De constructie van een attiek vangt aan direct bovenop de voltooide kroonlijst. Het is een verticale verlenging. In de traditionele bouwpraktijk wordt massief metselwerk of natuursteen opgetrokken om een gesloten borstwering te vormen, waarbij de dikte van de muur vaak iets afneemt ten opzichte van de onderliggende gevel. De verankering aan de hoofddraagconstructie moet robuust zijn. Bij een opengewerkte variant, zoals een balustrade-attiek, worden losse balusters op een horizontale voetlijst geplaatst en aan de bovenzijde afgedekt met een doorlopende deklijst.
De achterzijde vereist een specifieke technische benadering vanwege de waterhuishouding. Hemelwater moet weg. Tussen de attiekmuur en de eigenlijke dakconstructie wordt doorgaans een verholen goot of een verdiept dakvlak aangebracht. De dakbedekking loopt hierbij verticaal op tegen de binnenzijde van de attiek. Loodslabben of zinken profielen worden in de voegen van de attiek aangebracht om deze aansluiting waterdicht af te sluiten. In moderne toepassingen worden vaak geprefabriceerde elementen van beton, composiet of metaal met ankerwerk aan de dakrand bevestigd. Dit gaat snel. Panelen worden dan als een schil voor de dakrand gemonteerd. De stabiliteit wordt gewaarborgd door stalen consoles of een achterliggende houtskeletbouwstructuur die de windbelasting opvangt en afvoert naar de verdiepingsvloer.
De verschijningsvorm van een attiek hangt nauw samen met de architectuurstijl van het hoofdgebouw. Bij de massieve attiek vormt een gesloten wand de afsluiting, doorgaans uitgevoerd in hetzelfde metselwerk of natuursteen als de gevel. Baksteen of zandsteen. Deze variant leent zich uitstekend voor het aanbrengen van inscripties, jaartallen of reliëfbeeldhouwwerk, een techniek die we veelvuldig terugzien bij klassieke triomfbogen en neoclassicistische overheidsgebouwen. Strak en imposant. De balustrade-attiek werkt anders. Hierbij wordt de dichte wand vervangen door een ritme van balusters, wat een luchtiger, transparant effect geeft. Het is een spel met licht en schaduw. In de barokarchitectuur werden deze balustrades vaak extra gedecoreerd met vazen, beelden of voluten op de posten die recht boven de onderliggende pilasters gepositioneerd zijn.
Niet elke attiek is louter een decoratief scherm. Soms verbergt de constructie een volledige, zij het lage, woon- of werklaag: de attiekverdieping. In de volksmond soms verward met een mezzanino, hoewel die laatste zich doorgaans tussen twee hoofdverdiepingen in bevindt. Deze ruimte heeft vaak kleine, vierkante vensters die exact in het ritme van de onderliggende raampartijen vallen. Het dak ligt hierbij plat of zeer flauw hellend achter de attiekmuur verscholen. Het is een slimme methode om extra vloeroppervlak te creëren zonder de monumentale verhoudingen van de gevelwand te verstoren.
Verwarring met een reguliere borstwering ligt op de loer. Een borstwering is echter een algemene term voor elke lage muur tot heuphoogte, terwijl een attiek specifiek de architectonische bekroning boven de kroonlijst betreft. Een subtiel maar cruciaal verschil voor de bouwkundige. Ook de afbakening met het fronton is helder; waar een fronton of timpaan meestal een driehoekige of gebogen bekroning is boven een risaliet of entree, loopt de attiek vaak over de gehele breedte van de gevel door. Horizontale continuïteit staat hierbij centraal. Soms fungeert een attiek als een visueel 'voetstuk' voor een hoger gelegen kapconstructie, waarbij de term schijnattiek wordt gebruikt als de muur enkel voor het zicht is opgetrokken zonder enige constructieve noodzaak voor het achterliggende dak.
