Asbest

Laatst bijgewerkt: 14-01-2026


Definitie

Asbest is een verzamelnaam voor zes in de natuur voorkomende silicaatmineralen met een vezelstructuur, die vanwege hun grote treksterkte en hittebestendigheid decennialang op grote schaal in bouwmaterialen zijn verwerkt.

Omschrijving

Decennialang gold asbest als het wondermateriaal van de bouwsector. Het is goedkoop, onverwoestbaar en bestand tegen de meest agressieve chemische inwerkingen. In de praktijk treffen we het aan in duizenden verschillende producten, variërend van de bekende grijze golfplaten op oude schuren tot aan de kitlagen in kozijnen of de isolerende bekleding van stoomleidingen. Sinds 1 juli 1993 is het gebruik, de verkoop en het hergebruik van asbest in Nederland nagenoeg volledig verboden. De vezelstructuur die het materiaal zo sterk maakt, vormt tevens het grootste gevaar. Bij breuk, verwering of ondeskundige bewerking komen microscopisch kleine vezels vrij die bij inademing diep in de longblaasjes dringen. Dit kan leiden tot ongeneeslijke ziektes zoals mesothelioom en asbestose, waarbij de symptomen vaak pas dertig tot veertig jaar na de eigenlijke blootstelling de kop opsteken.

Uitvoering en methodiek

Saneringswerkzaamheden vangen steevast aan met een nauwkeurige classificatie op basis van een voorafgaand inventarisatierapport. De uitvoering hangt direct samen met de risicoklasse. Bij complexe binnensaneringen vormt het opbouwen van een containment de kern van de methode. Dit is een hermetisch afgesloten werkgebied. Onderdrukmachines draaien continu. Deze apparaten, voorzien van HEPA-filtratie, houden de zone op een lagere luchtdruk dan de omliggende ruimten, waardoor de luchtstroom uitsluitend naar binnen gericht blijft en de verspreiding van microscopische vezels effectief wordt voorkomen.

De demontage zelf is gericht op het intact houden van de bron. Bevochtiging is hierbij essentieel. Soms past men specifieke fixatiemiddelen of gels toe om de emissie van vrije vezels tijdens het losmaken van bevestigingspunten te onderdrukken. Handmatige handelingen genieten de voorkeur boven mechanische bewerkingen. Na de fysieke verwijdering volgt een fijnreiniging van alle oppervlakken. De procedure eindigt met een onafhankelijke eindcontrole. Hierbij wordt de locatie visueel geïnspecteerd en wordt de luchtkwaliteit getoetst aan de wettelijke grenswaarden. Pas na deze vrijgave wordt het containment afgebroken. Afvoer geschiedt in dubbelwandige, luchtdichte verpakkingen naar een gespecialiseerd depot.


Oorzaken van vezelvrijkomst en de gevolgen

Asbest vormt in rusttoestand zelden een direct gevaar. Het risico ontstaat pas wanneer de integriteit van het materiaal waarin de vezels zijn opgesloten, wordt aangetast. Mechanische bewerkingen zijn de meest voorkomende oorzaak van blootstelling. Boren. Zagen. Schuren. Sloopwerkzaamheden zonder passende maatregelen verbrijzelen de matrix van het materiaal, waardoor miljoenen microscopisch kleine vezels in de lucht zweven. Deze vezels zijn met het blote oog onzichtbaar en blijven door hun geringe gewicht urenlang in de atmosfeer hangen. Naast menselijk handelen speelt natuurlijke degradatie een cruciale rol bij het ontstaan van defecten. Verwerende asbestcementplaten op daken verliezen door decennialange blootstelling aan uv-straling, zure regen en vorstcycli hun bindmiddel. De toplaag vergruist. Hierdoor komen de voorheen gebonden vezels aan de oppervlakte te liggen, waarna ze door wind en regenwater naar de bodem of het riool worden afgevoerd. Bij niet-hechtgebonden toepassingen, zoals asbestkoord of spuitasbest, is de onderlinge samenhang van de vezels nog geringer. Een lichte trilling of een luchtstroom kan hier al volstaan om emissie te veroorzaken. De gevolgen van blootstelling zijn ernstig en manifesteren zich meestal pas na een zeer lange latentietijd. Inademing is het kritieke punt. De naaldvormige vezels dringen diep door in de longblaasjes en het longvlies. Omdat het menselijk lichaam niet in staat is deze minerale silicaatstructuren af te breken of af te voeren, blijven ze permanent aanwezig in het weefsel. Dit veroorzaakt chronische irritatie en ontstekingsreacties. De medische consequenties zijn onomkeerbaar. Asbestose zorgt voor een afname van de longinhoud door littekenweefsel. Mesothelioom, een agressieve vorm van kanker aan de long- of buikvliezen, is direct gerelateerd aan asbestcontact. Op bouwkundig vlak leidt de aanwezigheid van beschadigd of verweerd asbest tot directe gebruiksbeperkingen van ruimten en een substantiële waardevermindering van het object.

