De totstandkoming van een attest van conformiteit volgt een gestructureerd pad. Aanvankelijk verifieert de fabrikant, of diens gemachtigde, dat een specifiek product aan alle toepasselijke Europese wetgeving, normen en richtlijnen voldoet. Dit behelst doorgaans een grondige interne beoordeling, inclusief eventuele tests en het verzamelen van relevante technische documentatie. Het is een verantwoordelijk proces; de fabrikant moet zeker zijn van zijn zaak.
Soms is een externe validatie onontkoombaar. Bij producten met een verhoogd risico of complexe aard schakelt men een geaccrediteerde externe instantie, een Notified Body, in. Deze organisatie voert onafhankelijke onderzoeken uit en reikt, indien akkoord, een certificaat uit, zoals een CE- of EU-typeonderzoek certificaat. Deze externe bevindingen vormen een essentieel onderdeel van het bewijsmateriaal, maar vervangen nooit de uiteindelijke verklaring van de fabrikant zelf.
Vervolgens stelt de fabrikant de formele schriftelijke verklaring op: het attest van conformiteit. Hierin bevestigt men expliciet dat het bouwproduct voldoet aan alle gestelde eisen, inclusief de verordeningen en richtlijnen die van toepassing zijn. Met het ondertekenen hiervan neemt de fabrikant de volledige aansprakelijkheid voor het product op zich. Deze verklaring is de basis voor de verplichte CE-markering, waarmee het product legaal op de Europese markt mag verschijnen.
Het document bevindt zich dan in de praktijk vaak bij de technische dossier van het product. Tien jaar lang moet het attest bewaard blijven, gerekend vanaf het moment dat het product in de handel is gebracht. Bij internationale distributie binnen de EU is het vanzelfsprekend dat de verklaring beschikbaar is in de taal van het land waar het product op de markt komt, een kwestie van praktische bruikbaarheid en naleving.
Een aannemer ontvangt een vrachtwagenlading met PIR-isolatieplaten voor een nieuwbouwproject. Voordat deze platen überhaupt overwogen kunnen worden voor installatie, eist de projectleiding het attest van conformiteit van de fabrikant. Dit document vormt de onbetwistbare bevestiging dat de isolatie voldoet aan de Europese brandveiligheidsnormen, de opgegeven isolatiewaarden levert en geen schadelijke stoffen bevat. Zonder dit cruciale papier, een non-conformiteit, wordt de levering simpelweg geweigerd; de aansprakelijkheid is te groot.
Bij de selectie van kunststof kozijnen voor een groot appartementencomplex kijkt de projectontwikkelaar kritisch naar de specificaties. De leverancier presenteert een attest van conformiteit. Daarin staat zwart op wit dat de kozijnen voldoen aan de strikte eisen voor thermische isolatie, geluidswering en wind- en waterdichtheid volgens de Europese richtlijnen. Dit attest is niet zomaar een formaliteit; het is het bewijs dat de investering voldoet aan de bouweisen, essentieel voor een zorgeloze oplevering en duurzaamheid op lange termijn.
Een installateur werkt aan de elektrische infrastructuur van een nieuw te bouwen kantoorpand. Van de hoofdschakelaar tot elke groepenkast en de daarin verwerkte automaten: voor elk elektrisch component heeft hij een attest van conformiteit nodig. Dit garandeert dat de onderdelen zijn getest en veilig zijn, conform de geldende NEN-normen en EU-richtlijnen. Mocht er onverhoopt een storing of keuring plaatsvinden, dan vormt dit attest het bewijs van correcte materiaalkeuze en conformiteit, waarmee de veiligheid en betrouwbaarheid van de gehele elektrische installatie wordt onderbouwd.
De noodzaak tot het opstellen van een attest van conformiteit vloeit direct voort uit een breed scala aan Europese wet- en regelgeving, die tot doel heeft een vrije markt voor producten te creëren en tegelijkertijd een hoog niveau van veiligheid, gezondheid en milieubescherming te waarborgen. Voor bouwproducten, specifiek, vormt de Verordening (EU) nr. 305/2011, algemeen bekend als de Bouwproductenverordening (BPV), het fundamentele juridische kader.
Deze verordening schept de geharmoniseerde voorwaarden voor het in de handel brengen van bouwproducten en verplicht fabrikanten tot het opstellen van een prestatieverklaring en een EU-conformiteitsverklaring. Pas daarna is het toegestaan de CE-markering op het product aan te brengen. De conformiteitsverklaring bevestigt daarmee, in juridische zin, dat het bouwproduct voldoet aan de essentiële kenmerken die zijn vastgelegd in geharmoniseerde normen – zoals specifieke NEN-normen – of, indien die ontbreken, in Europese technische beoordelingen.
Hoewel de BPV de spil is voor bouwgerelateerde artikelen, zijn er ook talloze andere EU-richtlijnen en -verordeningen die een conformiteitsverklaring vereisen voor uiteenlopende productcategorieën, variërend van elektrische apparatuur en machines tot medische hulpmiddelen en speelgoed. Elk van deze richtlijnen specificeert eigen procedures voor conformiteitsbeoordeling, maar de kern blijft identiek: de fabrikant verklaart dat zijn product voldoet aan alle toepasselijke wettelijke eisen. Het attest van conformiteit is dus niet enkel een document; het is een bindende juridische belofte, onmisbaar voor markttoegang en aansprakelijkheid.
Vóór de daadwerkelijke totstandkoming van de Europese interne markt, een tijd waarin handel tussen lidstaten veel complexer was dan nu, had elk land zijn eigen specifieke technische eisen, keurmerken en goedkeuringsprocedures voor producten. Dit leidde tot een mozaïek van nationale regels, een ware barrière voor vrije handel. Een product dat in België goedgekeurd was, kon zomaar in Duitsland geweigerd worden. Deze situatie vroeg om een fundamentele verandering.
De ommekeer kwam met de introductie van de 'Nieuwe Aanpak'-richtlijnen door de Europese Gemeenschap in het midden van de jaren tachtig. Deze revolutionaire benadering legde niet langer gedetailleerde technische specificaties vast, maar focuste op essentiële veiligheids-, gezondheids- en milieueisen waaraan producten moeten voldoen. Het grote verschil? Fabrikanten kregen de mogelijkheid – en de verantwoordelijkheid – om, onder strikte voorwaarden en op basis van geharmoniseerde Europese normen, zelf de conformiteit van hun producten te verklaren. Een attest van conformiteit, of EU-conformiteitsverklaring, werd daarmee het schriftelijke bewijs van deze zelfregulering onder Europees toezicht. De zichtbare CE-markering werd vervolgens het tastbare symbool, het bewijs op het product zelf, dat het aan al deze geharmoniseerde eisen voldoet en vrij mag circuleren binnen de EU.
Voor de bouwsector betekende dit de invoering van de Bouwproductenrichtlijn (CPD – Construction Products Directive) in 1989, een van de vroege toepassingen van de 'Nieuwe Aanpak'. Deze richtlijn harmoniseerde de voorwaarden voor het in de handel brengen van bouwproducten. Later, in 2011, werd deze CPD vervangen door de strengere Bouwproductenverordening (BPV – Construction Products Regulation). De BPV verankerde de noodzaak van een prestatieverklaring en de EU-conformiteitsverklaring nog steviger, waardoor de aansprakelijkheid van de fabrikant explicieter werd en de eisen voor documentatie verder werden aangescherpt. Het attest van conformiteit is dus geen nieuw fenomeen, maar het resultaat van een decennialange evolutie naar een veiligere en vrijere Europese markt.