongeluk als bestrating wordt gebruikt, zie je na één winter de schilfers eraf vliegen. Het productieproces bepaalt de overlevingskans.


Normering en juridische kaders

Geen steen zonder stempel. De fabricage van bakstenen is in de kern gebonden aan de Europese Verordening Bouwproducten (CPR), die fabrikanten verplicht een Declaration of Performance (DoP) op te stellen voor elke unieke productsoort. Deze prestatieverklaring vormt de juridische basis voor de CE-markering. Essentieel voor de handel. De technische invulling hiervan wordt gedicteerd door de norm NEN-EN 771-1. Deze norm specificeert de eisen voor metselstenen van klei, variërend van de maattoleranties en de druksterkte tot de wateropname en de vorst-dooiweerstand.

EigenschapNormering/KaderBetekenis
MaatspreidingNEN-EN 771-1 (Klasse R1/R2)De toegestane variatie in afmetingen binnen een partij.
DruksterkteNEN-EN 771-1Minimale belasting die de steen moet kunnen weerstaan.
Milieu-impactBesluit BodemkwaliteitRegels voor de winning van klei en herbruikbaarheid.
ToepassingBBL (Besluit bouwwerken leefomgeving)Voldoen aan veiligheidseisen voor constructies.

Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) stelt de kaders voor het gebruik van deze materialen in de Nederlandse bouwsector. Constructieve veiligheid staat voorop. De industrie hanteert daarnaast vaak de BRL 1007 voor het voeren van een KOMO-kwaliteitsverklaring, wat voor aannemers een bewijs is dat het productieproces onder extern toezicht staat. Kleiwinning in de uiterwaarden is bovendien onderhevig aan complexe milieuregelgeving zoals de Waterwet en het Besluit Bodemkwaliteit. Vergunningen zijn hierbij leidend. Het bakproces zelf moet voldoen aan strikte emissienormen voor de uitstoot van stoffen zoals fluoride en zwaveloxiden, vastgelegd in omgevingsvergunningen. Schone ovens zijn de norm. Wie de regels negeert, krijgt geen voet aan de grond op de moderne bouwplaats.


Ontwikkeling van de baksteenindustrie

De historie van baksteenfabricage in de Lage Landen kent een grillig verloop. De Romeinen introduceerden de techniek van het bakken van klei, maar na hun vertrek raakte deze kennis nagenoeg volledig in de vergetelheid. Hout en riet domineerden de bouwkunst. Pas in de twaalfde eeuw keerde de baksteen terug, mede door de invloed van kloosterordes. De introductie van de kloostermop. Een fors formaat. Deze stenen werden vervaardigd in tijdelijke veldovens, opgebouwd uit de ongebakken vormelingen zelf, waarbij de windrichting de hitteverdeling dicteerde en de uitval vaak aanzienlijk was.

De negentiende eeuw markeerde een technisch breekpunt. De uitvinding van de ringoven door Friedrich Hoffmann in 1858 transformeerde de sector van een seizoensgebonden ambacht naar een continu industrieel proces. Een vuurgang die nooit doofde. Dit verlaagde het brandstofverbruik drastisch en zorgde voor een meer homogene kwaliteit van het keramische product. Parallel hieraan deed de mechanisatie zijn intrede. De strengpers verving voor grote projecten de handvormer, waardoor maatvastheid en productiecapaciteit exponentieel toenamen.

In de twintigste eeuw verschoof de focus naar automatisering en beheersing. De tunneloven verving de arbeidsintensieve ringoven. Computergestuurde droog- en bakprocessen minimaliseerden de foutmarges. Waar vroeger de ervaring van de meesterbrander leidend was, sturen nu sensoren de zuurstof- en temperatuurcurves aan. De hedendaagse fabricage is bovendien sterk beïnvloed door milieuregelgeving; de overgang van steenkool naar aardgas en elektriciteit, en de verplichte rookgasreiniging, hebben het landschap van de Nederlandse baksteenindustrie fundamenteel veranderd.


Gebruikte bronnen:

Bronnen:

Joostdevree | Baksteen