Het proces start met de positionering van de boorstelling boven het vastgestelde nulpunt. De boormotor brengt de avegaar in rotatie, waarbij de schroefvormige windingen zich in de ondergrond vreten. Grondverplaatsing is hierbij de sleutel. Terwijl de punt de diepte opzoekt, transporteert de continue spiraal de losgeboorde grond direct naar het maaiveld. Dit voorkomt zijwaartse compressie van de bodem. De windingen blijven tijdens het boorproces grotendeels gevuld met grond, wat essentieel is voor de stabiliteit van het boorgat; de gevulde avegaar fungeert als een tijdelijke steun die voorkomt dat de wanden inklinken of instorten. Bij ambachtelijke houtbewerking volgt een vergelijkbaar principe, waarbij de ziel van de avegaar het boorsel efficiënt uit het diepe gat voert om verstopping en hitteontwikkeling tegen te gaan.
In de funderingstechniek transformeert de avegaar van een boorinstrument naar een transportbuis. Zodra de boor de gewenste diepte in de draagkrachtige laag heeft bereikt, wordt betonmortel onder hoge druk door de holle as naar beneden gepompt. De druk moet constant blijven. Terwijl de mortel uit de voet van de boor stroomt, wordt de avegaar langzaam en gelijkmatig omhoog getrokken. Er ontstaat een vloeibare betonkolom. De snelheid van het hijsen moet exact zijn afgestemd op de toevoer van het beton om onderbrekingen in de paalschacht te vermijden. Dit luistert nauw. Na volledige extractie van de boor en de aanwezige grondresten blijft een vers betonlichaam achter in de bodem. In de nog plastische mortel wordt vervolgens de wapening aangebracht, die vaak met behulp van een licht trilblok tot de juiste diepte wordt ingevoerd.
Binnen de funderingswereld is het onderscheid tussen grondverwijderende en grondverdringende systemen cruciaal. De meest gangbare variant is de CFA-avegaar (Continuous Flight Auger), in Nederland beter bekend als de boor voor de mortelschroefpaal. Deze boor heeft windingen over de gehele lengte. Grond komt naar boven. Altijd. Bij een grondverdringende avegaar is dit anders. Hierbij is de boorpunt of een specifiek deel van de schacht zodanig gevormd dat de grond zijdelings weggeperst wordt. Geen grondafvoer, wel verdichting van de bodem. Dit resulteert vaak in een hogere draagkracht van de uiteindelijke paal.
Hoewel de termen grondboor en avegaar in de volksmond door elkaar lopen, is de avegaar technisch specifiek gedefinieerd door zijn continue schroefblad. Een eenvoudige grondboor heeft vaak slechts twee snijbladen aan de onderzijde.
Een krappe stadskern. Monumentale panden. Geen trillingen toegestaan. De enorme avegaar vreet zich een weg door de bodemlagen terwijl een gestage stroom grond over de randen van de boorschacht naar buiten bolt, een visueel bewijs van de ruimte die wordt gemaakt voor het verse beton dat onder hoge druk door de holle as naar beneden wordt geperst. De machinist corrigeert de ophaalsnelheid op zijn dashboard. Alles draait om de balans tussen druk en beweging.
In de werkplaats van een restauratietimmerman gaat het er verfijnder aan toe. De punt van een glimmende slangenboor wordt op een afgetekend kruis geplaatst. Zodra de rotatie begint, trekt de fijne schroefdraad aan de kop het staal met een dwingende kracht het eikenhout in. Geen krachtpatserij nodig. Vette schilfers hout worden via de diepe windingen direct naar buiten gewerkt, waardoor het boorgat schoon blijft en de boor niet vastloopt of verbrandt in het diepe gat voor de houten pen.
Langs een dijklichaam voert een veldwerker een handmatige boring uit voor bodemonderzoek. Hij draait de handavegaar met korte, krachtige slagen de bodem in. Met elke omwenteling verdwijnt het metaal dieper in de klei. Een korte ruk omhoog brengt een ongestoord grondmonster naar de oppervlakte, gevangen tussen de stalen schroefbladen, klaar voor directe inspectie van de bodemgesteldheid.
De technische uitvoering van funderingswerkzaamheden met een avegaar is gebonden aan strikte Europese en nationale normen. NEN-EN 1536 is hierbij leidend voor in de grond gevormde boorpalen. Deze norm stelt specifieke eisen aan het boorproces en de betonstorting. Alles draait om controleerbaarheid. De machine moet parameters zoals de boordiepte, de draaimomenten en de exacte betondruk tijdens het ophalen van de avegaar continu registreren. Deze data vormen het bewijs dat de paal over de gehele lengte de juiste diameter en betonkwaliteit bezit. Voor grondverdringende schroefpalen geldt vaak de norm NEN-EN 12699. Een constructeur rekent op basis van deze uitvoeringsnormen de draagkracht uit. Zonder kloppende boorstaten is de constructieve veiligheid niet te garanderen.
Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) stelt kaders voor de effecten op de omgeving tijdens het boren. Trillingen en geluid zijn hierbij de kritieke factoren. Hoewel een avegaarboor bekendstaat als trillingsarm, moet de aannemer voldoen aan de grenswaarden voor geluidshinder. Vooral in stedelijk gebied. De vrijkomende grond bij een avegaarboring is niet zomaar afval. Het Besluit bodemkwaliteit is hier van kracht. Omdat de avegaar grond van grote diepte naar de oppervlakte transporteert, moet de kwaliteit van deze grondstroom worden vastgesteld voordat deze wordt afgevoerd of hergebruikt. De herkomst moet traceerbaar blijven. Menging van verschillende grondlagen kan gevolgen hebben voor de hergebruiksmogelijkheden op andere locaties.
De mechanische grondslag van de avegaar voert terug naar de schroef van Archimedes. Oorspronkelijk ontworpen voor waterverplaatsing. Al snel bleek het principe van de helix echter uitermate geschikt voor het transporteren van vaste materialen. In de middeleeuwse bouwkunst was de handavegaar een primair instrument binnen de houtbouw; timmermannen gebruikten gesmede boren om diepe gaten in zware eiken gebinten te trekken voor de borging van houten pennen. Het fundamentele ontwerp van de spaanafvoer via de spiraal is sindsdien nauwelijks gewijzigd. Een simpel maar doeltreffend concept dat de transitie van ambachtelijk handgereedschap naar industriële machine moeiteloos overleefde.
De schaalsprong naar de moderne funderingstechniek vond pas halverwege de twintigste eeuw werkelijk plaats. Stedelijke verdichting en de daarmee gepaard gaande trillingsproblematiek bij traditioneel heien dwongen de sector tot innovatie. In de jaren 50 en 60 ontwikkelde de techniek zich razendsnel tot de Continuous Flight Auger (CFA). Dit was een technisch antwoord op de striktere geluidseisen en de kwetsbaarheid van belendingen in naoorlogse binnensteden. Geen schokgolven meer door de bodem. De introductie van krachtige hydraulische boormotoren in de jaren 70 en 80 maakte het mogelijk om steeds grotere diameters en dieptes te bereiken, waardoor de avegaar definitief promoveerde tot een zwaargewicht in de civiele techniek. De laatste decennia verschoof de focus naar data; de integratie van digitale meet- en registratiesystemen heeft het proces van een visuele inschatting veranderd in een exact gecontroleerde engineeringmethode.
Joostdevree | Nl.wikipedia | Encyclo | Wikikids | Woodworking | Vsf | Archive | Brabantserfgoed | Zeeuwsedialect | Mijnkluswijzer