In de Amsterdamse grachtengordel kom je ze constant tegen. Kijk naar een zeventiende-eeuws koopmanshuis waar de gevel plotseling lijkt op te houden in een rij stenen vazen of een gebeeldhouwde kuif. De balustrade-attiek. Het verbergt de sobere kapconstructie voor de kijker op straatniveau. Het resultaat is een monumentaal silhouet. Zonder deze toevoeging zou het pand er 'kaal' of onafgewerkt uitzien. De proporties kloppen weer.
Een modern distributiecentrum heeft vaak een gigantisch plat dak. Overal staan warmtepompen, airco-units en luchtbehandelingskasten die de strakke lijn van het gebouw breken. Lelijk spul. Een verhoogde dakrand, uitgevoerd als metalen of composiet attiek, fungeert hier als technisch scherm. Het oogt vanaf de parkeerplaats als een massief, strak blok. Niemand ziet de installaties. Rust in het straatbeeld door een simpele verhoging.
Stel je een negentiende-eeuws museum of stadhuis voor. Achter die lage rij kleine, vierkante vensters, net boven de zware kroonlijst, bevindt zich de attiekverdieping. Hierachter schuilen vaak kantoren, archieven of depots. Het dak ligt flauw hellend of plat achter deze muur verscholen. Zo blijft de gevel hoog en indrukwekkend. Het is een slimme methode om extra vierkante meters te creëren zonder dat een logge kap de klassieke verhoudingen verstoort. Functioneel gebruik van een esthetisch element.
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) vormt het juridische fundament voor elke dakconstructie. Een attiek is technisch gezien een gevelbeëindiging. Dat betekent dat de constructieve veiligheid moet voldoen aan strikte grenswaarden. Wind krijgt grip op hoogte. Vooral bij hoekoplossingen treden grote krachten op. De verankering aan de hoofddraagconstructie is daarom niet optioneel. Berekeningen volgens NEN-EN 1991 (Eurocode 1) zijn noodzakelijk om te bepalen of de attiek bestand is tegen extreme winddruk en zuiging. Een loszittende baluster is een gevaar voor de omgeving.
Restauratie vraagt om een andere blik. De Erfgoedwet beschermt het aanzicht van rijksmonumenten. Een attiek is vaak bepalend voor het beschermde stadsgezicht. Zomaar materiaal vervangen door een modern alternatief? Dat staat de wet niet toe. Het Omgevingsplan van de gemeente bevat vaak welstandseisen die de vormgeving dicteren. De bouwhoogte is een kritisch punt. In de meetregels van veel gemeenten telt de attiek mee voor de totale gebouwhoogte. Dit kan conflicteren met de maximaal toegestane maatvoering in het bestemmingsplan.
Lekkage is een juridisch moeras. De BBL stelt eisen aan de waterdichtheid van de uitwendige scheidingsconstructie. De aansluiting tussen het dakvlak en de binnenzijde van de attiek is een zwak punt. Hier moet de waterkerende laag conform de geldende normen worden opgetrokken. Falende detaillering bij de verholen goot leidt direct tot niet-voldoen aan de bouwregelgeving. Water moet weg. Altijd. De afvoer van hemelwater moet berekend zijn op piekbelastingen om overstroom over de kroonlijst te voorkomen.
In de Nederlandse zeventiende eeuw volgde een praktische vertaling. De rijke koopmanshuizen langs de grachten kregen attieken om de steile kapconstructies te maskeren, vaak uitgevoerd als rijkelijk versierde balustrades met vazen of familiewapens. Het was status in zandsteen. Met de opkomst van de industriële revolutie en de vroege moderne architectuur verschoof de focus. De attiek werd soberder. Functioneler. Geen krullen meer, maar strakke metselwerkverbanden. In de hedendaagse utiliteitsbouw is de attiek definitief getransformeerd tot een technisch schild. Waar vroeger de inscripties van keizers stonden, staan nu de koelinstallaties en zonnepanelen van de moderne tijd achter een strakke schil van aluminium of composiet.