Anker

Laatst bijgewerkt: 14-01-2026


Definitie

Een constructief verbindingselement, meestal vervaardigd uit metaal, ontworpen om trek-, druk- of afschuifkrachten over te dragen tussen verschillende bouwdelen of tussen een constructie en de ondergrond.

Omschrijving

Krachtoverdracht vormt de kern van elk anker. Zonder deze componenten zouden bouwdelen simpelweg los van elkaar staan, overgeleverd aan de grillen van windbelasting en zwaartekracht. In de ruwbouw fungeert het anker als de onzichtbare hand die beton, staal en hout dwingt tot samenwerking. De materiaalkeuze is hierbij cruciaal; waar verzinkt staal volstaat voor droge binnensituaties, eist een corrosieve omgeving zoals de kuststreek vaak hoogwaardig roestvast staal (RVS A4). Het gaat niet alleen om vastmaken, maar om het creëren van een verbinding die decennialang bestand is tegen dynamische belastingen en thermische uitzetting.

Uitvoering en methodiek

De integratie van een anker in een constructie geschiedt doorgaans via twee hoofdroutes: instorten of achteraf aanbrengen. Bij instortankers vindt de positionering plaats tijdens de ruwbouwfasen, nog voordat vloeibare bouwmaterialen zoals beton zijn uitgehard. Fixatie aan de aanwezige wapening zorgt ervoor dat het element niet verschuift tijdens de stort of het verdichten. De nauwkeurigheid van de maatvoering is hierbij onomkeerbaar.

Achterafmontage vraagt om een mechanische ingreep in de bestaande structuur. Men prepareert de ondergrond door middel van boringen, waarbij de diameter van het boorgat nauwgezet moet aansluiten bij de specificaties van het ankerlichaam. Bij mechanische ankers wordt de verbinding gerealiseerd door spreiding of vormsluiting; het aandraaien van het element dwingt onderdelen uiteen tegen de wanden van het boorgat. Chemische verankering volgt een ander principe. Hierbij wordt een injectiemortel of glascapsule in de boorholte aangebracht, waarna de ankerstang door een draaiende beweging wordt ingevoerd. De uithardingsduur van de hars bepaalt het moment waarop de verbinding volledig belastbaar is.

De effectiviteit van de uitvoering is onlosmakelijk verbonden met de conditie van het boorgat. Stofvrij maken is essentieel. Bij chemische adhesie belemmert achtergebleven boormeel de hechting aan de wanden, terwijl het bij mechanische ankers de wrijvingsweerstand negatief beïnvloedt. In de praktijk varieert de diepte van de verankering op basis van de te verwachten trekkrachten en de kwaliteit van het basismateriaal.


Functionele types en materiaalvarianten

Ankers variëren enorm in vorm en toepassing. Neem het spouwanker. Dit verbindt het binnen- met het buitenblad van een gevel en vangt de winddruk en -zuiging op. Kozijnankers doen iets anders; zij fixeren houten, aluminium of kunststof kozijnen aan de ruwbouw zonder dat de verbinding de esthetiek van het zichtwerk verstoort. Voor zware staalconstructies op betonpoeren gebruikt men funderingsbouten of draadeinden van aanzienlijke diameter. Vaak onderschat: het kimanker. Dit type garandeert de stabiliteit en soms de waterdichtheid bij de aansluiting tussen de vloer en de opgaande wand.

In de volksmond noemen vakmensen mechanische spreidankers vaak 'keilbouten', hoewel die term technisch gezien slechts een specifiek type met metalen vinnen aanduidt. Voor lichte bevestigingen in holle wanden of plafonds grijpt men naar paraplu-ankers of tuimelankers. De materiaalkeuze hangt direct samen met de milieuklasse. Elektrolytisch verzinkt staal is de standaard voor droge binnenruimtes, maar zodra er sprake is van buitenlucht of agressieve dampen, verschuift de voorkeur naar RVS A2 of A4. Bij extreme belasting in de industriebouw ziet men vaak thermisch verzinkte varianten voor een dikkere beschermlaag.


Van mechanische spreiding tot chemische hechting

Het mechanische spectrum biedt doorsteekankers voor snelle montage door het te bevestigen deel heen en betonschroeven die direct draad snijden in de ondergrond. Deze schroefankers zijn populair vanwege de afwezigheid van expansiedruk. Montage dicht bij randen is hierdoor mogelijk zonder dat het beton afspat. Dat is bij een traditioneel spreidanker wel anders; die oefent constante druk uit op het boorgat.

Chemische ankers, ook wel lijmankers genoemd, maken gebruik van tweecomponentenmortels op basis van epoxy, vinylester of polyester. Ze zijn superieur in gescheurd beton of wanneer de belastingen extreem hoog zijn. Waar een mechanisch anker klemt, daar vloeit een chemisch anker samen met de poriën van de steen. In situaties waar seismische activiteit een rol speelt of waar dynamische belastingen door machines de constructie tarten, kiest men steevast voor specifiek gecertificeerde systemen met een ETA-beoordeling (European Technical Assessment). Het verschil tussen een goedkoop pluganker en een constructief lijmanker is fundamenteel voor de integriteit van het gebouw.


Praktijksituaties en toepassingen

Een metselaar op een steiger drukt rvs-spouwankers in de verse mortel van het binnenblad. Een ogenschijnlijk klein detail. Toch voorkomt dit draadeind dat het buitenblad bij een zware najaarsstorm bezwijkt onder de windzuiging. De krachten worden via de ankers direct overgedragen op de hoofddraagconstructie.

