De vorming van een ankergat begint steevast bij de interactie tussen een verspanend gereedschap en de minerale structuur van het bouwelement. Nadat de exacte positie is bepaald via maatvoering, dringt de boorkop door de toplaag heen om de gewenste diepte en diameter te bereiken. Dit proces genereert boormeel en gruis dat de wanden van het gat bekleedt.
Schoonmaken is cruciaal. Bij chemische verankering wordt het residu grondig verwijderd via een cyclus van uitblazen en borstelen. Hierdoor komen de capillaire poriën van de ondergrond vrij. Dat is nodig voor de moleculaire hechting van de injectiemortel. De techniek varieert sterk per ondergrond. Waar bij zachtere steenachtige materialen vaak enkel rotatief wordt gewerkt, vereist beton een combinatie van slagkracht en rotatie om de toeslagstoffen te verbrijzelen.
Soms stuit de boor op wapeningsstaal. In dergelijke gevallen wordt de boorpositie soms marginaal aangepast of wordt overgestapt op diamantgecoate boren die door het staal heen snijden zonder de omliggende betonstructuur te beschadigen door overmatige trillingen. Tijdens de uitvoering vindt een continue controle plaats op de haaksheid van het gat ten opzichte van het oppervlak. Scheefstand leidt tot een excentrische belasting van het anker. Dat tast de berekende draagkracht aan. Bij natte boormethodieken wordt het gat na afloop gespoeld en gedroogd, afhankelijk van de specifieke condities die het ankersysteem stelt aan de wanden van de opening.
Verontreiniging vormt de meest frequente oorzaak van falende ankerverbindingen. Achtergebleven boormeel fungeert als een glijmiddel tussen de ankerstang en de wand van het gat. Hierdoor neemt de beoogde schuifsterkte van een chemisch anker drastisch af. Stof reduceert de hechting. Bij mechanische spreidankers leidt een te ruime diameter vaak tot het onvermogen om voldoende klemkracht op te bouwen tegen de boorgatwand, waardoor het anker simpelweg door de opening slipt onder belasting.
Een ander kritiek punt is de boorhoek. Een schuin geboord gat forceert het anker in een excentrische positie. Er ontstaan buigspanningen op de bout die tijdens de constructieve berekening niet zijn voorzien. De belasting concentreert zich op één zijde van de flens of het kopvlak. Dit resulteert in veel gevallen in voortijdige materiaalmoeheid of zelfs het volledig afbreken van de ankerkop onder dynamische lasten.
Wanneer de boor de wapening raakt, is het effect dubbelzijdig negatief. Enerzijds vermindert de effectieve doorsnede van het betonstaal, wat de constructieve integriteit van het gehele element direct ondermijnt, en anderzijds ontstaan er via het ankergat paden voor vochtinfiltratie. Dit versnelt de corrosie van de resterende wapening. In metselwerk veroorzaakt een teveel aan slagkracht tijdens het boorproces vaak interne microscheuren of het uitbreken van de achterzijde van de steen, de zogenaamde 'blow-out'. De conische holte die dan ontstaat, biedt geen enkele houvast meer voor de spreidkrachten van mechanische ankers. Het ankergat verliest zijn functie. De verbinding bezwijkt.
Ankergaten zijn zelden uniform over de gehele lengte. Het standaard cilindrische gat voert de boventoon bij eenvoudige spreidankers en chemische capsules. Hierbij blijft de diameter van de monding tot de bodem gelijk. Er bestaat echter een technisch superieure variant: het ondersneden ankergat. Met een speciaal ondersnijdingshulpstuk wordt de onderzijde van het gat conisch verbreed. Dit creëert een vormgesloten verbinding. De krachten worden hierdoor niet louter door wrijving of kleefkracht overgedragen, maar rusten fysiek op de verbrede voet van het boorgat. Dit minimaliseert de spreiddruk, wat essentieel is bij geringe randafstanden of in gescheurd beton.
Soms ziet men trapboorgaten. Deze gaten verspringen halverwege in diameter. Men past dit toe wanneer de ankerkop verzonken moet liggen of wanneer een specifieke hulsconstructie extra zijdelingse steun vereist in de bovenste lagen van het materiaal.
