Het proces komt op gang door een drukverschil. Binnen is het vaak warm en vochtig. Buiten koud. Waterdamp zoekt de weg van de minste weerstand door de constructie heen. Bij de realisatie van een ademende gevel of dakopbouw worden materialen met een lage diffusieweerstand (μ-waarde) geselecteerd. Men bouwt de constructie op van dampdichter aan de warme zijde naar steeds dampopener aan de koude zijde. De moleculen verplaatsen zich door de microscopische openingen in de materiaalstructuur. Een cruciale handeling is het luchtdicht, maar dampopen afwerken van de buitenschil. Dit gebeurt vaak met specifieke vliezen of folies die transport toestaan zonder dat tocht ontstaat.
Damp zoekt een uitweg. In de praktijk worden isolatiematerialen zoals minerale wol of natuurlijke vezels ongehinderd gepasseerd, mits er geen dampdichte barrière in de weg staat. De moleculen glippen door de poriën van het isolatiemateriaal en de constructiedelen, gedreven door de wetten van de thermodynamica. Aan de buitenzijde van de isolatie fungeert een dampopen membraan als een eenrichtingsventiel; vocht van binnen gaat eruit, maar regenwater komt er niet in. Vaak wordt dit proces ondersteund door een geventileerde luchtspouw achter de gevelbekleding. Hier wordt de afgegeven damp opgenomen door de circulerende buitenlucht en direct weggevoerd naar de atmosfeer. Het is een passief mechanisme. Een delicate balans tussen weerstand en doorlaatbaarheid. Geen filters die vervangen moeten worden, maar een materiaalkundige eigenschap die constant actief is zolang er een gradiënt aanwezig is tussen de binnen- en buitenomgeving.
Binnen de bouwtechniek wordt de term 'ademen' vertaald naar een spectrum van weerstandswaarden. Het gaat hierbij om de μ-waarde, oftewel het diffusieweerstandsgetal. Hoe lager dit getal, hoe makkelijker damp door het materiaal migreert. We maken onderscheid tussen drie essentiële categorieën:
Het mengen van deze varianten in een verkeerde volgorde leidt onvermijdelijk tot schade. De gouden regel in de bouwfysica luidt: van binnen naar buiten toe steeds dampopener bouwen. Een ademende gevel vereist aan de buitenzijde materialen die diffuser zijn dan die aan de binnenzijde.
Een vaak gemaakte denkfout is dat ademen slechts het passief doorlaten van moleculen betreft. Er bestaat een wezenlijk verschil tussen materialen die puur dampopen zijn en materialen die hygroscopisch 'ademen'. Minerale wol is dampopen maar doet niets met het vocht; het laat het enkel passeren. Biobased materialen zoals leem, stro of hennepvezel bezitten echter een bufferend vermogen. Ze slaan vocht tijdelijk op in hun celstructuur bij een hoge luchtvochtigheid en geven dit weer af zodra de omgeving droger wordt. Dit proces reguleert het binnenklimaat actief. Het is een dynamische vorm van ademen die verder gaat dan de simpele transportwetten van diffusie alleen. In de praktijk noemen we dit ook wel vochtregulerend vermogen.
Luchtdichtheid en ademend vermogen zijn twee totaal verschillende grootheden. Een misverstand dat hardnekkig standhoudt. Een constructie hoort luchtdicht te zijn om energieverlies en tocht te voorkomen. Dit betekent echter niet dat de constructie niet kan ademen. Een wand kan perfect luchtdicht zijn (geen ongecontroleerde luchtstromen door kieren) maar tegelijkertijd zeer dampopen (waterdampmoleculen migreren door de vaste stof). Ademen gebeurt op moleculair niveau door de materie heen. Ventilatie gebeurt door openingen in de constructie. Gebruik de term ademen nooit als synoniem voor ventilatie. Ventilatie ververst lucht. Ademen transporteert vocht. Een dampdicht huis zonder ventilatie wordt een broeikas. Een ademend huis zonder ventilatie eveneens, want de afvoercapaciteit via diffusie is nooit groot genoeg om de volledige vochtproductie van bewoners af te voeren. Het is een aanvullend mechanisme, geen vervanging.
Een monumentaal pand met massieve bakstenen muren en kalkmortel illustreert dit proces perfect. De materialen zijn van nature poreus. Wanneer de bewoner de binnenzijde echter isoleert met een dampdichte laag zonder ademend vermogen, slaat vocht neer op het grensvlak. Bij een ademende aanpak, bijvoorbeeld met houtwol en een dampremmende in plaats van dampdichte folie, migreert de damp gecontroleerd naar buiten. De constructie blijft droog.
In een badkamer is de dynamiek direct zichtbaar. Bij wanden afgewerkt met traditionele tegels beslaat de spiegel direct; het vocht kan nergens heen. Een wand met leemstuc vertoont een ander gedrag. De leem 'ademt' door vochtmoleculen in de capillairen op te zuigen tijdens het douchen. De relatieve luchtvochtigheid stijgt minder snel. Zodra de ruimte wordt geventileerd, staat de leem het opgeslagen vocht weer af aan de lucht. Dit is hygroscopische buffering in actie.
Denk aan een moderne houtskeletbouwwand. Aan de binnenzijde bevindt zich een OSB-plaat die als dampremmer fungeert. De isolatie bestaat uit vlas of cellulose. Aan de buitenzijde wordt een zeer dampopen houtvezelplaat gemonteerd. Damp die vanuit de woning de constructie binnendringt, ondervindt aan de buitenzijde steeds minder weerstand. Het 'ademt' als het ware door de gevel heen naar de ventilatiespouw. Er ontstaat geen ophoping. De houten stijlen blijven gevrijwaard van rot, simpelweg omdat de muur niet 'stikt' in zijn eigen damp.
Een typisch schadegeval doet zich voor bij oude gevels die worden overgeschilderd met moderne, dampdichte lakken. De muur kon voorheen ademen via de stenen en voegen. De nieuwe verflaag vormt een ondoordringbare barrière. Vocht uit de kruipruimte of door regendoorslag trekt in het metselwerk maar kan er niet meer uit via diffusie. In de winter bevriest dit opgesloten vocht direct achter de verffilm. De verf bladdert af. Soms knappen zelfs de koppen van de bakstenen kapot. De balans is verstoord.
NEN-EN-ISO 13788 is de normatieve meetlat. De Glaser-methode. Deze norm beschrijft de rekenmethode om te bepalen of er inwendige condensatie optreedt in een gevel of dak. Het toetst of de dampstroom ongehinderd zijn weg naar buiten vindt. Bij dampopen bouwen is dit de basis voor elke berekening. De overheid eist dat we materialen zodanig combineren dat de constructie niet 'stikt', wat in de praktijk neerkomt op het naleven van deze specifieke berekeningsnormen.
NEN 2778 speelt een aanvullende rol. Het richt zich op de bepaling van de vochtwerendheid van gebouwen. Niet alleen regenwater, maar ook het transport van waterdampmoleculen door de schil valt onder dit regime. Bij monumenten of ingrijpende renovaties botst de isolatieplicht uit de NTA 8800 vaak met de oorspronkelijke bouwfysische werking. In die gevallen dwingt de regelgeving tot het gebruik van dampopen, ademende systemen om de integriteit van de bestaande bouwmaterialen te beschermen tegen houtrot en schimmelvorming.
Klimapedia | Joostdevree | Libstore.ugent | Idealwork | Duurzaammbo | Somonline | Mhome | Eigenwijsbouw | Gezondbinnen | Logicisolation | Osteomotion