Saneringswerkzaamheden vangen steevast aan met een nauwkeurige classificatie op basis van een voorafgaand inventarisatierapport. De uitvoering hangt direct samen met de risicoklasse. Bij complexe binnensaneringen vormt het opbouwen van een containment de kern van de methode. Dit is een hermetisch afgesloten werkgebied. Onderdrukmachines draaien continu. Deze apparaten, voorzien van HEPA-filtratie, houden de zone op een lagere luchtdruk dan de omliggende ruimten, waardoor de luchtstroom uitsluitend naar binnen gericht blijft en de verspreiding van microscopische vezels effectief wordt voorkomen.
De demontage zelf is gericht op het intact houden van de bron. Bevochtiging is hierbij essentieel. Soms past men specifieke fixatiemiddelen of gels toe om de emissie van vrije vezels tijdens het losmaken van bevestigingspunten te onderdrukken. Handmatige handelingen genieten de voorkeur boven mechanische bewerkingen. Na de fysieke verwijdering volgt een fijnreiniging van alle oppervlakken. De procedure eindigt met een onafhankelijke eindcontrole. Hierbij wordt de locatie visueel geïnspecteerd en wordt de luchtkwaliteit getoetst aan de wettelijke grenswaarden. Pas na deze vrijgave wordt het containment afgebroken. Afvoer geschiedt in dubbelwandige, luchtdichte verpakkingen naar een gespecialiseerd depot.
In de saneringspraktijk is de manier waarop de vezels in het materiaal zijn verankerd bepalend voor het risicoprofiel. Men maakt een cruciaal onderscheid tussen hechtgebonden en niet-hechtgebonden asbest. Bij hechtgebonden toepassingen zitten de vezels stevig verankerd in een bindmiddel, zoals cement, lijm of kunststof. De vezels komen in principe niet vrij, tenzij het materiaal mechanisch wordt bewerkt of ernstig is verweerd.
Niet-hechtgebonden asbest is de gevaarlijke tegenhanger. De vezels zijn nauwelijks gebonden aan een drager. De concentratie vezels is vaak zeer hoog. Eén lichte aanraking of een zuchtje wind volstaat om een enorme emissie te veroorzaken. Dit materiaal is vaak zacht en indrukbaar. Bekende voorbeelden zijn asbestpapier onder vloerbedekking, asbestkoord voor het afdichten van kachels en de beruchte spuitasbest die als brandwerende laag op staalconstructies werd gespoten.
Een doe-het-zelver trekt een oud vinylzeil uit de keuken van een jaren '70 woning. Onder de glimmende toplaag verschijnt een lichtgrijze, kartonachtige viltlaag. Dit is de beruchte asbestbacking. Eén ruk en de vezels zweven onzichtbaar door de ruimte. Of neem die vensterbank. Glanzend zwart, lijkt op marmer. Totdat je een hoekje afbreekt. De kern is grijs en vezelig; het blijkt imitatiemarmer van asbestcement, destijds razend populair vanwege de luxe uitstraling en de lage prijs.
Rondom oude cv-ketels zie je vaak wit koord bij de doorvoer van de rookgasafvoer. Het is zacht. Pluizig. Dit asbestkoord dichtte kieren af. Bij de kleinste beweging laten de vezels los. In de tuin staat een oude schuur met die bekende golfplaten. De koppen van de bouten zijn verroest, het oppervlak is ruw en begroeid met mossen. Bij de afgebroken hoeken zie je de witte vezelbundels in de grijze cementmatrix zitten. Geen paniek, maar direct stoppen met werken is hier het enige juiste protocol.
In de meterkast vind je soms een grijze plaat achter de elektrameter. Brandwerend board. Het oogt als dik karton of zachtboard, maar het brandt niet. Het is broos. Een schroef erin draaien voor een nieuwe groep betekent onmiddellijke vezelvrijkomst in een kleine, ongeventileerde ruimte.
Sinds 1 juli 1993 geldt in Nederland een vrijwel algeheel verbod op het bewerken, verwerken of in voorraad houden van asbest. Dit verbod is verankerd in het Productenbesluit asbest. Voor eigenaren van gebouwen waarin dit materiaal nog aanwezig is, vloeit uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) een algemene zorgplicht voort. Rustend asbest is toegestaan. Zodra er echter sprake is van een gevaarlijke situatie door verwering of beschadiging, kan de gemeente handhavend optreden. De eigenaar moet dan maatregelen treffen om blootstelling aan derden te voorkomen. De wet maakt hierbij geen onderscheid tussen particuliere woningen of bedrijfspanden; de veiligheid van de leefomgeving staat centraal.