De relatie tussen het ankergat en het te bevestigen object bepaalt de dimensionering. Bij voorsteekmontage boort de vakman eerst het gat, plaatst het anker en monteert daarna pas het bouwdeel. Het gat in de ondergrond is hierbij exact afgestemd op de nominale diameter van het anker. Het gat in de aanbouwdeel is vaak iets groter om toleranties op te vangen.
Doorsteekmontage werkt andersom. Men lijnt het aanbouwdeel uit en boort direct door het materiaal heen in de constructie. Het ankergat heeft hier exact dezelfde diameter als de boring in het te bevestigen object. Dit proces werkt sneller en voorkomt uitlijnproblemen. Een 'spelingvrij' ankergat is een variatie waarbij de ruimte tussen de ankerstang en de wand van het gat na montage volledig wordt geïnjecteerd met mortel om elke vorm van beweging onder dynamische belasting uit te sluiten.
Niet elke holte in beton is een ankergat. Een sparing of 'centerpengat' dient vaak voor de bekistingsmontage of doorvoer van leidingen. Een ankergat onderscheidt zich door zijn constructieve eindbestemming. Terwijl een sparing vaak ruw is en achteraf gevuld wordt, vereist het ankergat een specifieke ruwheid en reinheid voor de krachtoverdracht. In de prefabbetonindustrie spreekt men ook wel van instortvoorzieningen. Hierbij wordt het gat niet geboord, maar gevormd door een kunststof of stalen huls mee te storten. Dit is technisch gezien een geprepareerd ankergat, maar de wandstructuur is gladder dan die van een geboord gat, wat de keuze voor het type injectiemortel beïnvloedt.
| Type | Kenmerk | Toepassing |
|---|---|---|
| Blind ankergat | Eindigt in het materiaal | Standaard constructieve verankering |
| Doorgaand ankergat | Loopt volledig door het element | Draadeinden met contraplaten |
| Gepositioneerd ankergat | Hoge tolerantieprecisie | Machinefundaties en staalbouw |
Het ankergat is de schakel. Alles valt of staat bij de NEN-EN 1992-4. Deze norm regelt het ontwerp van bevestigingsmiddelen voor gebruik in beton en stelt indirect eisen aan de boring zelf. Wie de regels negeert, riskeert bezwijken. Een ankergat moet voldoen aan de European Technical Assessment (ETA) van het gebruikte anker. Dit document is dwingend. Het specificeert de boormethode, de reinigingscyclus en de toegestane ondergrond. Zonder ETA-rapportage is een ankerverbinding in constructieve toepassingen feitelijk niet toegestaan onder de vigeur van het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL). Veiligheid voorop.
De Arbowet kijkt mee over de schouder van de boorder. Kwartsstof is gevaarlijk. Tijdens het boren van ankergaten is stofafzuiging direct bij de bron verplicht, vaak getoetst aan de TNO-richtlijnen voor stofvrij werken. Men kan niet zomaar een gat maken; de integriteit van de wapening moet behouden blijven volgens de uitvoeringsnorm NEN-EN 13670. Raak je het staal? Dan volgt een constructieve herberekening. Of een afkeuring. Simpel en onverbiddelijk.
De grootste technische sprong vond plaats halverwege de twintigste eeuw. In de jaren vijftig en zestig zorgde de introductie van de elektrische hamerboor voor een revolutie op de bouwplaats. Gaten konden sneller en dieper worden geboord in gewapend beton. In de jaren zeventig volgde de introductie van de chemische injectiemortel. Dit veranderde de rol van de wand van het ankergat fundamenteel; het oppervlak fungeerde voortaan als lijmvlak, waardoor de reinheid van het gat plotseling een constructieve variabele werd. Wat vroeger een bijzaak was, werd een processtap met strikte protocollen voor borstelen en uitblazen.
Sinds de jaren negentig is de geschiedenis van het ankergat vooral een juridisch en normatief verhaal. De verschuiving van nationale richtlijnen naar Europese geharmoniseerde normen (ETA) heeft het ankergat getransformeerd tot een integraal onderdeel van een gecertificeerd systeem. De geometrie is niet langer een keuze van de vakman, maar een voorschrift van de constructeur. Van een simpel gat in de muur naar een hoogwaardig technisch detail binnen de Eurocode-systematiek. De focus verschoof van 'houvast bieden' naar 'voorspelbaar presteren'.