In een renovatieproject moet een zware stalen trap aan een bestaande betonwand worden gemonteerd. Mechanische spreidankers vallen af; de kans op afspatten bij de betonrand is te groot. De monteur boort gaten, blaast het stof weg en injecteert een tweecomponentenhars. Hij draait het draadeind erin. Na uitharding vormt de hars één geheel met de wand. De trap hangt onwrikbaar.

  • Prefab montage: Een betonwand komt aan op de bouwplaats met reeds ingestorte hijsankers. De kraan pikt de wand hieraan op. Veiligheid en snelheid staan voorop.
  • Kozijnfixatie: De timmerman gebruikt kozijnankers om het houten frame vast te zetten aan de ruwbouw. Na het stucwerk zie je hier niets meer van terug.
  • Houtskeletbouw: Bandstalen ankers verbinden de houten stijlen met de betonvloer. Dit voorkomt het 'opwaaien' van de lichte constructie bij extreme windbelasting.

Bij een tijdelijke hulpconstructie, zoals een steiger of een tijdelijke schoor, zie je vaak betonschroeven. Deze snijden hun eigen draad in het beton. Na gebruik schroeft de vakman ze er simpelweg weer uit. Het gat blijft achter, maar de constructieonderdelen blijven onbeschadigd.


Normen en wettelijke kaders

De juridische ruggengraat voor het toepassen van ankers in de Nederlandse bouwsector ligt verankerd in het Besluit bouwen leefomgeving (BBL), de opvolger van het Bouwbesluit 2012. Dit besluit stelt fundamentele eisen aan de constructieve veiligheid. Het is simpel: een constructie mag niet bezwijken. Voor de technische uitwerking van deze veiligheidseisen verwijst de wetgever naar de Eurocodes. Specifiek voor verankeringen in beton is de NEN-EN 1992-4 cruciaal. Deze norm harmoniseert de rekenregels voor het ontwerp van bevestigingsmiddelen, waarbij parameters zoals de randafstand, de hart-op-hart afstand en het type bezwijkmechanisme de doorslag geven bij de berekening van de toelaatbare belasting.

Constructieve ankers vallen onder de Europese Verordening Bouwproducten (CPR). Fabrikanten zijn verplicht een Prestatieverklaring (DoP) op te stellen. Geen geldige CE-markering? Dan mag het product niet voor constructieve doeleinden worden ingezet. Vaak leunt deze markering op een European Technical Assessment (ETA). Dit document is geen vrijblijvend advies, maar een bindend bewijsstuk waarin de prestaties van een specifiek ankersysteem zijn vastgelegd onder diverse condities, zoals gescheurd beton of blootstelling aan brand. Voor de constructeur is de ETA leidend; wijkt men af van de hierin gestelde randvoorwaarden, dan vervalt de garantie op de rekenwaarde.

In specifieke sectoren gelden aanvullende richtlijnen. Denk aan de CUR-aanbevelingen voor achteraf aangebrachte stekwapening of specifieke voorschriften voor tijdelijke constructies in de infrastructuur. Hoewel de wetgeving zich richt op het eindresultaat en de veiligheid, dicteren de normen de methodiek. Een anker is in de ogen van de wet pas een anker als de gehele keten — van productie tot de uiteindelijke aandraaimomenten op de bouwplaats — aantoonbaar voldoet aan de gestelde normatieve kaders.


Van smeedwerk naar schroefdraad

Smeedijzeren krammen hielden eeuwenlang de natuurstenen van kathedralen en stadspoorten bijeen. In de Nederlandse baksteencultuur zijn muurankers iconisch. Ze bonden de houten balklagen direct aan de gevels om uitknikken van de muren te voorkomen. De smid hamerde elk anker met de hand op het aambeeld. Pas tijdens de industriële revolutie verschoof de focus naar gestandaardiseerde draadeinden en boutverbindingen. Massaproductie maakte precisie mogelijk. Mechanica verving het ambacht. De constructieve logica bleef echter gelijk: het overbruggen van trekspanningen die metselwerk zelf niet kan opvangen.


De opkomst van mechanische en chemische innovatie

De twintigste eeuw markeerde een radicale breuk met het verleden. In 1911 zorgde de uitvinding van de expansieplug voor een revolutie in de montagebouw. Gaten boren in uitgehard beton werd de nieuwe standaard. De klassieke keilbout met metalen spreidvleugels domineerde decennia de markt. Maar de techniek stond niet stil. In de jaren zestig en zeventig deed de chemie haar intrede in de boorgaten. Tweecomponentenharsen op basis van epoxy en vinylester veranderden de spelregels. Geen mechanische expansiedruk meer. Alleen nog pure adhesie aan de wand van het boorgat. Deze verschuiving maakte verankeringen dicht bij randen mogelijk zonder dat het beton bezweek onder de interne druk van een spreidanker.


Regulering en de moderne rekenmethode

Vroeger vertrouwde de constructeur op ervaring en ruime veiligheidsmarges. Dat veranderde. De introductie van de Eurocodes en specifiek de NEN-EN 1992-4 bracht een strikte mathematische benadering van verankeringstechnologie. Waar men vroeger een anker 'op gevoel' koos, daar dicteert nu de European Technical Assessment (ETA) de exacte prestatie onder specifieke condities. Seismische belasting. Brandwerendheid. Gescheurd beton. De technische evolutie van het anker is daarmee getransformeerd van een simpel ijzeren hulpstuk naar een hoogwaardig, gecertificeerd systeemproduct dat de ruggengraat vormt van de moderne ruwbouw.


Gebruikte bronnen: