De verwerking begint bij een strak geregisseerde logistiek. Just-in-time levering is hierbij de norm. Vrachtwagens rijden het terrein op en de torenkraan pakt de elementen direct van de trailer. Geen tussenopslag op een vaak krappe bouwplaats. Elk element heeft een eigen nummer dat exact correspondeert met het legplan. De platen zakken op hun plek op de dragende wanden, waarbij vilt of mortel wordt toegepast voor een gelijkmatige drukverdeling.
Direct beloopbaar. Dat is de kernwaarde voor de voortgang van het project. Terwijl de ruwbouwploeg de volgende verdieping al voorbereidt, starten de installateurs op de zojuist gelegde vloer met hun werkzaamheden. Rioolbuizen, ventilatiekanalen en elektra worden in de fabrieksmatig aangebrachte sleuven gelegd. Passend en zonder constructief hakwerk. Een snelle integratie van techniek in de betonconstructie. De procedure wordt afgerond door de langsvoegen tussen de platen vol te storten met gietmortel. Afhankelijk van het ontwerp volgt daarna een afwerklaag of een constructieve druklaag om de samenhang en de akoestische isolatie van het complex te waarborgen.
Binnen het spectrum van de appartementenvloer domineren twee hoofdvarianten de markt: de massieve plaat en de kanaalplaatvloer met geïntegreerde leidingruimte. De keuze is vaak een gevecht tussen gewicht en geluid. Massieve elementen zijn de zwaargewichten. Ze bieden een superieure luchtgeluidsisolatie door hun pure dichtheid, wat in luxe appartementenbouw vaak de doorslag geeft. Geen holle ruimtes, geen resonantie. Puur beton.
De kanaalplaatvariant kiest een andere route. Gewichtsbesparing door holle kanalen in de kern, maar met een massieve bovenschil waarin de kenmerkende sleuven zijn uitgespaard. Deze vloeren overspannen moeiteloos grotere ruimtes zonder dat de constructie onder zijn eigen gewicht bezwijkt. Soms zie je hybride vormen. Dan worden de kanaalplaten gecombineerd met een dikke constructieve afwerklaag om alsnog aan de strengste akoestische eisen te voldoen. Het is een technisch steekspel tussen overspanning, laagdikte en decibels.
In de wandelgangen wordt vaak gesproken over de 'leidingsleufvloer'. Dat is feitelijk dezelfde systeemvloer, maar de naam legt de nadruk op de utilitaire functie: het wegwerken van de installaties. Het is een essentieel onderscheid met de standaard kanaalplaatvloer die je in de industriebouw ziet; die mist de verdiepte zones voor de riolering en ventilatie. De appartementenvloer is specifiek een 'woonvloer'.
Verwarring ontstaat soms met de breedplaatvloer. Een breedplaatvloer is echter een bekistingvloer; die vraagt om volledige ondersteuning en een enorme hoeveelheid natte betonmortel op de bouwplaats. De appartementenvloer is nagenoeg droog. Montagebouw pur sang. Er zijn ook varianten met ingestorte vloerverwarming, waarbij de slangen al in de fabriek in de betonmassa zijn opgenomen. Dat gaat nog een stap verder in prefabricage. Eén element, drie functies: dragen, installeren en verwarmen. De grens tussen ruwbouw en afbouw vervaagt hier volledig.
De torenkraan zwenkt boven een krappe bouwlocatie in de binnenstad. Een massief element van zes meter wordt direct vanaf de trailer op zijn plek gehesen. Geen opslag op de grond. De monteurs leggen de plaat op viltstroken. Binnen het uur liggen de ventilatiekanalen in de verdiepte sleuven. Snel. Efficiënt. De ruwbouw gaat ongestoord verder naar de volgende laag.
Een luxe wooncomplex nabij het spoor. Geluidsisolatie is cruciaal. De aannemer kiest voor massieve appartementenvloeren vanwege de hoge eigen massa. Geen holle kanalen die geluid kunnen doorgeven. De zware betonmassa zorgt dat het luchtgeluid van de buren minimaal blijft. Een bewoner op de vierde verdieping merkt niets van de actieve huishoudens om hem heen. Massa is hier de sleutel tot comfort.
Montage van de standleidingen. In een traditionele vloer zou de betonboor uren bezig zijn voor alle doorvoeren. Bij deze vloer niet. De sparingen voor de riolering zitten exact op de juiste plek. In de fabriek al ingestort. De loodgieter steekt de buizen door de vloer en sluit ze aan op de verzamelleiding in de sleuf. Geen constructieve verzwakking door hakwerk achteraf. Het proces verloopt foutloos.