Mineralogische classificatie

Asbest is geen enkelvoudige stof. Het is een verzamelnaam voor verschillende mineralen. We verdelen deze in twee hoofdgroepen: de serpentijnen en de amfibolen. Chrysotiel, in de volksmond bekend als witte asbest, is de enige soort die onder de serpentijngroep valt. Het is verreweg de meest toegepaste variant in de Nederlandse bouw. De vezels zijn gekruld en relatief flexibel. De amfiboolgroep is uitgebreider. Hieronder vallen crocidoliet (blauw), amosiet (bruin), anthofylliet (geel/grijs), tremoliet (grijs/groen) en actinoliet (groen). Deze vezels zijn recht. Naaldvormig. Zeer bros. Juist die vorm maakt ze extra schadelijk voor het menselijk longweefsel.

Hechtgebonden versus niet-hechtgebonden

In de saneringspraktijk is de manier waarop de vezels in het materiaal zijn verankerd bepalend voor het risicoprofiel. Men maakt een cruciaal onderscheid tussen hechtgebonden en niet-hechtgebonden asbest. Bij hechtgebonden toepassingen zitten de vezels stevig verankerd in een bindmiddel, zoals cement, lijm of kunststof. De vezels komen in principe niet vrij, tenzij het materiaal mechanisch wordt bewerkt of ernstig is verweerd.

  • Asbestcement: De bekende golfplaten, rioolbuizen en gevelleien.
  • Colovinyltegels: Harde vloertegels waarbij de asbest in de vinylmatrix is opgesloten.
  • Beglazingskit: Oudere kitlagen waarin asbest diende als wapening of vulstof.

Niet-hechtgebonden asbest is de gevaarlijke tegenhanger. De vezels zijn nauwelijks gebonden aan een drager. De concentratie vezels is vaak zeer hoog. Eén lichte aanraking of een zuchtje wind volstaat om een enorme emissie te veroorzaken. Dit materiaal is vaak zacht en indrukbaar. Bekende voorbeelden zijn asbestpapier onder vloerbedekking, asbestkoord voor het afdichten van kachels en de beruchte spuitasbest die als brandwerende laag op staalconstructies werd gespoten.


Verschijningsvormen en herkenning

Onderscheid maken op het oog is riskant. Vaak onmogelijk. Hoewel blauwe asbest een blauwachtige gloed kan hebben en bruine asbest vaak roestbruin oogt, zegt de kleur van het eindproduct weinig. De vezels zijn immers vermengd met andere stoffen. Zo kan wit asbestcement door vervuiling grijs of zwart kleuren. Er bestaat ook 'vrij asbest', waarbij de mineralen als pure grondstof aanwezig zijn, bijvoorbeeld in laboratoria of als filtermateriaal. In de woningbouw zien we vaak asbesthoudend board. Dit lijkt op zachtboard of gipsplaat, maar is veel brandwerender. Het onderscheid met moderne, asbestvrije materialen zoals vezelcement is met het blote oog nauwelijks te maken; alleen een microscopische analyse in een geaccrediteerd laboratorium biedt definitieve uitsluitsel over het type en de concentratie.

Praktijksituaties en herkenning

Een doe-het-zelver trekt een oud vinylzeil uit de keuken van een jaren '70 woning. Onder de glimmende toplaag verschijnt een lichtgrijze, kartonachtige viltlaag. Dit is de beruchte asbestbacking. Eén ruk en de vezels zweven onzichtbaar door de ruimte. Of neem die vensterbank. Glanzend zwart, lijkt op marmer. Totdat je een hoekje afbreekt. De kern is grijs en vezelig; het blijkt imitatiemarmer van asbestcement, destijds razend populair vanwege de luxe uitstraling en de lage prijs.

Rondom oude cv-ketels zie je vaak wit koord bij de doorvoer van de rookgasafvoer. Het is zacht. Pluizig. Dit asbestkoord dichtte kieren af. Bij de kleinste beweging laten de vezels los. In de tuin staat een oude schuur met die bekende golfplaten. De koppen van de bouten zijn verroest, het oppervlak is ruw en begroeid met mossen. Bij de afgebroken hoeken zie je de witte vezelbundels in de grijze cementmatrix zitten. Geen paniek, maar direct stoppen met werken is hier het enige juiste protocol.

In de meterkast vind je soms een grijze plaat achter de elektrameter. Brandwerend board. Het oogt als dik karton of zachtboard, maar het brandt niet. Het is broos. Een schroef erin draaien voor een nieuwe groep betekent onmiddellijke vezelvrijkomst in een kleine, ongeventileerde ruimte.


