De implementatie van anti-inbraak hang- en sluitwerk berust op de integrale versterking van alle fysieke toegangspunten in de gebouwschil. In de praktijk begint dit proces met het frezen van diepe uitsparingen in de deur- of raamvleugel voor de opname van meerpuntssluitingen. Deze mechanismen bedienen gelijktijdig meerdere haken of pennen die op verschillende hoogtes in de sponning grijpen. Voor de ontvangst van deze haken worden stalen sluitkommen in het kozijn aangebracht. De montage hiervan geschiedt vaak met schuin geplaatste, extra lange schroeven die tot in de achterliggende muurconstructie reiken om de krachten van een koevoet effectief op te vangen.
Aan de scharnierzijde worden dievenklauwen of veiligheidsscharnieren met geïntegreerde dievenpennen geplaatst. Wanneer de deur sluit, schuiven deze stalen pennen in de daarvoor bestemde gaten in het kozijn. Zelfs als een inbreker de scharnierpennen aan de buitenzijde verwijdert, blijft de deur stevig in de sponning verankerd. Cilinderbeveiliging vormt een volgende stap in de uitvoering. Hierbij wordt kerntrekbeslag toegepast, waarbij een hardstalen plaat de cilinder volledig afdekt. Alleen de sleutelmond blijft toegankelijk. Dit beslag wordt van de binnenzijde uit door de deur heen vastgezet met zware bouten, waardoor demontage vanaf de buitenzijde wordt geblokkeerd.
Voor draai-kiepramen worden specifieke paddenstoelnokken gemonteerd die bij vergrendeling achter de sluitplaten haken. De weerstand wordt hierdoor mechanisch verdeeld over de gehele omtrek van het raam. Afsluitbare raamkrukken completeren het geheel om het doorboren van de ruit en het omdraaien van de kruk te verhinderen.
Binnen de wereld van het anti-inbraak hang- en sluitwerk vormt de sterrencertificering van de Stichting Kwaliteit Gevelbouw de meest fundamentele onderverdeling. Dit systeem classificeert componenten op basis van de tijd die een gemiddelde inbreker nodig heeft om de beveiliging te forceren. Een product met de kwalificatie SKG* geldt als inbraakwerend, maar is niet zelfstandig voldoende; het dient altijd gecombineerd te worden met een ander gelijkwaardig of zwaarder slot om aan de basiseisen van het Politiekeurmerk Veilig Wonen te voldoen.
De zwaardere categorieën, SKG en SKG*, bieden respectievelijk drie en vijf minuten weerstand tegen inbraakpogingen met een uitgebreid arsenaal aan gereedschappen. Het cruciale verschil tussen deze twee zit vaak in de resistentie tegen de zogenaamde kerntrekmethode. Waar een twee-sterren cilinder meestal nog extra bescherming in de vorm van speciaal beslag behoeft, is een drie-sterren variant vaak van zichzelf al bestand tegen het uittrekken van de cilinderkern. Het gaat hierbij om de interne hardstalen brug en de boorbescherming die in de kern van de cilinder zijn geïntegreerd.
Hoewel de term vaak in één adem wordt genoemd, verschillen de varianten aanzienlijk naar gelang de toepassing in de bouwschil. Meerpuntssluitingen zijn tegenwoordig de standaard voor zowel houten als kunststof deuren. Ze verdelen de sluitkracht over de gehele lengte van de deurpost. Men maakt hierbij onderscheid tussen:
Naast deze hoofdvergrendelingen bestaan er specifieke types voor ramen en secundaire openingen. Barrièrestangen en secustrips vallen onder de aanvullende componenten. Een barrièrestang wordt vaak geplaatst in smalle bovenlichten waar de montage van een regulier raamslot fysiek onmogelijk is. De secustrip, een stalen profiel dat de kier tussen deur en kozijn volledig afdekt, is een passieve variant die puur gericht is op het voorkomen dat er gereedschap tussen de sluitnaad gezet kan worden. Oud en nieuw ontmoeten elkaar bij de keuze tussen opbouw- en inbouwoplossingen. Waar nieuwbouw volledig steunt op inbouwcomponenten, bieden opbouwsloten (oplegsloten) in de renovatiesector nog steeds een betrouwbaar, zichtbaar alternatief voor dunne, historische deuren waar diep frezen de constructie zou verzwakken.
Een typische situatie in een woonwijk: de bewoner van een hoekwoning ontdekt een poging tot inbraak bij de achterdeur. De koevoet heeft diepe krassen achtergelaten op het schilderwerk, maar de deur bleef dicht. Waarom? De gemonteerde haakschoten van de meerpuntssluiting hebben zich diep in de stalen sluitkommen vastgebeten. De deur en het kozijn vormden één massief blok. Zonder deze haken was het hout van de sponning simpelweg gespleten onder de druk van de koevoet.
Bij een appartement op de tweede verdieping is de dreiging anders. Hier is kerntrekken de favoriete methode. Een inbreker probeert met een geharde schroef de cilinder uit het slot te trekken. Hij stuit echter op kerntrekbeslag met een draaiend hardstalen schijfje voor het sleutelgat. De boor glijdt weg. De schroef krijgt geen grip op de kern. Binnen dertig seconden staakt hij de poging; de kans op ontdekking door geluid in het trappenhuis wordt te groot.