Een groot project met driehonderd wooneenheden. De planning is krap. Elke dag telt. Dankzij de voorgespannen constructie is de verdieping direct na montage de veilige werkvloer voor de afbouwers. Terwijl de metselaar op de zevende verdieping de gevel optrekt, werkt de loodgieter op de zesde de riolering weg in de diepe vloersleuven. Tijdswinst door volledige integratie van techniek in de betonstructuur.
Regels dicteren de betonmassa. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) vormt het wettelijk fundament waaraan elke appartementenvloer moet voldoen, waarbij de focus ligt op veiligheid, gezondheid en duurzaamheid. Geen vrijblijvendheid. De constructieve integriteit wordt gewaarborgd via de Eurocodes, specifiek NEN-EN 1992 voor het ontwerp en de berekening van betonconstructies. Hierin staan de eisen voor voorspanning en de minimale dekking op de wapening onomstotelijk vast.
Geluid is de grootste vijand in de gestapelde bouw. NEN 1070 classificeert de geluidwering tussen woningen. Een appartementenvloer moet een minimale lucht- en contactgeluidisolatie bieden om het wooncomfort te garanderen. De wet stelt harde eisen aan de karakteristieke geluidwering. Massa is hierbij vaak de reddende engel. Voor prefab elementen is bovendien de productnorm NEN-EN 1168 van kracht wanneer het gaat om kanaalplaten, terwijl voor massieve vloerelementen NEN-EN 14992 de leidraad vormt. Deze normen bewaken de productiekwaliteit in de fabriek.
Brandveiligheid duldt geen compromis. De vloer fungeert als brand- en rookscheiding tussen compartimenten. De REI-criteria (Resistance, Extraction, Insulation) uit de NEN-EN 13501-serie bepalen hoe lang een vloer standhoudt bij verhitting. Meestal is een brandwerendheid van 60 of 90 minuten de standaard. Fabrikanten moeten dit aantonen met testcertificaten. De aanwezigheid van leidingsleuven mag de constructieve dikte en daarmee de branddoorslag niet negatief beïnvloeden; een cruciaal punt bij de technische keuring van het ontwerp. CE-markering op de elementen is verplicht, vaak aangevuld met een KOMO-attest op basis van BRL 2813 voor de prefab betonindustrie.
Vroeger was de vloer simpelweg een massieve scheiding tussen onder- en bovenburen. Een statisch element van ter plaatse gestort beton. De naoorlogse wederopbouw dwong de sector naar snelheid. Prefabricage werd de norm, maar de vroege kanaalplaatvloeren uit de jaren zestig en zeventig boden weinig ruimte voor de toenemende stroom aan installatietechniek. Riolering en ventilatie moesten onder de vloer hangen. Dit leidde tot verlaagde plafonds. Een verlies aan kostbare vrije hoogte in de toch al compacte appartementenbouw.
De echte kanteling vond plaats eind jaren negentig. De installatiedichtheid in de woningbouw explodeerde door strengere ventilatie-eisen en de opkomst van vloerverwarming. Het Bouwbesluit stelde bovendien steeds hogere eisen aan de geluidisolatie tussen woningen. De markt vroeg om een vloer die massa combineerde met slimme holtes. De traditionele kanaalplaat evolueerde. Fabrikanten begonnen met het fabrieksmatig uitsparen van zones aan de bovenzijde van de elementen. Zo ontstond de moderne appartementenvloer als een integraal bouwpakket.
Het was een technische noodzaak. Montagebouw verving de 'natte' bouwplaats. Waar monteurs vroeger dagenlang bezig waren met bekistingen en vlechtwerk, werd de vloer nu in uren gelegd. De ontwikkeling van hoogwaardig zelfverdichtend beton en geavanceerde voorspantechnieken maakte het mogelijk om ondanks de diepe leidingsleuven toch grote overspanningen te realiseren. Geen improvisatie meer op de bouwplaats met de diamantboor. De geschiedenis van de appartementenvloer is daarmee feitelijk de geschiedenis van de industrialisatie van de Nederlandse woningbouw. Efficiëntie gedreven door regelgeving en ruimtegebrek.
Joostdevree | Vroom | Bruil | Vbi | Vandeklok | Dutchengineering