Het wettelijk verbod en de zorgplicht

Sinds 1 juli 1993 geldt in Nederland een vrijwel algeheel verbod op het bewerken, verwerken of in voorraad houden van asbest. Dit verbod is verankerd in het Productenbesluit asbest. Voor eigenaren van gebouwen waarin dit materiaal nog aanwezig is, vloeit uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) een algemene zorgplicht voort. Rustend asbest is toegestaan. Zodra er echter sprake is van een gevaarlijke situatie door verwering of beschadiging, kan de gemeente handhavend optreden. De eigenaar moet dan maatregelen treffen om blootstelling aan derden te voorkomen. De wet maakt hierbij geen onderscheid tussen particuliere woningen of bedrijfspanden; de veiligheid van de leefomgeving staat centraal.


Verplichtingen bij renovatie en sloop

Wie een bouwwerk van voor 1994 wil slopen of renoveren, krijgt onvermijdelijk te maken met het Asbestverwijderingsbesluit 2005. Een voorafgaande asbestinventarisatie is in bijna alle gevallen verplicht. Dit rapport moet worden opgesteld door een gecertificeerd inventarisatiebedrijf. Zonder dit document mag een gemeente de sloopmelding niet in behandeling nemen. Alle gegevens over de gevonden bronnen, de risicoklasse en de voorgestelde verwijderingsmethode worden geregistreerd in het Landelijke Asbestvolgsysteem (LAVS). Dit systeem fungeert als de digitale ketenbewaking. Het volgt de stroom van asbest van de bron tot aan de definitieve stortlocatie. Sjoemelen met documenten is een economisch delict. De boetes zijn fors.


Arbeidsomstandigheden en certificering

Voor de professionele sector is het Arbeidsomstandighedenbesluit leidend. Werknemers moeten beschermd worden tegen de risico's van asbestvezels. Alleen bedrijven met een specifiek certificaat voor asbestverwijdering mogen werkzaamheden in risicoklasse 2 of 2A uitvoeren. Personeel moet beschikken over persoonsgebonden certificaten, zoals Deskundig Asbestverwijderaar (DAV) of Deskundig Toezichthouder Asbest (DTA). De inspectie SZW controleert scherp op de naleving van deze regels. Een sanering is niet voltooid zonder een onafhankelijke eindmeting conform de geldende normen. Voor binnensaneringen betreft dit meestal een luchtmeting en een visuele inspectie, waarbij een geaccrediteerd laboratorium de locatie officieel vrijgeeft voor verder gebruik.


De industriële opmars en de wederopbouw

De grootschalige exploitatie van asbestmineralen begon aan het eind van de negentiende eeuw. Canada en Rusland voerden de boventoon met enorme dagbouwmijnen. Een industrieel succesverhaal. In Nederland bereikte de toepassing een absoluut hoogtepunt tijdens de wederopbouwperiode tussen 1945 en 1980. De woningnood was hoog. Materialen moesten goedkoop, brandveilig en onverwoestbaar zijn. Architecten en constructeurs omarmden het mineraal als een technische innovatie die overal in paste.

Fabrieken zoals Eternit in Goor produceerden op massale schaal. Golfplaten voor de agrarische sector. Rioolbuizen voor de groeiende steden. De evolutie van het materiaalgebruik verschoof van grove industriële toepassingen naar fijnmazige verwerking in huishoudelijke producten. Het zat in de kit van de nieuwe kozijnen en in de isolatie van de cv-ketel. Een technisch wondermiddel zonder zichtbare nadelen, zo leek het destijds.


De kentering in regelgeving en inzicht

De transitie van bouwmateriaal naar milieuprobleem verliep traag. Hoewel medische waarschuwingen al in de jaren dertig de kop opstaken, bleef de economische belofte van asbest dominant. Pas in de jaren zeventig verschoof de focus van de bouwtechnische voordelen naar de volksgezondheid. De eerste restricties werden zichtbaar. In 1977 kwam er een verbod op de verwerking van blauwe asbest (crocidoliet) en de beruchte spuitasbest. Een belangrijke stap. Maar nog lang niet het einde.

Gedurende de jaren tachtig ontwikkelde de industrie alternatieven. Vezelcementplaten werden versterkt met kunststofvezels in plaats van mineralen. De regelgeving werd stap voor stap aangescherpt terwijl de politieke druk toenam. De definitieve omslag volgde op 1 juli 1993. Een algeheel verbod op het verkopen, toepassen en hergebruiken van asbest in Nederland werd een feit. Hiermee verschoof de bouwsector van een fase van installatie naar een fase van grootschalig beheer en sanering. Een erfenis in de bodem en in de muren die de sector tot op de dag van vandaag bezighoudt.


Gebruikte bronnen: