De verschijningsvorm van een aanslag hangt nauw samen met het gekozen materiaal en de gewenste isolatiewaarde. In de traditionele houtskeletbouw of bij klassieke kozijnen praten we vaak over een vaste aanslag. Dit is de onlosmakelijke 'schouder' die uit het hout is gefreesd. Bij renovaties voldoet de bestaande diepte echter niet altijd. Dan biedt de aanslaglat uitkomst. Dit is een losse houten of kunststof strip die tegen het kozijnhout wordt gemonteerd om kunstmatig een diepere sponning te creëren, cruciaal wanneer er dikker dubbelglas of dikkere deuren geplaatst worden.
| Type variant | Kenmerkende eigenschap | Typische toepassing |
|---|---|---|
| Enkele aanslag | Eén enkel contactvlak voor de vleugel. | Standaard binnendeuren en eenvoudige ramen. |
| Dubbele aanslag | Twee opeenvolgende treden in het profiel. | Geluidsisolerende deuren en hoogwaardige buitenkozijnen. |
| Aanslagflens | Een uitstekende rand aan de buitenzijde van het kozijn. | Kunststof kozijnen bij montage tegen een stelkozijn. |
Een specifiek fenomeen in de Nederlandse woningbouw is de aanslagflens bij kunststof profielen. Men noemt dit ook wel de renovatie-aanslag. Deze flens is een naar buiten gerichte lip die over de rand van het stelkozijn of de buitenmuur valt. Hierdoor ontstaat een visueel dichte aansluiting tussen de gevel en het kozijn, terwijl de eigenlijke aanslag voor het draaiende deel zich verder naar binnen in het profiel bevindt. Verwarring ontstaat vaak tussen deze montageflens en de functionele aanslag voor de kierdichting; het zijn twee verschillende zaken met een vergelijkbare naam.
Bij dubbele deuren, zoals openslaande tuindeuren, fungeert de aanslaglat op de naald als de begrenzing. In plaats van een kozijnstijl is het de andere deurvleugel die de aanslag biedt. Het is een dynamisch rustpunt. In situaties met zeer hoge geluidseisen wordt de dubbele aanslag toegepast, waarbij de luchtstroom tweemaal onderbroken wordt door opeenvolgende rubberen profielen. Dit creëert een bufferzone. De luchtdruk in deze zone wordt gebroken, wat de akoestische prestatie drastisch verbetert.
Stel je een zware eiken voordeur voor die met een doffe klap dichtvalt. Die klap? Dat is de deur die de aanslag raakt. Zonder dit fysieke rustpunt zou de deur simpelweg doorzwaaien naar de gang, met alle schade aan de scharnieren van dien.
In een winderige kustwoning bewijst de aanslag zijn technische waarde bij storm. De winddruk duwt de raamvleugel krachtig tegen de aanslag aan. Juist door deze druk wordt het rubberen profiel in de aanslag volledig gecomprimeerd. Het resultaat is een hermetische afsluiting tegen slagregen en gure tocht. De bewoner hoort buiten de wind gieren, maar binnen blijft de vlam van een kaars op de vensterbank onbeweeglijk staan.
Bij de montage van een nieuw slot komt de aanslag als referentiepunt kijken. De vakman vijlt de sluitplaat net zover uit dat de dagschoot precies op het moment van contact met de aanslag in de opening springt. Geen rammelende deuren meer. Het luistert nauw. Een millimeter te veel ruimte en de deur blijft klapperen in de sponning bij elke luchtstroom in huis.
Tijdens een renovatieproject in een oude school tref je vaak opgeschroefde aanslaglatten aan. De originele sponning was daar doorgaans te ondiep voor modern, dik isolatieglas. Door een extra houten lat op het bestaande kozijn te bevestigen, creëert de timmerman een nieuwe, diepere aanslag. Zo blijft het historische aanzicht van de gevel behouden terwijl de thermische prestatie naar een modern niveau wordt getild.
De aanslag is juridisch gezien een sluitpost. Letterlijk. In het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) staan strikte eisen voor de luchtdichtheid en de waterdichtheid van de gebouwschil. Een gebrek in de aanslag betekent vaak dat de qv;10-waarde van een woning de mist in gaat. Luchtdichtheid is geen keuze. NEN 2778 biedt hierbij de methodiek om te bepalen of de aansluiting tussen het draaiende deel en de aanslag bestand is tegen de drukverschillen die we in het Nederlandse klimaat kennen. De regels schrijven voor dat infiltratie van lucht en water tot een minimum beperkt moet blijven om energieverlies en constructieschade door condensatie te voorkomen. De dimensionering van de aanslag in relatie tot het toegepaste dichtingsprofiel is daarbij cruciaal voor het behalen van de gestelde isolatiewaarden (U-waarden).
Veiligheid vraagt om weerstand. Voor de inbraakwerendheid van gevelelementen verwijst de regelgeving vaak naar NEN 5096, waarbij weerstandsklasse 2 (RC2) de standaard is voor nieuwbouw. De aanslag speelt hier een faciliterende rol. Zonder voldoende diepte in de aanslag kunnen sluitplaten en dagschoten niet volgens de gecertificeerde richtlijnen van het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW) worden gemonteerd. Het is een samenspel. De diepte van de aanslag bepaalt de overlap van de vleugel, wat essentieel is om het simpelweg 'wippen' van een raam met een koevoet te bemoeilijken. Fabrikanten moeten hun profielsystemen inclusief de aanslagconfiguratie laten testen door geaccrediteerde instituten om aan deze wettelijke prestatie-eisen te voldoen.
De geschiedenis van de aanslag is er een van tocht naar techniek. Ooit volstond een eenvoudige 'schouder' in het massieve hout, met de hand geschaafd met een rabatschaaf. Het was de tijd dat de dagschoot van een slot de enige echte weerstand bood tegen de wind. In deze klassieke kozijnconstructies was de aanslag binair: het houten raam raakte het houten kozijn. Punt. Geen rubbers, geen kunststof profielen, enkel hout-op-hout contact waar de wind vaak vrij spel had.
Met de opkomst van de industriële houtbewerking in de negentiende eeuw werd de profilering van de aanslag gestandaardiseerd. Freesmachines namen het werk van de handwerkman over. De precisie nam toe. Toch bleef de aanslag decennialang een statisch onderdeel. Pas tijdens de energiecrisis van de jaren zeventig kwam de grote omslag. Men besefte dat een eenvoudige houten aanslag onvoldoende isolatie bood tegen de kou.
De introductie van de tochtstrip veranderde de anatomie van de aanslag permanent; er werd voortaan een groef voorzien in het vlak om de eerste generatie schuim- en later rubberprofielen op te vangen.
In de jaren tachtig en negentig zorgde de opkomst van kunststof en aluminium voor een radicale breuk met het verleden. De aanslag werd onderdeel van een complex geëxtrudeerd kamersysteem. In Nederland leidde dit tot de ontwikkeling van de specifieke renovatie-aanslag of aanslagflens. Waar men in het buitenland kozijnen vaak koud in de dagopening plaatst, ontwikkelde de Nederlandse bouwpraktijk een methode waarbij de aanslagflens over het stelkozijn heen valt. Een pragmatische oplossing voor een waterdichte aansluiting in ons zeeklimaat. Vandaag de dag is de aanslag geen simpel randje meer, maar een technisch hoogstandje waarin thermische onderbrekingen en meerpuntsvergrendelingen samenkomen.