Ankerschot

Laatst bijgewerkt: 14-01-2026


Definitie

Een in de bodem aangebrachte plaat of wand die fungeert als weerstandslichaam om horizontale trekkrachten van een ankerstang over te dragen op de omliggende grond.

Omschrijving

Zonder ankerschot bezwijkt een zwaar belaste damwand onder de druk van de achterliggende grondmassa. Het schot fungeert als een dood gewicht, een passieve weerstand die diep in de vaste grondlaag rust, ver achter de eigenlijke kadeconstructie. Door deze positionering valt het element buiten de kritieke glijcirkel van de grond. De verbinding geschiedt via een trekstang die de horizontale lasten van de gording naar het schot overbrengt. Het principe is simpel: de grond vóór het schot moet volledig worden samengedrukt voordat de constructie kan wijken. Dit proces creëert de noodzakelijke stabiliteit voor kademuren, diepe bouwkuipen en oeververbindingen.

Toepassing en uitvoering in de praktijk

De realisatie van een verankering met een ankerschot start bij het vrijmaken van de ruimte achter de te stabiliseren wand. Ver achter de primaire kering wordt een sleuf of bouwput uitgegraven tot de berekende diepte. Hier wordt het ankerschot verticaal gepositioneerd. Dit kan een geprefabriceerd betonelement zijn. Ook stalen damwandplanken of ter plaatse gestorte wanden komen voor. De positie is cruciaal. Het element moet rusten in de stabiele zone, ver buiten het gebied waar de grond de neiging heeft af te schuiven.

De verbinding met de voorliggende constructie komt tot stand via een horizontale of licht hellende ankerstang. Deze stang doorboort de bodem tussen de wand en het schot. Vaak gebeurt dit door de stang in een open sleuf te leggen, maar in andere scenario's wordt deze door de grond gedreven. Zodra de stang aan beide zijden is gefixeerd aan de gordingen, volgt het aanvullen van de ontgraving. Grond wordt in lagen teruggebracht. Verdichting is hierbij essentieel. Zonder een goed verdicht grondlichaam kan de passieve grondweerstand niet direct worden aangesproken en treedt er ongewenste deformatie op. Dikwijls wordt de ankerstang licht aangespannen. Dit haalt de speling uit het systeem. De constructie is pas operationeel wanneer de grondmassa rondom het schot volledig is geconsolideerd.


Materiaalkeuze en constructieve vormen

In de praktijk varieert de uitvoering van een ankerschot sterk op basis van de te keren gronddruk en de levensduur van het project. Een geprefabriceerd betonnen ankerschot is de standaard voor permanente kademuren; deze zware elementen bieden direct een groot contactoppervlak. Staal is een alternatief. Men gebruikt hierbij vaak een kort segment van een damwandplank, horizontaal geplaatst, wat vooral bij tijdelijke bouwkuipen efficiënt werkt. Hout komt zelden meer voor. Alleen bij lichte oeverbeschoeiingen in particuliere tuinen ziet men nog wel eens hardhouten schotten. Men spreekt in de volksmond ook wel van een doodman, een term die refereert aan het onbeweeglijke, passieve karakter van het anker in de bodem. Afhankelijk van de belasting wordt gekozen voor individuele platen per ankerstang of een continue ankerwand. Die laatste is in feite een tweede, lagere damwand die parallel achter de hoofdkering loopt en over de volle breedte weerstand biedt.

Onderscheid met andere verankeringsmethoden

Het ankerschot is een vorm van passieve verankering, wat het fundamenteel anders maakt dan een groutanker of een schroefanker. Waar een groutanker zijn kracht ontleent aan de kleef tussen de groutlichaam en de grondlagen op grote diepte, vertrouwt het ankerschot puur op de frontale weerstand van de grond die ervoor ligt. Een ankerpaal daarentegen werkt op trek en buiging via een paal die schuin de grond in wordt geslagen of geboord. Het ankerschot vereist aanzienlijke ruimte achter de wand voor ontgraving; is die ruimte er niet, dan wijkt men uit naar injectieankers.
TypeKenmerkToepassing
Individueel schotLosse plaat per stangStandaard kadewanden
Continue ankerwandDoorgaande wandExtreem zware belasting
Doodman-blokMassief betonblokGrondankers voor kranen
Soms is de grens vaag. Een verzwaard betonblok dat dienst doet als contragewicht voor een tijdelijke constructie wordt technisch gezien ook als ankerschot beschouwd, mits de horizontale component dominant is.

