De realisatie start buiten de bebouwing waar een mengtruck of een silo-installatie de droge mortel combineert met water tot een verpompbaar mengsel. Slangen transporteren de vloeibare massa naar de gewenste ruimte. Voordat de pomp start, is de ondergrond voorzien van een vloeidichte scheidingslaag en randisolatie om contact met de constructievloer en wanden te vermijden. De mortel stroomt uit de slang.
Terwijl de vloer volloopt, controleert de verwerker de dikte met behulp van strategisch geplaatste peilstokken of een laser. De massa vloeit uit. Om de vloeistof volledig te nivelleren en ingesloten luchtbellen te laten ontsnappen, wordt een drijfrei gebruikt. Deze handeling, in het vakgebied ook wel dobberen genoemd, gebeurt door de rei met een specifieke slag horizontaal door de bovenlaag te bewegen in twee haaks op elkaar staande richtingen.
Gedurende de eerste fase van het uithardingsproces mag de ruimte niet tochten. Na de initiële binding ontstaat vaak een zogenoemde sinterhuid aan het oppervlak door uitbloeiing van bindmiddel. Deze huid belemmert de verdamping van restvocht en de hechting van latere afwerklagen. Daarom volgt na verloop van tijd een mechanische schuurbeurt. Het resultaat is een open structuur die klaar is voor verdere afwerking of het opstookprotocol van een eventuele vloerverwarming.
Niet elke anhydrietvloer is identiek. Het fundament van het verschil ligt in de kristalstructuur van het calciumsulfaat. Men onderscheidt doorgaans Alpha-halfhydraat en Beta-halfhydraat. De Alpha-variant is de krachtpatser; het heeft minder aanmaakwater nodig, wat resulteert in een hogere dichtheid en superieure mechanische eigenschappen. De Beta-variant is vaker de economische standaard voor de reguliere woningbouw.
De technische prestaties worden uitgedrukt in sterkteklassen conform de NEN-EN 13813. Een code als CA-C20-F4 vertelt het hele verhaal. CA staat voor calciumsulfaat. De C-waarde (Compressive strength) geeft de druksterkte aan, terwijl de F-waarde (Flexural strength) de buigtreksterkte definieert. Voor zwaarbelaste vloeren in de utiliteitsbouw wordt vaak uitgeweken naar een C30 of hoger.
De klassieke gietdekvloer wordt meestal aangebracht in een dikte van 30 tot 50 millimeter. Dit noemen we de dikbedtoepassing. Ideaal voor het volledig omsluiten van vloerverwarmingsbuizen. Maar de techniek staat niet stil. Er zijn specifieke dunvloeibare anhydrietmortels ontwikkeld voor renovatieprojecten. Deze kunnen al vanaf een laagdikte van 15 tot 20 millimeter stabiel worden gelegd. Weinig massa, veel rendement.
Soms wordt de vloer direct op de constructievloer gehecht, maar vaker zie je de 'zwevende' variant. Hierbij ligt de dekvloer los van de constructie op een isolatielaag of folie. Dit is essentieel voor thermische isolatie of geluidsreductie tussen verdiepingen.
| Type | Kenmerk | Typische dikte |
|---|---|---|
| Conventioneel | Standaard woningbouw | 30 - 50 mm |
| Dunbed | Renovatie / Lage opbouw | 15 - 25 mm |
| Hechtend | Direct op beton | Varieert |
Terminologie zorgt soms voor ruis. Een anhydrietvloer is een gietdekvloer. Het is géén gietvloer in de decoratieve zin van het woord, zoals een PU- of epoxyvloer. Die laatste zijn kunststof afwerklagen van slechts enkele millimeters dik. De anhydrietvloer vormt de constructieve tussenlaag. Ook het verschil met de traditionele zandcementvloer is cruciaal. Waar zandcement 'gesmeerd' wordt en een korrelige structuur heeft, is anhydriet vloeibaar en gipsgebonden. Geen zandcement dus. Noem het ook geen egaline; egalisatiemiddelen zijn bedoeld om kleine oneffenheden weg te werken, niet om een volledige dekvloer van centimeters dik te realiseren.
Stel je een grote woonkamer in een villapark voor. De vloerverwarmingsbuizen liggen in een strak patroon op de isolatie. Zodra de vloeimortel binnenstroomt, vult elke holte zich. Geen gaten. De installateur weet: dit zorgt voor een maximale warmteafgifte aan de ruimte. De massa omsluit de leidingen volledig, wat bij een zandcementvloer met de hand bijna onmogelijk is.
In de utiliteitsbouw, denk aan een modern kantoorgedeelte, zie je vaak meterslange open ruimtes zonder drempels. Hier ligt de anhydrietvloer als een naadloos laken. Het resultaat is zo vlak dat de stoffeerder direct aan de slag kan met grote tegels of pvc-stroken zonder eerst dagenlang te moeten egaliseren. Geen golvend oppervlak, maar een snaarstrakke basis.
Visuele herkenning: Een vers gestorte vloer oogt als een doffe, grijze waterpartij. Na droging verschijnt er vaak een witachtige, glanzende waas die bijna lijkt op een flinterdun laagje ijs. Dit is de sinterhuid. Kras je er met een sleutel overheen? Dan komt er direct wit poeder vrij. Dat is het signaal dat de schuurmachine eroverheen moet voordat de lijm van de afwerkvloer kan hechten.