Wie een bouwwerk van voor 1994 wil slopen of renoveren, krijgt onvermijdelijk te maken met het Asbestverwijderingsbesluit 2005. Een voorafgaande asbestinventarisatie is in bijna alle gevallen verplicht. Dit rapport moet worden opgesteld door een gecertificeerd inventarisatiebedrijf. Zonder dit document mag een gemeente de sloopmelding niet in behandeling nemen. Alle gegevens over de gevonden bronnen, de risicoklasse en de voorgestelde verwijderingsmethode worden geregistreerd in het Landelijke Asbestvolgsysteem (LAVS). Dit systeem fungeert als de digitale ketenbewaking. Het volgt de stroom van asbest van de bron tot aan de definitieve stortlocatie. Sjoemelen met documenten is een economisch delict. De boetes zijn fors.
Voor de professionele sector is het Arbeidsomstandighedenbesluit leidend. Werknemers moeten beschermd worden tegen de risico's van asbestvezels. Alleen bedrijven met een specifiek certificaat voor asbestverwijdering mogen werkzaamheden in risicoklasse 2 of 2A uitvoeren. Personeel moet beschikken over persoonsgebonden certificaten, zoals Deskundig Asbestverwijderaar (DAV) of Deskundig Toezichthouder Asbest (DTA). De inspectie SZW controleert scherp op de naleving van deze regels. Een sanering is niet voltooid zonder een onafhankelijke eindmeting conform de geldende normen. Voor binnensaneringen betreft dit meestal een luchtmeting en een visuele inspectie, waarbij een geaccrediteerd laboratorium de locatie officieel vrijgeeft voor verder gebruik.
De grootschalige exploitatie van asbestmineralen begon aan het eind van de negentiende eeuw. Canada en Rusland voerden de boventoon met enorme dagbouwmijnen. Een industrieel succesverhaal. In Nederland bereikte de toepassing een absoluut hoogtepunt tijdens de wederopbouwperiode tussen 1945 en 1980. De woningnood was hoog. Materialen moesten goedkoop, brandveilig en onverwoestbaar zijn. Architecten en constructeurs omarmden het mineraal als een technische innovatie die overal in paste.
Fabrieken zoals Eternit in Goor produceerden op massale schaal. Golfplaten voor de agrarische sector. Rioolbuizen voor de groeiende steden. De evolutie van het materiaalgebruik verschoof van grove industriële toepassingen naar fijnmazige verwerking in huishoudelijke producten. Het zat in de kit van de nieuwe kozijnen en in de isolatie van de cv-ketel. Een technisch wondermiddel zonder zichtbare nadelen, zo leek het destijds.
De transitie van bouwmateriaal naar milieuprobleem verliep traag. Hoewel medische waarschuwingen al in de jaren dertig de kop opstaken, bleef de economische belofte van asbest dominant. Pas in de jaren zeventig verschoof de focus van de bouwtechnische voordelen naar de volksgezondheid. De eerste restricties werden zichtbaar. In 1977 kwam er een verbod op de verwerking van blauwe asbest (crocidoliet) en de beruchte spuitasbest. Een belangrijke stap. Maar nog lang niet het einde.
Gedurende de jaren tachtig ontwikkelde de industrie alternatieven. Vezelcementplaten werden versterkt met kunststofvezels in plaats van mineralen. De regelgeving werd stap voor stap aangescherpt terwijl de politieke druk toenam. De definitieve omslag volgde op 1 juli 1993. Een algeheel verbod op het verkopen, toepassen en hergebruiken van asbest in Nederland werd een feit. Hiermee verschoof de bouwsector van een fase van installatie naar een fase van grootschalig beheer en sanering. Een erfenis in de bodem en in de muren die de sector tot op de dag van vandaag bezighoudt.
Joostdevree | Nl.wikipedia | Encyclo | Iplo | Circulairmaterialenplan | Bobex | Regiofoodvalley | Nl.wikihow | Arbocatalogus-afvalbranche | Asbestverwijderen-jk | Zlogin | Decovik | Heijing | Lva-asbest Lva-asbest