De realisatie van een asymmetrisch dak begint bij het exact uitzetten van de uit het midden gelegen noklijn op de dragende onderstructuur. Maatvoering luistert nauw. Omdat de dakschilden in lengte en helling variëren, worden spanten of prefab dakelementen met afwijkende afmetingen geproduceerd en aangeleverd. De montage op de bouwplaats volgt vaak een asymmetrisch schema waarbij de muurplaten aan weerszijden op verschillende hoogtes of posities kunnen liggen om de beoogde hoekverdraaiing te faciliteren.
Verbindingen bij de nok vragen om specifieke aandacht. Door de ongelijke hoeken sluiten de kepers of platen niet onder een standaard verstek aan, wat vraagt om maatwerk in de houten constructie of speciaal gezette stalen koppelstukken. De krachtenafdracht naar de fundering is zelden gelijk verdeeld over de gevels. Tijdens het aanbrengen van de dakbedekking wordt rekening gehouden met de verschillende hellingsgraden; op het flauwe vlak zijn vaak aanvullende waterkerende voorzieningen onder de pannen nodig om lekkage bij opstauwend water te voorkomen. Het zinkwerk bij de nok en de kilgoten wordt per zijde ingemeten om de overgang tussen de ongelijke vlakken waterdicht af te sluiten.
Eén kant kort, de andere kant lang. Het mank zadeldak is de meest herkenbare variant binnen de asymmetrie. Vaak is het een praktische noodgreep die uitgroeit tot een esthetisch kenmerk. Een zijde reikt simpelweg verder naar de grond. Dit gebeurt vaak bij eenzijdige uitbreidingen. Dan is er het zoutkeetdak, internationaal bekend als de saltbox. Dit type kenmerkt zich door een asymmetrie waarbij de achterzijde van de woning een extreem langgerekt dakvlak heeft. Oorspronkelijk bedoeld om belastingregels te omzeilen door een deel van het huis als 'bijgebouw' te camoufleren. Puur pragmatisme vertaald naar architectuur.
Een asymmetrisch schilddak dwingt de constructeur tot complexe berekeningen. De vier dakschilden hebben hierbij verschillende hellingshoeken. Hierdoor verschuift de nok uit het midden. Geen enkele hoekkeper heeft dezelfde lengte. Dit vraagt om uiterste precisie bij het zagen van het houtwerk. Soms spreekt men van een versprongen dak. Hierbij raken de twee dakschilden elkaar niet in een fysieke noklijn, maar zijn ze verticaal ten opzichte van elkaar verschoven. Er ontstaat een verticale wand tussen de twee vlakken. Een perfecte plek voor een rij bovenlichten of ventilatieroosters. Het effect is dynamisch. Het breekt de massa van het gebouw.
| Type | Kenmerk | Toepassing |
|---|---|---|
| Mank zadeldak | Ongelijke beenlengte | Aanbouw, woninguitbreiding |
| Zoutkeetdak (Saltbox) | Lange achterzijde tot laag niveau | Historische bouw, landelijke stijl |
| Versprongen dak | Verticale sprong bij de nok | Moderne architectuur, lichtinval |
| Asymmetrisch schilddak | Variërende hellingshoeken per schild | Complexe plattegronden |
Verwarring ontstaat soms met het lessenaarsdak. Een lessenaarsdak heeft echter maar één hellend vlak. Een asymmetrisch dak heeft er minimaal twee die ergens in de hoogte bij elkaar komen of langs elkaar schuren. Synoniemen zoals ongelijkbenig dak of asymmetrische kap dekken dezelfde lading. De keuze voor een specifieke variant hangt vaak samen met de gewenste goothoogte aan de perceelgrens. Of met de stand van de zon. Een flauw vlak op het zuiden voor maximaal rendement van zonnepanelen, terwijl de noordzijde steil blijft om ruimte te besparen.
Een klassiek jaren '30 huis krijgt een forse uitbouw aan de achterzijde. De architect kiest ervoor om het bestaande dakvlak aan de achterkant simpelweg door te trekken over de nieuwe keuken heen. Het resultaat? Een mank zadeldak. Aan de straatzijde oogt de woning traditioneel, maar aan de tuinzijde reikt het dakvlak bijna tot aan de begane grond. Dit creëert binnen een spectaculaire vide en buiten een asymmetrisch gevelbeeld dat de massa van de aanbouw breekt.
Bij een moderne schuurwoning in een open landschap is de oriëntatie op de zon leidend. Het dak is niet in het midden gedeeld. De zuidzijde heeft een flauwe helling van slechts 20 graden, waardoor het volledige oppervlak volgelegd kan worden met PV-panelen voor een maximaal rendement. De noordzijde is juist zeer steil uitgevoerd, onder een hoek van 50 graden. Hierdoor blijft de nokhoogte binnen de vergunningsvrije grenzen, terwijl er aan de binnenzijde toch voldoende stahoogte overblijft voor de slaapkamers.
