De verwerking rustte decennialang op een strak ritme van overlappende banen. Direct over de gordingen heen. Fixatie geschiedde steevast op de kam van de golf met bouten; zo bleven de boorgaten buiten de primaire afvoerroute van hemelwater, wat lekkages voorkwam. Een essentieel technisch detail in de uitvoering was het zogenaamde hoeken knippen. Zonder deze diagonale inkortingen op de kruispunten waar de platen samenkwamen, zouden vier materiaallagen op elkaar stapelen, wat de waterdichtheid van de constructie direct zou ondermijnen en een gapende kier zou veroorzaken.
Nu is de praktijk volledig omgeslagen naar een methodiek van beheersing. Het is een proces van systematische ontmanteling geworden waarbij de platen als een omgekeerde legpuzzel van het dak worden verwijderd. Men focust op het handmatig lossen van de vaak vastgeroeste verbindingen. Geen breuk. Geen stof. De platen worden in hun geheel van het dakvlak getild en direct ondergebracht in dubbelwandige folie of speciale asbestcontainers. Waar de platen vroeger met grote snelheid werden vastgezet, verloopt de huidige handeling uiterst methodisch om de door verwering broos geworden structuur te sparen. Het doel is het behoud van de integriteit van het materiaal tijdens de gehele handeling.
Variatie in de ABC-golfplaat uit zich primair in de geometrie van het profiel. De grote golf regeert het landschap. Dit type staat in de sector bekend als profiel 177/51. De cijfers liegen niet; ze refereren aan een hart-op-hart afstand van 177 millimeter tussen de golftoppen en een hoogte van exact 51 millimeter. Robuust. Daarnaast bestaat de kleine golfplaat, vaak aangeduid als profiel 76/18, die een veel fijnmaziger uiterlijk geeft aan kleinere opstallen of gevels. De standaardbreedtes varieerden nauwelijks om overlap te faciliteren, maar de lengtes liepen uiteen van handzame platen van 122 centimeter tot mastodonten van meer dan 3 meter die een enorme windvang hadden tijdens montage.
Verwarring ligt op de loer bij de visuele inspectie van daken. ABC-golfplaten lijken sprekend op de modernere, asbestvrije vezelcementplaten. Het verschil is echter van levensbelang voor de saneerder. Moderne platen dragen vaak de codering 'NT', wat staat voor New Technology. Geen asbest dus. Een ander technisch kenmerk is de aanwezigheid van kunststof verstevigingsstrips die in de golf zijn meegegoten om doorvallen bij breuk te voorkomen; een veiligheidsvoorziening die de oude asbestplaat simpelweg ontbeert. Oude platen vertonen aan de onderzijde vaak een karakteristieke wafelstructuur, een restant van het productieproces op de zeefcilindermachine, terwijl modernere varianten vaker een gladdere of juist een heel specifiek geweven textuur hebben.
De standaardplaat is cementgrijs. Monotoon. Toch werden er varianten geproduceerd met een fabrieksmatige coating in kleuren als dieprood, donkergroen of antraciet. Deze coating diende niet alleen de esthetiek. Het sloot de toplaag af. Het remde de erosie. Bij deze varianten zie je vandaag de dag vaak een specifiek degradatiepatroon waarbij de verflaag in schilfers loslaat, wat de grijze, brosse asbestkern alsnog blootstelt aan de elementen. Ongecoate platen zijn doorgaans veel gevoeliger voor de destructieve kracht van mossen en algen die hun wortels diep in de cementmatrix slaan.
Stel je een oude veeschuur voor in het buitengebied. De grijze platen zijn aan de noordzijde volledig overwoekerd door dikke kussens mos. De worteltjes van het mos hebben de bovenste laag van het cement letterlijk opgegeten. Als je met een zaklamp langs de zijkant schijnt, zie je fijne, witte naaldjes die uit het materiaal steken. Dat zijn de asbestbundels. Ze liggen bloot. Bij elke regenbui spoelen er microscopische deeltjes de dakgoot in. Het materiaal voelt niet meer aan als steen, maar eerder als een gelaagde koek die bij de minste druk verpulvert.
Een huiseigenaar wil een carport aanpakken. Er liggen golfplaten op die er verdacht uitzien. Hij zoekt naar de stempel aan de kopse kant van de plaat. Staat daar 'NT'? Dan is er niets aan de hand; dat is vezelcement van na 1994. Maar deze platen hebben geen stempel. In plaats daarvan ziet hij aan de binnenzijde een patroon dat lijkt op een wafelijzer. Een grove ruitstructuur. Dat is het onmiskenbare bewijs van een ABC-golfplaat geproduceerd op een oude zeefmachine. De platen zijn loodzwaar en klinken dof als je er voorzichtig met een vinger op tikt, in tegenstelling tot de heldere klank van moderne platen.
Kijk omhoog bij een oude fabriekshal. Op het punt waar vier platen bij elkaar komen, zie je een flinke kier. De platen liggen niet vlak. Hier is bij de bouw de techniek van het 'hoeken knippen' vergeten. Omdat de hoeken niet diagonaal zijn ingekort, stapelen de diktes zich op. Het resultaat? Een trapje in de dakbedekking. Door die opening waait al dertig jaar stuifsneeuw naar binnen. De bevestigingsbouten bovenop de golf zijn verroest tot bruine vlekken en de rubberen ringetjes zijn allang vergaan tot zwarte drab, waardoor de plaat rondom het boorgat begint te scheuren door de werking van het dak.
1994 was het absolute kantelpunt. De productie, het verhandelen en het opnieuw toepassen van asbestcementproducten werd toen integraal verboden in Nederland. Terwijl het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) een algemene zorgplicht oplegt voor de staat van bouwwerken, is het specifiek het Asbestverwijderingsbesluit 2005 dat de strikte methodiek dicteert waaronder deze verweerde cementmatrices uit de fysieke leefomgeving verwijderd mogen worden. Het is een dwingend kader. Geen ruimte voor interpretatie. Voor de professionele markt is het Arbobesluit leidend, waarin de bescherming van de werknemer tegen blootstelling aan respirabele vezels centraal staat. Wie een dak met ABC-golfplaten bezit, moet rekening houden met het feit dat hergebruik van de platen na demontage een economisch delict is, ongeacht de technische staat van het materiaal.
Een sanering begint bij de bron. Voordat een breekijzer de constructie raakt, is een asbestinventarisatierapport conform het certificatieschema voor asbestinventarisatie wettelijk verplicht bij sloop- of renovatiewerkzaamheden aan gebouwen van vóór 1994. Hierbij wordt de risicoklasse bepaald. Deze classificatie is cruciaal; het bepaalt of een erkend bedrijf de platen onder strikte condities in een beschermd containment moet verwijderen of dat een eenvoudigere methode volstaat. De NEN 2991 dient hierbij als technisch ijkpunt voor het meten van asbestvezels in de lucht in binnenruimtes, terwijl de NEN 2990 de eindcontrole na verwijdering reguleert. Het proces is rigide. Documentatie via het landelijke systeem LAVS is voor professionals een harde voorwaarde om de keten van verwijdering tot stortplaats sluitend te krijgen. Particulieren vallen vaak onder een uitzonderingsregel in de lokale APV voor zeer kleine oppervlakten, mits de platen onbeschadigd zijn en de gemeente hiervoor expliciet toestemming verleent via een sloopmelding.
Joostdevree | Encyclo | Sleiderink | Asbestlatenverwijderen | Abfbv | Milieu-control