Het ankerschot in de praktijk

Een klassiek scenario: de renovatie van een historische stadskade. Terwijl voorbijgangers alleen de nieuwe damwand aan de waterlijn zien, ligt de werkelijke kracht meters verderop onder het trottoir verborgen. Daar rusten zware prefab betonplaten verticaal in een uitgegraven sleuf. Lange stalen trekstangen verbinden deze platen met de kade. De grond bovenop het schot zorgt voor het nodige gewicht; de grond ervóór voor de weerstand. Zonder dit onzichtbare anker zou de kade bij de eerste de beste zware belasting de gracht in schuiven.

In de utiliteitsbouw kom je de 'doodman' tegen bij diepe bouwkuipen. Stel je een bouwplaats voor waar geen ruimte is voor schuine ankerpalen door kabels en leidingen in de directe nabijheid. Men trilt dan een rij korte damwandplanken verticaal de grond in, op grote afstand van de kuipwand. Deze tijdelijke stalen ankerwand vormt een robuust tegenwicht. Eenvoudig te installeren. En na gebruik weer simpel uit de grond te trekken.

Zelfs in de particuliere sector bewijst het principe zijn nut bij een beschoeiing langs een sloot. Een houten paal of dikke plank, begraven op enkele meters afstand van de waterkant, fungeert hier als ankerschot. Een simpele verzinkte draadeind houdt de beschoeiing verticaal. Het werkt direct. De kracht van de grondmassa doet het werk.


Normering en regelgeving

Stabiliteit is geen gokwerk. De constructieve veiligheid van een ankerschot valt onder de algemene eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL), waarbij de technische uitwerking rust op de NEN-EN 1997. Deze Eurocode 7 vormt het wettelijke kader voor geotechnisch ontwerp in Nederland. Het dwingt een nauwkeurige berekening af van de passieve grondweerstand die het schot kan mobiliseren. Veiligheid boven alles.

In de Nederlandse waterbouw en utiliteitsbouw is CUR-publicatie 166 de onbetwiste leidraad. Deze richtlijn biedt de rekenmethodieken om te bepalen of een ankerschot voldoet aan de uiterste grenstoestanden (ULS) en de bruikbaarheidsgrenstoestanden (SLS). Er wordt hierbij scherp gekeken naar de actieve gronddruk tegen de damwand versus de mobiliseerbare passieve weerstand voor het ankerschot. Berekeningen volgens de norm. Geen ruimte voor interpretatie.

  • NEN-EN 1997 (Eurocode 7): Bepaalt de partiële veiligheidsfactoren voor grondparameters en belastingen.
  • CUR 166: Specifieke richtlijnen voor damwandconstructies en de dimensionering van ankerschotten en trekstangen.
  • Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten (WIBON): Een Klic-melding is verplicht voordat de sleuven voor de ankers worden gegraven om kabelbreuk te voorkomen.

Bij projecten in de buurt van waterwegen of dijken gelden aanvullende regels vanuit de Keur van het betreffende waterschap. De stabiliteit van de kering mag nooit in gevaar komen. Vaak is een watervergunning vereist voor het aanbrengen van de verankering. Het gaat niet alleen om de sterkte van het beton of staal, maar om de interactie met de bodem. Die interactie is juridisch en technisch vastgelegd. Harde eisen voor een onzichtbare constructie.


Evolutie van de doodman

Het principe van het ankerschot vindt zijn oorsprong in de vroege waterbouw. Vroeger was het simpel. Een zware houten stam of een cluster palen, diep begraven in de achterliggende grond. Ambachtslieden vertrouwden op empirische kennis. Men noemde dit een doodman. Het was een statisch tegenwicht voor de houten beschoeiingen langs kanalen en stadsgrachten. Met de komst van de industriële revolutie veranderde de schaal. Havens moesten dieper. Kademuren werden hoger. De horizontale krachten namen exponentieel toe, waardoor de traditionele houten verankeringen bezweken onder de druk.

De transitie naar staal en beton in de negentiende eeuw markeerde een technisch kantelpunt. Smeedijzeren trekstangen vervingen de kwetsbare houten verbindingen. De introductie van gewapend beton in de twintigste eeuw maakte het mogelijk om gestandaardiseerde, duurzame platen te produceren die bestand waren tegen corrosie en enorme drukspanningen. Mechanica verving intuïtie. Wat begon als een pragmatische oplossing met lokaal beschikbare materialen, ontwikkelde zich tot een exact gedimensioneerd onderdeel van de geotechniek.

Grondmechanica werd een wetenschap. De berekeningsmethoden van pioniers zoals Rankine en Coulomb boden inzicht in de passieve gronddruk. Dit vormde de basis voor de moderne engineering van ankerwanden. Waar men vroeger simpelweg 'voldoende' grond achter de wand liet, berekent men tegenwoordig de exacte glijcirkels en stabiliteitsfactoren. De techniek bleef in de kern gelijk. De uitvoering werd een specialisme.

Gebruikte bronnen: