Het aanbrengen van afstandhouders geschiedt vrijwel altijd voorafgaand aan de definitieve fixatie of het storten van vloeibare materialen. In de betonbouw vindt de montage plaats op de bekisting of direct aan het wapeningsstaal. Handmatige plaatsing is hier de standaard. Men klikt de houders op de staven of bindt ze vast met vlechtdraad om te voorkomen dat ze verschuiven tijdens het betonneren. De verdeling over het oppervlak volgt een specifiek patroon, vaak ruitvormig, waarbij de onderlinge afstand wordt bepaald door de stijfheid van de wapening en het verwachte gewicht van de specie. Stabiliteit is cruciaal. Een wankele houder kantelt onder de druk van de betonstroom, wat de dekking direct in gevaar brengt.
Bij de assemblage van isolatieglas is de werkwijze technischer en vaak geautomatiseerd. De afstandhouder vormt hier een kader dat tussen de glasplaten wordt gepositioneerd, meestal voorzien van een absorberend middel in de holle binnenzijde. Nadat het kader is geplaatst, volgt een persing waarbij de ruiten en de houder tot één luchtdicht geheel worden gesmeed. In gevelconstructies of bij de verwerking van isolatieplaten in een spouwmuur vervult de afstandhouder vaak een dubbelrol. Hij wordt over een spouwanker geschoven om de isolatie tegen het binnenspouwblad te klemmen, terwijl de fysieke dikte van de houder de luchtspouw openhoudt. Geen ingewikkelde berekeningen op de steiger, maar een mechanische borging van de ontwerpmaten. Het resultaat hangt af van de juiste maatvoering. Een te dunne houder resulteert in contact; een te dikke in een constructie die niet meer past binnen de toleranties van het bouwwerk.
De keuze voor het materiaal van een afstandhouder hangt nauw samen met de esthetische eisen en de belasting van de constructie. Beton- en vezelbetonhouders, in de volksmond vaak 'knookjes' of 'blokjes' genoemd, zijn favoriet bij zware wapening en zichtwerk. Ze hebben dezelfde uitzettingscoëfficiënt als de omringende betonmortel. Dit minimaliseert de kans op haarscheurtjes en maakt ze nagenoeg onzichtbaar na het ontkisten. Kunststof varianten zijn lichter en goedkoper. Denk aan de ring- of ster-afstandhouder die men om een staaf klemt voor verticale toepassingen zoals kolommen of wanden. Voor de onderwapening in vloeren worden vaak kunststof profielen of lange 'slangen' gebruikt; deze zigzag-liggers garanderen de stabiliteit over een groter oppervlak zodat de wapening niet doorbuigt wanneer er over gelopen wordt.
In de wereld van isolatieglas draait alles om de thermische prestatie. De traditionele afstandhouder van aluminium is robuust maar vormt een koudebrug. Dit resulteert vaak in condensvorming aan de glasranden. De moderne 'warm-edge' afstandhouder, vervaardigd uit kunststof of een combinatie van roestvast staal en composiet, lost dit op. Deze variant geleidt nauwelijks warmte. Het verschil in isolatiewaarde is merkbaar. De kleurkeuze is hier vaak esthetisch bepaald; zwart of grijs valt minder op in het kozijnprofiel dan de glimmende metalen voorgangers.
Verwarring ontstaat soms tussen de afstandhouder en het stelblokje. Een cruciaal verschil. Stelblokjes worden gebruikt voor het tijdelijk of permanent positioneren en dragen van kozijnen of ruiten tijdens de montage. Ze vangen gewicht op. De afstandhouder daarentegen is er puur om een holle ruimte of een specifieke dekking te handhaven. In de tegelwereld spreekt men simpelweg van tegelkruisjes. Deze zorgen voor een uniforme voegbreedte. Dan zijn er nog de support-liggers. Hoewel ze een afstand bewaren, doen ze dat tussen twee lagen wapening (boven- en ondernet) en niet tussen het staal en de bekisting. Kleine nuances, grote constructieve gevolgen.
In de dagelijkse bouwpraktijk kom je de afstandhouder in diverse gedaanten tegen. Hieronder volgen enkele herkenbare situaties waarin dit hulpmiddel bepalend is voor de kwaliteit van het eindresultaat.
Eurocode 2 regeert. Deze norm, technisch aangeduid als NEN-EN 1992, vormt het fundament voor de berekening van elke betonconstructie en dicteert de minimale betondekking. Het is geen vrijblijvend advies. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) stelt deze technische eisen verplicht om de constructieve veiligheid en brandwerendheid van bouwwerken voor de lange termijn te waarborgen. De afstandhouder is hierbij het fysieke bewijsstuk dat de theoretische berekening in de praktijk wordt nageleefd. Wie sjoemelt met de maatvoering, riskeert directe afkeuring door bouwtoezicht of de kwaliteitsborger.
Voor de componenten zelf is BRL 2817 de leidende beoordelingsrichtlijn. Deze richtlijn stelt specifieke eisen aan de drukvastheid en de hechting aan het omringende beton; een houder mag immers nooit een zwakke plek of een lekkagepad voor vocht vormen. In de glasindustrie is de situatie vergelijkbaar strikt. De NEN 3576 normeert de beglazingssystemen waarbij de thermische prestatie van de afstandhouder direct invloed heeft op de energieprestatie van het gebouw. Geen detail is te klein. Een verkeerd gekozen materiaal kan de BENG-berekening (Bijna Energieneutrale Gebouwen) negatief beïnvloeden, simpelweg door een te hoge warmtegeleidingscoëfficiënt aan de glasranden.
Vroeger was de afstandhouder geen industrieel product, maar een kwestie van improvisatie op de bouwplaats. Bij de vroege toepassingen van gewapend beton, rond het begin van de twintigste eeuw, gebruikten vlechters vaak willekeurige stukjes baksteen of grind om de wapening van de bodem te lichten. Deze praktijk bleek onbetrouwbaar. Organisch materiaal zoals houtjes rotte weg, terwijl poreuze bakstenen vocht doorlieten naar het staal, met betonrot als onvermijdelijk gevolg. De professionalisering van de betonbouw halverwege de vorige eeuw dwong tot de ontwikkeling van homogene materialen die dezelfde eigenschappen hadden als het omringende beton.
De opkomst van kunststoffen in de jaren vijftig en zestig markeerde een omslagpunt. Spuitgiettechnieken maakten het mogelijk om voor elke diameter wapeningsstaal een specifieke clip of ring te produceren. Massaproductie verving het handwerk. In de glasindustrie verliep de evolutie parallel aan de isolatiebehoefte. Waar men in de jaren vijftig nog genoegen nam met eenvoudige metalen profielen, zorgde de oliecrisis van 1973 voor een versnelling in de ontwikkeling van thermisch onderbroken afstandhouders. Wat begon als een simpel hulpmiddel om lucht tussen twee ruiten te houden, evolueerde naar de complexe warm-edge systemen van vandaag. Van passief vulmiddel naar een gecertificeerd onderdeel dat essentieel is voor de energetische prestatie van de gebouwschil.
Joostdevree | Encyclo | Fabory | Producten.hanzestrohm | Maxfrank | Attema | Verpas | Tholen | Bohle