Denk ook aan de kwetsbare schuifpui in een aanbouw. Een klassieke zwakke plek. In de praktijk plaatst een monteur hier een stalen penslot onderin de rails. Zelfs als de inbreker het cilinderslot weet te manipuleren, voorkomt de stalen pen die verticaal door de onderdorpel gaat dat de pui uit de rails getild of opengeschoven kan worden. Geen beweging in te krijgen. Een simpele, zichtbare barrière die preventief werkt.
In monumentale panden zijn de deuren vaak te dun voor moderne inbouwsloten. Hier zie je in de praktijk vaak een zwaar oplegslot met een SKG certificering. De sluitkast is niet in het hout gefreesd, maar met dikke bouten dwars door de deur en het kozijn verankerd. Een robuuste oplossing die de historische waarde van de deur intact laat, terwijl de fysieke weerstand tegen intrappen enorm toeneemt.
Een smal klepraampje op de eerste verdieping lijkt ongevaarlijk. Te klein voor een volwassen man? Inbrekers gebruiken dit raampje vaak om te 'hengelen' naar de deurklink beneden. De praktische oplossing is een afsluitbare raamkruk. Sleutel omgedraaid, kruk geblokkeerd. Zelfs als het glas wordt ingeslagen, krijgt de dief de kruk niet bewogen om het raam of de onderliggende deur te openen.
Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL), de opvolger van het Bouwbesluit 2012, vormt het wettelijke fundament voor inbraakpreventie bij nieuwbouw. Voor alle bereikbare ramen en deuren van een woonfunctie geldt een minimale eis voor inbraakwerendheid conform weerstandsklasse 2. Dit is geen vrijblijvend advies. Het is een harde eis. De wetgever verwijst hierbij direct naar de beproevingsmethoden in de NEN 5096. Deze norm specificeert exact hoe een gevel-element getest moet worden met fysiek geweld en handgereedschap. Een slot alleen is niet genoeg; het gaat om de totale samenstelling van deur, kozijn en hang- en sluitwerk die als één systeem aan de klasse 2-eis moet voldoen.
NEN-EN 1627 fungeert als de Europese tegenhanger. Hoewel de Nederlandse NEN 5096 leidend blijft voor de nationale praktijk, sluiten de weerstandsklassen (Resistance Classes of RC) nauw op elkaar aan. In de praktijk betekent dit dat een aannemer bij oplevering moet kunnen aantonen dat het gemonteerde beslag beschikt over de juiste certificaten die corresponderen met deze wettelijke weerstandsklassen.
Waar de wet stopt, gaat de private regulering verder. De Stichting Kwaliteit Gevelbouw (SKG) voert de certificering uit die in de bouwsector als de standaard wordt beschouwd. Producten worden gelabeld met sterren die de inbraakwerendheid in minuten uitdrukken. Een cruciaal onderscheid: een SKG* cilinder voldoet aan hogere eisen wat betreft kerntrekbeveiliging dan een SKG variant. Dit is relevant voor de naleving van het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW). Hoewel het PKVW geen wet is, hanteren veel verzekeraars dit certificaat als voorwaarde voor dekking of premiekorting.
Bij renovatieprojecten vervalt vaak de strikte BBL-eis voor nieuwbouw, maar dwingt de markt — via verzekeringsvoorwaarden — vaak alsnog tot het toepassen van deze gecertificeerde componenten. Het niet voldoen aan deze ongeschreven regels kan leiden tot een weigering van uitbetaling na een braakschade.
Vroeger was inbraakbeveiliging het exclusieve domein van de dorpssmid. Handgesmede grendels en zware ijzeren bouten boden een rudimentaire vorm van bescherming. Functioneel maar lomp. De echte transformatie begon met de opkomst van industriële standaardisatie in de negentiende eeuw. De uitvinding van het stiftcilinderslot legde de basis voor de compacte mechanismen die we vandaag kennen. In de Nederlandse bouw bleef het echter decennialang bij eenvoudige insteeksloten zonder enige vorm van onafhankelijke toetsing.
De jaren zeventig markeerden een kantelpunt. De oprichting van de Stichting Kwaliteit Gevelbouw (SKG) in 1977 maakte een einde aan de vrijblijvendheid. Men begon met het kwantificeren van inbraakwerendheid. Minuten werden de maatstaf. Waar de woningbouw in de jaren tachtig nog massaal vertrouwde op losse bijzetsloten en kwetsbare cilinders, dwong de professionalisering van het dievengilde tot technische innovatie. De opkomst van de meerpuntssluiting in de jaren negentig was revolutionair. In één handomdraai de gehele deur verankeren. Efficiëntie ontmoet veiligheid.
Rond de millenniumwisseling ontstond een kat-en-muisspel. Inbrekers ontwikkelden de kerntrekmethode. Een snelle, vrijwel geluidloze techniek. De industrie reageerde met de introductie van gehard stalen beslag en cilinders met een verstevigde brug. Wat ooit begon als een luxe extra bij de ijzerhandel, transformeerde tot een wettelijke standaard binnen het Bouwbesluit. Van ambachtelijk smeedwerk naar gecertificeerde systeemintegratie. Een wapenwedloop die nooit stopt.
Encyclo | Interpolis | Vhsbranche | Kiwa | Bouwkeuringvergelijk | Geld | 4-locks