Soms dwingt de perceelgrens tot asymmetrie. Een smalle kavel tussen twee bestaande panden waarbij de welstandseisen een lage goothoogte aan de linkerzijde voorschrijven om de lichtinval van de buren te beschermen. Aan de rechterzijde mag de gevel wel hoog optrekken. De constructeur ontwerpt een dak waarbij de noklijn fors uit het midden ligt. Het dakvlak aan de linkerzijde is kort en steil; het rechtervlak is lang en flauw. Een pragmatische oplossing voor een juridisch en ruimtelijk probleem.
Bij een 'versprongen' asymmetrisch dak raken de twee dakschilden elkaar niet in een punt. Het ene vlak ligt tien centimeter hoger dan het andere. In de verticale ruimte die hierdoor ontstaat, wordt een strook glas geplaatst. Dit zie je vaak in atelierwoningen. Terwijl de zon over het dak draait, valt er via deze dakstrook constant diffuus noorderlicht de woning binnen, zonder dat de ruimte in de zomer oververhit raakt door direct zonlicht.
De constructieve veiligheid van een asymmetrische kap is geen nattevingerwerk. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) stelt strikte eisen aan de stabiliteit en sterkte van de bouwconstructie. Omdat de krachtenverdeling bij een ongelijkbenig dak verre van uniform is, dient de constructeur terug te vallen op de Eurocodes. Specifiek NEN-EN 1991-1-3 is hierbij onmisbaar voor het berekenen van de sneeuwbelasting; op het flauwere dakvlak blijft sneeuw immers langer liggen dan op het steile deel, wat leidt tot een asymmetrische belasting die de onderliggende structuur niet mag ontwrichten.
Vaak dicteert het lokale omgevingsplan — de opvolger van het bestemmingsplan — de uiteindelijke vorm. Denk aan maximale goothoogtes die per perceelgrens verschillen. Of een nokhoogte die aan de noordzijde lager moet blijven om schaduwwerking bij buren te minimaliseren. Welstandsnota's bevatten dikwijls specifieke bepalingen over de 'daklandschappen' in een wijk, waarbij een asymmetrisch ontwerp soms als enige oplossing overblijft om binnen de juridische grenzen van het bouwvolume te blijven. Het is een samenspel tussen esthetiek en de harde grenzen van de wet.
Bij de integratie van pv-panelen op het flauwe vlak komt de NTA 8800 om de hoek kijken voor de energieprestatie (BENG). De regelgeving omtrent brandveiligheid, vastgelegd in het BBL, stelt bovendien eisen aan de branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) naar naburige percelen, wat bij asymmetrische daken met versprongen gevels extra aandacht vraagt voor de detaillering van de aansluitingen.
Asymmetrie in de kapconstructie begon zelden als een esthetisch statement. Het was pure noodzaak. In de vroege agrarische bouw was een dak organisch. Men bouwde aan. Een extra beuk tegen de zijgevel schoof het dakvlak simpelweg verder omlaag. Zo ontstond het mank zadeldak. Geen vooropgezet plan, maar het resultaat van ruimtegebrek en beperkte middelen. De hoofdnok bleef staan, de functie dicteerde de nieuwe lengte van het spant.
In de zeventiende-eeuwse koloniale architectuur, met de saltbox house als bekendste voorbeeld, kreeg de asymmetrie een juridische grondslag. Belastingregels speelden een hoofdrol. Men betaalde vaak voor het aantal verdiepingen aan de voorzijde van de woning. Door het achterste dakvlak door te trekken tot vlak boven het maaiveld, werd de extra woonruimte technisch als bijgebouw gezien. Pragmatisme vormde de skyline. Het houtgebruik werd efficiënter; men benutte de schuine lijn om met minder zware balken toch een groot volume te overkappen.
De industriële revolutie zorgde voor de technische omslag. De introductie van gewalst staal en later gelamineerd hout maakte de symmetrische dwangbuis overbodig. Spanten hoefden niet langer elkaars spiegelbeeld te zijn voor een stabiele krachtenafdracht. Architecten uit de periode van het Modernisme grepen dit aan. Zij gebruikten de ongelijkbenige kap om lichtinval te regisseren. De opkomst van het sheddak in de fabrieksbouw is hier een direct resultaat van; een herhaling van asymmetrische vlakken om constant noorderlicht op de werkvloer te krijgen zonder de hitte van de zon.
In de hedendaagse woningbouw is de historie van het asymmetrische dak verweven met stedenbouwkundige druk. De transitie van toevallige uitbreiding naar berekende optimalisatie is compleet. Het dakvlak volgt nu de lijn van de zonnestand of de schaduwclausules uit het omgevingsplan. Waar men vroeger een dak scheef trok voor een extra koe in de stal, doet men dat nu voor een optimaal rendement van pv-panelen of om binnen de maximale goothoogte van de perceelgrens te blijven.
Nl.wikipedia | Mijn-dakdekker | Bobex | Amsterdam.welstandinbeeld