De montage vangt aan bij de gootbeugels. Deze dragers worden op vaste afstanden van elkaar aan de muurplaat of de sporen bevestigd. Men houdt hierbij rekening met een minimaal afschot naar de hemelwaterafvoer, hoewel de bakgoot optisch vaak horizontaal lijkt te lopen om de architectonische lijn van de gevel niet te verstoren. In de praktijk worden de verschillende gootdelen in elkaar geschoven en vervolgens waterdicht verbonden. Bij metalen varianten zoals zink of koper geschiedt dit via vloeimiddel en soldeerverbindingen, waarbij een overlap van enkele centimeters noodzakelijk is voor de structurele integriteit. De thermische uitzetting van het materiaal vraagt om constante aandacht tijdens het proces. Bij grotere lengtes, meestal boven de twaalf meter, worden expansiestukken met een rubberen tussenprofiel geplaatst om spanningen in het materiaal op te vangen en scheurvorming te voorkomen. De uitloop bevindt zich direct boven de afvoerpijp en wordt door middel van een gat in de bodem en een verbonden trechter gerealiseerd, waarna het water ongehinderd naar beneden stroomt. Kopschotten sluiten de uiteinden af. Een kraal verstevigt de voorrand.
Voor goten die in een houten betimmering liggen, wordt eerst de constructieve bak gevormd. Deze houten bekisting dient als stabiele basis voor de uiteindelijke voering. De binnenzijde krijgt een bekleding van zink, lood of een synthetisch membraan zoals EPDM. Bij renovaties wordt de oude voering vaak verwijderd terwijl de houten ombouw, mits de conditie dit toelaat, behouden blijft voor de nieuwe laag. De aansluiting met de dakbedekking vindt plaats aan de achterzijde, waar de gootstrook onder de onderste rij pannen of de dakbedekking schuift. Dit voorkomt inwatering achter de goot langs. Bevestiging vindt plaats met klangen. Deze kleine strips houden de goot op zijn plek maar laten beweging toe. Flexibiliteit is cruciaal bij metaal.
De materiaalkeuze bepaalt de levensduur. Zink blijft de onbetwiste standaard in de Nederlandse woningbouw. Het is relatief betaalbaar en gaat decennia mee. Koper is de luxueuze tegenhanger. Onverwoestbaar bijna. De initiële glans maakt na verloop van tijd plaats voor een diepbruine kleur, om uiteindelijk te eindigen in het bekende groen dat monumentale panden hun karakter geeft. Voor de minder kritische toepassingen, zoals schuren of tijdelijke bouwwerken, grijpt men vaak naar PVC. Deze kunststof goten zijn licht en eenvoudig te monteren met lijm- of klemverbindingen, maar ze lijden onder uv-straling en temperatuurschommelingen waardoor ze sneller broos worden. Polyester bakgoten vormen een interessant alternatief voor wie een naadloze goot uit één stuk wenst, vaak tot zeer grote lengtes zonder risicovolle soldeernaden.
Het verschil zit in de presentatie. De vrijhangende bakgoot is eerlijk en functioneel. Deze hangt zichtbaar in gootbeugels aan de muurplaat of de sporen. Geen poespas. Daartegenover staat de betimmerde bakgoot. Hierbij wordt de goot voering — meestal zink of EPDM — in een houten bak geplaatst die vaak is afgewerkt met boeidelen en sierlijsten. Dit type wordt dikwijls verward met de kilgoot, maar de functie is wezenlijk anders; de kilgoot ligt immers in de snijlijn van twee dakvlakken terwijl de bakgoot het water aan de dakvoet opvangt. In de utiliteitsbouw ziet men ook de zelfdragende aluminium bakgoot, waarbij de vormvastheid van het dikkere materiaal externe ondersteuning door beugels minder kritisch maakt.
In de handel wordt niet over willekeurige maten gesproken. Men hanteert de 'ontwikkelde breedte'. Dit is de maat van de vlakke plaat metaal voordat deze in de gewenste vorm wordt gebogen. Veelvoorkomende types zijn de B37, B44 en B55. Een B37 bakgoot heeft dus een uitgeslagen breedte van 370 millimeter. De bodemmaat varieert hierbij mee. Een bredere bodem is cruciaal bij diepe dakvlakken of bij een zeer flauwe dakhelling waar watermassa's zich snel kunnen ophopen. Soms wordt de term 'blokgoot' als synoniem gebruikt, al duidt dit in de regel specifiek op de zeer robuuste, rechthoekige varianten die zonder kraal worden uitgevoerd voor een minimalistisch-modernistisch gevelbeeld.
Een jaren dertig woning met karakteristieke overstekken. Je kijkt omhoog en ziet een strakke, houten koof. Geen druppel op de gevel. Binnenin die houten bak ligt een zinken voering verborgen die het water geruisloos afvoert naar de standleiding. Dit is de bakgoot in zijn meest klassieke, esthetische vorm. Onzichtbaar voor de voorbijganger, essentieel voor de constructie.
Denk aan een moderne kapschuur. Strakke lijnen en zwarte gevelbekleding. Hier hangt de bakgoot vaak vol in het zicht, rustend in robuuste, verzinkte beugels. Geen houten ommanteling. Puur functioneel. De hoekige vorm sluit naadloos aan bij de industriële look van de damwandprofielen op het dak. De kraal aan de voorzijde voorkomt dat de rand doorbuigt wanneer er een ladder tegenaan rust.
Onderhoudsmoment in het najaar. De ladder staat stevig tegen de muur. Met een werkhandschoen veeg je over de vlakke bodem van de goot. Het werkt makkelijk. In tegenstelling tot een ronde mastgoot hoef je niet te worstelen met de welving; een platte schep haalt in één vloeiende beweging alle opgehoopte modder en bladeren weg bij de uitloop. Efficiëntie op grote hoogte.
Een renovatieproject waarbij het zink na veertig jaar is doorgerot. De houten betimmering aan de buitenzijde is nog spijkerhard. De vakman snijdt de oude metalen binnenbak weg en plaatst een nieuwe voering van EPDM of maatwerk zink. De constructie blijft intact. De waterdichtheid is weer voor decennia gegarandeerd zonder de hele gevelafwerking te hoeven slopen.
Eerst was er hout. Middeleeuwse steden kenden houten troggen, vaak bekleed met lood om lekkage tegen te gaan. De bakgoot was toen nog puur ambachtelijk maatwerk. De grote omslag kwam in de negentiende eeuw door de opkomst van de grootschalige zinkproductie. Gewalst zink bleek lichter en goedkoper dan lood. Het liet zich bovendien eenvoudiger vormen tot de strakke, rechthoekige profielen die we nu als bakgoot bestempelen.
Architectonische trends stuurden de techniek. Tijdens de neostijlen en de latere jaren dertig mocht de waterafvoer het gevelbeeld niet verstoren. De goot verdween in een houten koof. Dit markeerde de overgang van de puur functionele hanggoot naar de constructieve betimmerde bakgoot als integraal onderdeel van de kroonlijst. Vaklieden soldeerden de verbindingen ter plaatse. Een specialisme dat decennialang de standaard bleef in de Nederlandse woningbouw. Pas na de Tweede Wereldoorlog zorgde de introductie van kunststoffen zoals PVC en later EPDM voor een diversificatie in de uitvoering, waarbij de nadruk verschoof van puur metaalbewerking naar lijm- en klemverbindingen. De vorm bleef echter nagenoeg ongewijzigd. De rechthoekige doorsnede bleek simpelweg te efficiënt om te vervangen.
Joostdevree | Nl.wikipedia | Stichtingerm | Encyclo | Isobouw | Joslaan