De fabricage start bij de samenstelling van de grondstof op de kleibult. Verschillende kleilagen worden hier gemengd om tot een constante minerale balans te komen. Een nauwgezette voorbereiding. In de mengerij wordt de klei mechanisch bewerkt en bevochtigd tot een plastische massa die geschikt is voor de specifieke vormmachine. Afhankelijk van de gewenste esthetiek en technische eigenschappen kiest men voor de strengpersmethode, de vormbaktechniek of de traditionele handvormmethode.
Bij de strengpers wordt een continue kleibalk door een mondstuk geperst en op maat gesneden. De vormbakmethode werkt anders. Hierbij vallen kleiblokken in mallen, vaak bezand om lossing mogelijk te maken. De resulterende vormelingen bevatten op dit punt nog aanzienlijke hoeveelheden aanmaakwater. Dit water moet verdwijnen. In de droogkamers vindt een proces plaats waarbij warme lucht, vaak afkomstig van de restwarmte van de ovens, langs de stenen wordt gevoerd. Dit gebeurt traag. Een te snelle droging veroorzaakt interne spanningen en onherstelbare scheurvorming in de ongebakken steen.
Na het droogtraject volgt de thermische behandeling in de tunneloven. De stenen passeren op ovenwagens diverse temperatuurzones:
Het proces eindigt met het sorteren en pakketteren. De stenen zijn nu klaar voor transport naar de bouwplaats.
Een architect die droomt van een diep antracietgrijze gevel. In de mengerij wordt niet gegokt. De operator voegt nauwkeurig mangaanoxide toe aan de kleimassa voor de strengpers. Het resultaat na 48 uur bakken? Een door-en-door gekleurde steen die bij een zaagsnede geen lichte kern toont. Puur vakmanschap op de vierkante millimeter.
Soms gaat het mis in de oven. De zogenaamde 'voetzoekers'. Dit zijn stenen die in de tunneloven nét te dicht op de branders lagen. Ze zijn vervormd, soms bijna gesmolten tot een glasachtige massa. Wat voor een strak kantoorpand onacceptabel is, vormt voor de restauratie van een 18e-eeuwse boerderij juist de gewenste, grillige textuur. Afval bestaat nauwelijks in de keramische industrie; zelfs breukmateriaal krijgt een tweede leven als gravel voor tennisbanen.
Op de bouwplaats ziet de metselaar het verschil direct. Een strengperssteen met zijn messcherpe hoeken en gatenpatroon. Licht van gewicht. Ideaal voor het snelle meters maken bij hoogbouw waar gewichtsberekeningen cruciaal zijn. Daartegenover staat de handvormsteen. Een bezande huid. Zachte schaduwwerking in de voegen. Deze steen wordt vaak gekozen voor projecten waar een ambachtelijke, bijna nostalgische uitstraling de boventoon moet voeren.
Kijk naar een oprit na een nachtvorst. De straatbakstenen blijven intact. Door de extreme sintering tijdens de fabricage — waarbij de klei bijna vloeibaar werd — is de wateropname minimaal. Er dringt geen vocht binnen dat kan bevriezen en de steen kan doen barsten. Bij een goedkopere gevelsteen die per ongeluk als bestrating wordt gebruikt, zie je na één winter de schilfers eraf vliegen. Het productieproces bepaalt de overlevingskans.
Geen steen zonder stempel. De fabricage van bakstenen is in de kern gebonden aan de Europese Verordening Bouwproducten (CPR), die fabrikanten verplicht een Declaration of Performance (DoP) op te stellen voor elke unieke productsoort. Deze prestatieverklaring vormt de juridische basis voor de CE-markering. Essentieel voor de handel. De technische invulling hiervan wordt gedicteerd door de norm NEN-EN 771-1. Deze norm specificeert de eisen voor metselstenen van klei, variërend van de maattoleranties en de druksterkte tot de wateropname en de vorst-dooiweerstand.
| Eigenschap | Normering/Kader | Betekenis |
|---|---|---|
| Maatspreiding | NEN-EN 771-1 (Klasse R1/R2) | De toegestane variatie in afmetingen binnen een partij. |
| Druksterkte | NEN-EN 771-1 | Minimale belasting die de steen moet kunnen weerstaan. |
| Milieu-impact | Besluit Bodemkwaliteit | Regels voor de winning van klei en herbruikbaarheid. |
| Toepassing | BBL (Besluit bouwwerken leefomgeving) | Voldoen aan veiligheidseisen voor constructies. |
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) stelt de kaders voor het gebruik van deze materialen in de Nederlandse bouwsector. Constructieve veiligheid staat voorop. De industrie hanteert daarnaast vaak de BRL 1007 voor het voeren van een KOMO-kwaliteitsverklaring, wat voor aannemers een bewijs is dat het productieproces onder extern toezicht staat. Kleiwinning in de uiterwaarden is bovendien onderhevig aan complexe milieuregelgeving zoals de Waterwet en het Besluit Bodemkwaliteit. Vergunningen zijn hierbij leidend. Het bakproces zelf moet voldoen aan strikte emissienormen voor de uitstoot van stoffen zoals fluoride en zwaveloxiden, vastgelegd in omgevingsvergunningen. Schone ovens zijn de norm. Wie de regels negeert, krijgt geen voet aan de grond op de moderne bouwplaats.
De historie van baksteenfabricage in de Lage Landen kent een grillig verloop. De Romeinen introduceerden de techniek van het bakken van klei, maar na hun vertrek raakte deze kennis nagenoeg volledig in de vergetelheid. Hout en riet domineerden de bouwkunst. Pas in de twaalfde eeuw keerde de baksteen terug, mede door de invloed van kloosterordes. De introductie van de kloostermop. Een fors formaat. Deze stenen werden vervaardigd in tijdelijke veldovens, opgebouwd uit de ongebakken vormelingen zelf, waarbij de windrichting de hitteverdeling dicteerde en de uitval vaak aanzienlijk was.
De negentiende eeuw markeerde een technisch breekpunt. De uitvinding van de ringoven door Friedrich Hoffmann in 1858 transformeerde de sector van een seizoensgebonden ambacht naar een continu industrieel proces. Een vuurgang die nooit doofde. Dit verlaagde het brandstofverbruik drastisch en zorgde voor een meer homogene kwaliteit van het keramische product. Parallel hieraan deed de mechanisatie zijn intrede. De strengpers verving voor grote projecten de handvormer, waardoor maatvastheid en productiecapaciteit exponentieel toenamen.
In de twintigste eeuw verschoof de focus naar automatisering en beheersing. De tunneloven verving de arbeidsintensieve ringoven. Computergestuurde droog- en bakprocessen minimaliseerden de foutmarges. Waar vroeger de ervaring van de meesterbrander leidend was, sturen nu sensoren de zuurstof- en temperatuurcurves aan. De hedendaagse fabricage is bovendien sterk beïnvloed door milieuregelgeving; de overgang van steenkool naar aardgas en elektriciteit, en de verplichte rookgasreiniging, hebben het landschap van de Nederlandse baksteenindustrie fundamenteel veranderd.