Het feitelijke afkorrelen begint bij de kalibratie. De machine pompt de pasta door de slangen naar de spuitkop, waar perslucht de massa in kleine druppels uiteenslaat terwijl de vakman de lans met een ritmische, zwaaiende beweging over het oppervlak voert. Afstand is bepalend. Te ver weg geeft een schraal beeld, terwijl een te korte afstand zorgt voor hinderlijke ophoping van materiaal op de ondergrond. De nozzle-opening bepaalt de korrel.
Tijdens de uitvoering blijft de compressor op een constant toerental om drukverschillen en onregelmatigheden in het spuitbeeld te vermijden. Er wordt gewerkt in banen. Deze banen overlappen elkaar licht. Dit voorkomt schaduwvorming. Een continue stroom is essentieel voor een homogene textuur, waarbij de korrel de wand raakt en direct hecht zonder dat er verdere mechanische handelingen zoals navlakken met een spaan aan te pas komen. Snelheid en constante hoekvoering maken het verschil tussen een rommelig resultaat en een strakke finish. Geen handmatige nabewerking vereist.
De visuele impact van afkorrelen wordt primair bepaald door de korrelgrootte van de gebruikte pasta. Waar de een zweert bij een bijna zijdezachte finish, zoekt de ander juist de diepe schaduwwerk van een grove structuur. De keuze heeft niet alleen esthetische gevolgen, maar beïnvloedt ook hoe licht door de ruimte beweegt.
| Type korrel | Afmeting (ca.) | Kenmerken |
|---|---|---|
| Fijn | 0,5 - 1,0 mm | Subtiel, modern, oogt van afstand nagenoeg vlak. |
| Middel | 1,0 - 1,5 mm | De standaard in de meeste nieuwbouwwoningen; goede balans. |
| Grof | 1,5 - 2,5 mm | Robuust, maskeert kleine onvolkomenheden in de ondergrond uitstekend. |
Naast de korreldikte zelf speelt de spuitdruk een rol. Een hogere druk zorgt voor een fijnere verneveling, zelfs bij een iets grovere korrel in de pasta. De vakman varieert hierin om de textuur af te stemmen op bestaand werk bij reparaties of om een specifieke architecturale wens te vervullen.
In de volksmond wordt afkorrelen vaak verward met spachtelputz of structuurverf. De verwarring is begrijpelijk. Toch is het technisch wezenlijk anders. Afkorrelen is een machinaal proces. Het materiaal wordt door de lucht tegen de wand gesmeten en blijft daar in zijn natuurlijke, gespoten vorm zitten. Er komt geen spaan aan te pas om de korrel te verdelen of te 'draaien'.
Bij spachtelputz, een type sierpleister, brengt de stukadoor het materiaal handmatig aan met een rvs-spaan om het vervolgens met een kunststof spaan door te schuren. Hierdoor ontstaat een compactere, hardere laag. Afkorrelen is sneller. Goedkoper ook. Maar het is kwetsbaarder voor mechanische beschadigingen dan de massieve laag van een traditionele sierpleister. Structuurverf daarentegen is simpelweg een dikke latex met een zandkorrel, aangebracht met een roller, wat nooit de diepte en regelmaat van echt spuitwerk kan evenaren.
Standaard afkorrelen gebeurt meestal in 'natuurwit' of RAL 9010. Gemak dient de mens. De pigmenten worden tegenwoordig vaak al in de fabriek door de pasta gemengd. Dit voorkomt dat de wand na het afkorrelen nog gesausd moet worden, wat niet alleen tijd bespaart maar ook de open structuur van de korrel behoudt. Bij naderhand sausen loopt de structuur namelijk vaak 'dicht', waardoor de scherpe contouren van de korrel vervagen en de wand een modderig uiterlijk kan krijgen. Er bestaan ook specifieke varianten voor vochtige ruimtes. Deze bevatten meer kunsthars en minder kalk, waardoor ze minder absorberend zijn in badkamers of keukens, hoewel direct contact met water nog steeds vermeden moet worden.
Een rijtjeswoning in een nieuwbouwproject. De wanden zijn behangklaar opgeleverd. De compressor start. Binnen een paar uur zijn de woonkamer en de keuken voorzien van een egale, witte korrelstructuur in RAL 9010. Snelheid is hier de troef. Geen gedoe met verfrollers of emmers latex; de bewoners kunnen direct verhuizen.
Herstelwerk na een kleine verbouwing. Een stuk muur is bijgeplaatst. De vakman pakt een handmatige reparatiespuit. Hij regelt de luchtdruk uiterst secuur in. De nieuwe korrels moeten exact even groot zijn als de korrels op de bestaande wand van tien jaar oud. Even spuiten, even laten drogen. Onzichtbaar. Dat is de kracht van afkorrelen bij pleisterwerkherstel.
Een kantoorpand met lange gangen. Veel verkeer, tassen die tegen de wanden schuren, karretjes die langs de plinten rijden. Hier wordt vaak gekozen voor een grovere korrelgradatie. Waarom? Het oogt robuust. Kleine beschadigingen vallen simpelweg minder snel op in de diepe textuur dan op een spiegelgladde wand. Praktisch en esthetisch tegelijk.
Het plafond in een badkamer. Niet direct in de douchestraal, maar wel in een vochtige omgeving. De stukadoor gebruikt een specifieke spackpasta met een hoger kunstharsgehalte. De fijne korrel zorgt voor een fris uiterlijk dat bestand is tegen de dagelijkse stoomvorming, zonder dat het materiaal gaat bladderen of zacht wordt.
Brandveiligheid bepaalt het speelveld. In het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) staan de harde eisen voor wand- en plafondafwerkingen beschreven, waarbij vooral de positie van de wand in een gebouw cruciaal is. Vluchtwegen kennen strenge regels. Hier moet de korrelstructuur vaak voldoen aan specifieke brandgedragsklassen, doorgaans klasse B-s1, d0 conform de Europese norm NEN-EN 13501-1. De fabrikant van de spackpasta moet deze classificatie kunnen aantonen via een prestatieverklaring.
De technische kwaliteit rust op NEN-EN 13914-2. Deze norm behandelt het ontwerp, de voorbereiding en de uitvoering van binnenbepleistering. Geen vage esthetische kreten, maar concrete kaders voor vlakheid en hechting op verschillende ondergronden. Voor de visuele beoordeling van het afkorrelen wordt in de praktijk vaak verwezen naar de richtlijnen van de NOA (Nederlandse Ondernemersvereniging Afbouw). Deze beschrijven wat acceptabel is bij strijklicht en welke toleranties gelden voor de homogeniteit van de structuur. Te veel schaduwvorming door onregelmatige banen kan leiden tot afkeur op basis van deze sectornormen.
Arbeidsomstandigheden zijn wettelijk vastgelegd via de Arbowet. Fysieke belasting is een aandachtspunt. Het hanteren van de lans met slangen vol materiaal is zwaar werk voor schouders en rug. Compressoren moeten voldoen aan geluidsnormen om gehoorschade te voorkomen. Hoewel de pasta nat wordt aangebracht en de stofvorming tijdens het spuiten zelf beperkt is, blijft goede ventilatie een wettelijke verplichting om een gezond werkklimaat te garanderen voor de verwerker. Veiligheid op de werkvloer is geen optie. Het is een eis.
Handmatig pleisterwerk was traag. Kostbaar ook. De wederopbouw na 1945 eiste snelheid, veel woningen in korte tijd, waardoor de sector zocht naar manieren om de afwerking te versnellen. De eerste spackspuitmachines verschenen in de jaren zestig op de Nederlandse bouwplaatsen. Het was een revolutie. Ineens kon een hele verdieping op één dag worden voorzien van een decoratieve laag, waarbij de techniek van het afkorrelen – de verstuiving van een dunne pasta – de noodzaak voor tijdrovend handmatig schuren elimineerde. Weg met de spaan. Welkom perslucht. Deze omslag van ambachtelijk stucwerk naar een industrieel proces markeerde het begin van de moderne afbouwsector zoals we die nu kennen, waarbij de efficiëntie van de machine de snelheid van de bouwstroom ging dicteren.
In de vroege jaren was de samenstelling van de spuitmassa nog vaak gebaseerd op minerale bindmiddelen zoals cement en kalk, wat de verwerking stug maakte en de nozzle vaak deed verstoppen. De echte doorbraak kwam met de introductie van kunstharsgebonden spackpasta’s in de jaren tachtig. Deze polymeerdispersies boden een veel hogere elasticiteit. Minder scheurvorming. Betere hechting op de opkomende gipsblokken en prefab betonwanden die in die periode de standaard werden. De regelgeving rondom vluchtige organische stoffen (VOS) dwong de fabrikanten later tot watergedragen recepturen, wat de droogtijd en de geurbelasting voor de bewoners aanzienlijk verbeterde, zonder dat de karakteristieke korrelstructuur verloren ging. Tegenwoordig is de pasta een hightech product. Vroeger was het behelpen.