De draaicirkel dicteert de fysieke ingreep. Bij het voorbereiden van de deur bepaalt de vakman de sluitzijde, waarna een schaaf onder een flauwe hoek over de kopse kant van de stijl wordt geleid. Meestal gaat het om een afwijking van ongeveer twee graden. Het materiaal wordt weggehaald aan de binnenzijde van de deur, de zijde die bij het sluiten als eerste de sponning nadert, waardoor de sluitstijl niet langer haaks op het deurvlak staat.
Terwijl de buitenzijde van het deurblad de volledige breedte behoudt voor een strakke visuele aansluiting op het kozijn, zorgt de schuine afname aan de achterzijde voor de nodige speling. Een subtiel verloop. De bewerking vindt plaats over de gehele hoogte van de deur. Bij dikkere deurbladen, zoals die van 54 millimeter, is de afname vaak duidelijker zichtbaar omdat de uitzwaai van de buitenhoek daar groter is. Het schaven gebeurt handmatig of met een elektrische schaaf, waarbij de zool van de machine of het gereedschap gekanteld blijft ten opzichte van de deurdikte.
De praktijk wijst uit dat de passing nauw luistert. Te veel afname creëert een gapende naad; te weinig afname resulteert in een klemmende hoek die het schilderwerk beschadigt. Er wordt gewerkt naar een geometrische balans waarbij de deur vrij de sponning in valt zonder de stijl te raken. Het resultaat is een functionele versmalling die aan de voorzijde onzichtbaar blijft.
De wiskunde achter een draaiende deur is onverbiddelijk. Omdat het draaipunt van de scharnierpen excentrisch ten opzichte van het deurblad ligt, beschrijft de sluitzijde geen rechte lijn maar een boog. Een geometrische onvermijdelijkheid. Bij een exact haaks geschaafde deur resulteert dit in een fysieke botsing; de uiterste buitenhoek van de sluitstijl wil door de sponning heen bewegen in plaats van erlangs. De dikte van het materiaal werkt hierbij als een hefboom. Hoe dikker het hout — denk aan zware buitendeuren van 54 millimeter — hoe groter de theoretische overlap tijdens de draaicirkel.
Zonder de noodzakelijke hoekcorrectie loopt de boel vast. Klemming. Het meest directe effect is een deur die simpelweg niet sluit zonder geweld te gebruiken. De buitenhoek ramt tegen de kozijnstijl. Dit veroorzaakt onmiddellijke schade aan het schilderwerk en de onderliggende houtvezels. Op de lange termijn leidt de constante weerstand tot het wrikken aan de scharnierknopen. De schroeven komen door de zijwaartse druk langzaam los te zitten in de stijl. Een technisch mankement met visuele gevolgen. Een ongelijkmatige naad aan de sluitzijde verraadt direct een gebrek aan geometrisch inzicht. De fysieke weerstand zorgt voor een stroeve bediening en onnodige slijtage aan het slotmechanisme, omdat de dagschoot niet soepel in de kom valt. Een simpele haakse hoek transformeert zo in een hardnekkig mechanisch obstakel.
In de dagelijkse bouwpraktijk is arm schaven vaak het verschil tussen een deur die 'valt' en een deur die je moet 'dichtsmijten'. Het is de fijne afstelling die onzichtbaar blijft voor de leek, maar cruciaal is voor de duurzaamheid van het hang- en sluitwerk.
Een massieve achterdeur van 54 millimeter dik. Net afgehangen. Bij het sluiten hoor je een doffe klap: de buitenste hoek raakt de kozijnstijl terwijl de deur nog niet eens in de sponning zit. De lak springt er direct vanaf. De vakman pakt de elektrische schaaf en zet de zool onder een flauwe hoek op de sluitstijl. Een paar halen zijn genoeg. De deur valt nu geruisloos in het slot. Geen weerstand meer, de lak blijft heel.
Twee deuren die naar elkaar toe draaien. Een klassiek beeld. Zonder de schuine kant zouden de deuren in het midden tegen elkaar klemmen voordat ze hun eindpunt bereiken. De geometrie werkt tegen je. Door beide ontmoetingsstijlen arm te schaven, 'wijken' de deuren aan de achterzijde voor elkaar. Het resultaat? Aan de voorzijde zie je alleen een strakke, gelijkmatige verticale naad van exact twee millimeter. Optische perfectie door technische versmalling.
Een oud grachtenpand. Niets is hier haaks. Een standaard fabrieksdeur met een vaste hoek biedt geen soelaas. De timmerman gebruikt de blokschaaf om de sluitzijde arm te maken, maar hij varieert de hoek over de lengte van de deur. Hij volgt de imperfectie van het scheluwe kozijn. Bovenin schaaft hij iets dieper arm dan onderin. Ambachtelijk maatwerk waarbij de schaaf de onvolkomenheden van het gebouw opvangt.
De Nederlandse wetgeving en genormaliseerde standaarden noemen de term 'arm schaven' niet expliciet als verplichte handeling, maar de noodzaak ervan vloeit direct voort uit de prestatie-eisen voor hang- en sluitwerk. De Kwaliteit van Geveltimmerwerk (KVT) vormt hierbij de belangrijkste technische leidraad. In deze richtlijnen worden de minimale en maximale omtrekspelingen voor deuren gedefinieerd. Zonder de sluitzijde arm te schaven, is het praktisch onmogelijk om de vereiste nauwe toleranties te handhaven zonder dat de deur bij bediening vastloopt tegen het kozijn.
Binnen het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) gelden strikte regels voor brand- en rookscheidingen. Een deur die onderdeel is van een brandcompartimentering (getest conform NEN 6069) of een rookscheiding (conform NEN 6075), moet onder alle omstandigheden correct en volledig in de sponning vallen. Klemming door een verkeerde geometrie van de sluitstijl kan de zelfsluitendheid van de deur belemmeren. Dit is een kritiek punt tijdens inspecties. De mechanische werking, gewaarborgd door correct arm schaven, is daarmee een randvoorwaarde om aan de wettelijke veiligheidsdoelen te voldoen. Geen direct voorschrift, wel een onmisbare schakel in de keten van certificering en functionaliteit.