Bij renovatieprojecten in oude herenpanden kom je de dunne variant tegen. Slechts twintig millimeter mortel over een zwaluwstaartplaat. De vloer voelt direct 'dood' aan. De hinderlijke trillingen van de oude houten balklaag zijn verdwenen. De massa van het anhydriet geeft de verdieping een solide, massieve klank die je normaal alleen bij nieuwbouw betonvloeren ervaart.
Geen enkele anhydrietmortel mag zonder meer op de Nederlandse markt worden gebracht. De Europese norm NEN-EN 13813 vormt het dwingende kader voor de eigenschappen van dekvloermortels. Fabrikanten zijn verplicht een prestatieverklaring (Declaration of Performance, DoP) op te stellen. Hierin staat exact wat de druksterkte en buigtreksterkte van de mortel is. Zonder deze CE-markering voldoet het product niet aan de vigerende Europese verordeningen voor bouwproducten. De classificatie, bijvoorbeeld CA-C20-F4, is leidend voor de constructeur bij het berekenen van de toelaatbare vloerbelasting.
In het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) zijn strikte eisen vastgelegd omtrent de brandveiligheid van toegepaste materialen. Calciumsulfaatgebonden gietdekvloeren vallen onder de gunstigste categorie. Ze zijn geclassificeerd als onbrandbaar (Euroklasse A1fl). Dit betekent dat het materiaal niet bijdraagt aan de brandvoortplanting en geen rook ontwikkelt. In vluchtwegen of utiliteitsgebouwen met hoge veiligheidseisen is dit vaak een doorslaggevende factor voor de inspectie.
Bij appartementenbouw stelt de regelgeving eisen aan de contactgeluidisolatie tussen verschillende verblijfsruimtes. Een anhydrietvloer wordt hier vaak toegepast als onderdeel van een zwevende dekvloerconstructie om te voldoen aan de genormeerde Ln,T;A-waarden. De massa van de vloer, gecombineerd met de juiste randstrookisolatie, is essentieel om te voorkomen dat loopgeluiden via de wanden omlaag resoneren.
De Arbowetgeving speelt een indirecte maar cruciale rol in de populariteit van dit vloertype. De Inspectie SZW stuurt op het beperken van zware fysieke belasting. Waar het handmatig verwerken van zandcementvloeren de rug en knieën van de vloerenlegger zwaar belast, gebeurt het aanbrengen van anhydriet staand en grotendeels machinaal. Het vloeibare proces vermindert de noodzaak voor bukken en knielen. Daarnaast is de blootstelling aan kwartsstof bij het aanbrengen van een gietdekvloer nagenoeg nihil in vergelijking met droge mengsels. Gezondheidswinst is hier de norm.
Hoewel geen wet in de strikte zin van het woord, zijn de richtlijnen van het Technisch Bureau Afbouw (TBA) de feitelijke standaard voor de afbouwsector. Voor het leggen van dampdichte vloerafwerkingen geldt een maximaal restvochtpercentage van doorgaans 0,5%. Bij aanwezigheid van vloerverwarming ligt deze grens soms nog scherper. Afwijken van deze richtlijn leidt in juridische zin vaak tot aansprakelijkheid bij schadegevallen zoals onthechting of schimmelvorming onder de toplaag.
Van bijproduct in de chemische industrie naar de standaard in de moderne woningbouw. Terwijl zandcementvloeren decennialang de norm waren door handmatige verwerking en fysieke belasting, bood de opkomst van synthetisch calciumsulfaat in de tweede helft van de twintigste eeuw een technologisch alternatief dat de dynamiek op de bouwplaats fundamenteel veranderde. De basis is gips. In de jaren zestig en zeventig kwamen grote hoeveelheden synthetisch anhydriet vrij als restproduct bij de productie van fosforzuur en fluorwaterstofzuur. Men zocht naar hoogwaardige toepassingen voor deze reststromen. De gietdekvloer bleek de ideale oplossing.
De eerste generaties mortels kampten nog met instabiliteit en onvoorspelbare droogtijden. De chemische industrie ontwikkelde specifieke activatoren om de hydratatie — de omzetting van watervrij calciumsulfaat naar een stabiel gipsrooster — gecontroleerd te laten verlopen. Zonder deze toevoegingen bleef de massa te lang plastisch. Innovatie dreef de markt. Waar verwerkers voorheen zakken handmatig mengden, zorgde de introductie van silotechnologie en krachtige wormpompen voor een ongekende opschaling. De term gietdekvloer werd een vast begrip in de bestekken.
De Europese normalisatie via de NEN-EN 13813 bracht uiteindelijk de nodige structuur in de wildgroei aan lokale recepturen. Het verving versnipperde nationale richtlijnen door een eenduidig classificatiesysteem voor druk- en buigtreksterkte. Tegelijkertijd zorgde strengere Arbowetgeving in de jaren negentig voor een versnelling; het staand verwerken van vloeibare mortels verving het zware smeerwerk op de knieën. De anhydrietvloer evolueerde zo van een experimenteel alternatief naar een onmisbare schakel in de snelle, seriematige bouw van vandaag.
Joostdevree | Nl.wikipedia | Encyclo | Icmprojects | Vloeren-coatings | Avvafbouw | Cementdekvloer-plaatsen | Vloeropstoken