Dynamo

Laatst bijgewerkt: 10-01-2026


Definitie

Een elektromechanisch apparaat dat mechanische rotatie-energie via elektromagnetische inductie omzet in elektrische gelijkstroom.

Omschrijving

In de kern is een dynamo een stroomopwekker. Op de bouwplaats kom je hem vooral tegen als onderdeel van verbrandingsmotoren in aggregaten of oudere machines. Het principe is simpel maar doeltreffend. Een anker met wikkelingen draait rond in een magnetisch veld. Hierdoor ontstaat spanning. Omdat een dynamo van nature wisselstroom opwekt, zit er een commutator op. Deze mechanische gelijkrichter zorgt dat er daadwerkelijk gelijkstroom (DC) uit het apparaat komt. Dit is essentieel voor het laden van accu's. Het systeem is robuust. Toch heeft het nadelen ten opzichte van moderne alternatoren. Het rendement bij lage toerentallen is vaak beperkt. De koolborstels die over de collector slepen, vormen een zwak punt door mechanische slijtage. Zeker in de stoffige omgeving van een bouwplaats vraagt dit extra aandacht.

Werking en uitvoering

De mechanische aandrijving vormt het startpunt. Meestal via een poelie en v-snaar die direct verbonden zijn met de krukas van de verbrandingsmotor. Het anker roteert met aanzienlijke snelheid binnen de behuizing. Magnetische velden doen hun werk. Altijd.

Elektromagnetische inductie vindt plaats in de koperen wikkelingen van de rotor terwijl deze de magnetische krachtlijnen doorkruist. Omdat de fysieke beweging van de spoelen door het magnetisch veld cyclisch van richting verandert, ontstaat er in eerste instantie wisselspanning. Hier grijpt de commutator in. De koperen lamellen op de as draaien mee. Twee statische koolborstels maken contact met deze lamellen en het is een voortdurend proces van mechanisch schakelen waarbij de fysieke positie van de borstels bepaalt dat steeds het deel van de wikkeling wordt afgetapt dat op dat moment de gewenste polariteit heeft. De output is gelijkstroom.

Deze stroom vloeit direct naar de spanningsregelaar. Deze module dempt de fluctuaties die ontstaan door wisselende toerentallen van de motor voordat de energie de accu bereikt of verbruikers voedt. Wrijving is inherent aan dit systeem. Koolborstels slijten door het constante contact met de draaiende collector. Vonkvorming komt voor. Vooral bij hoge belasting of wanneer stof de lamellen vervuilt. Bij aggregaten op de bouwplaats is dit fysieke contactmoment vaak het kritieke punt in de stroomvoorziening.


Configuraties en bekrachtiging

Niet elk apparaat dat mechanische energie omzet in gelijkspanning reageert hetzelfde op variërende belastingen. De interne schakeling van de veldwikkelingen bepaalt het karakter. Bij een shunt-dynamo staan de veldwikkelingen parallel aan het anker. Dit type is een stabiele bondgenoot voor stationaire motoren omdat de spanning redelijk constant blijft bij wisselende stroomafname. De serie-dynamo daarentegen heeft wikkelingen in serie met de verbruiker; hierdoor stijgt de spanning juist mee met de belasting, wat in de praktijk zelden wenselijk is voor bouwapparatuur.

De compound-dynamo vormt de gulden middenweg. Door beide principes te combineren, corrigeert dit type zichzelf. Zodra de motor zwaarder wordt belast, compenseert de serie-wikkeling de spanningsval die normaal optreedt bij een zuivere shunt-schakeling. Het resultaat? Een nagenoeg vlakke spanningskarakteristiek. Ideaal voor gevoeligere apparatuur op de bouwplaats die niet houdt van spanningsdippen.

De verwarring met alternatoren

In de volksmond wordt bijna alles wat stroom opwekt onder de motorkap een dynamo genoemd. Technisch klopt dit vaak niet. De klassieke gelijkstroomdynamo, herkenbaar aan zijn langwerpige vorm en de mechanische collector, is grotendeels verdrongen door de alternator of wisselstroomdynamo. Waarom? Een alternator gebruikt diodes om stroom gelijk te richten in plaats van kwetsbare koolborstels op een draaiende commutator.

Toch blijven echte gelijkstroomdynamo's relevant bij restauratieprojecten van historisch materieel of specifieke oude lasaggregaten. Waar een alternator pas bij hogere toerentallen echt tot leven komt, kan een goed afgestelde dynamo al bij lage rotatiesnelheden een bruikbare laadspanning leveren. Het ontbreken van elektronica maakt ze bovendien ongevoelig voor elektromagnetische pulsen of extreme hitte, al weegt dat zelden op tegen de onderhoudsintensiviteit van de koolborstels.

Praktijksituaties en herkenning

De dynamo op de bouwplaats

Stel je een restauratieproject voor van een historische graafmachine of een stationaire pompinstallatie uit de jaren zestig. De motor draait, maar de accu laadt niet bij. Aan de zijkant van het motorblok zit een lange, zwarte cilinder met een dikke bundel draden aan de achterzijde. Dit is de klassieke gelijkstroomdynamo. In tegenstelling tot de compacte, open behuizing van een moderne alternator, is deze unit vaak volledig gesloten en robuust uitgevoerd. De externe spanningsregelaar zit meestal apart tegen het schutbord geschroefd.

Een ander herkenbaar moment is het werken met een vintage Lincoln-lasaggregaat. De lasser start de hulpmotor en zodra de hoofdmotor op toeren komt, hoor je het karakteristieke, hoge gieren van de koolborstels die over de commutator slepen. Geen moderne elektronica. Alleen mechanische rotatie die direct wordt omgezet in de stabiele gelijkstroom die nodig is voor een strakke lasboog. Puur industrieel erfgoed dat nog dagelijks zijn werk doet.

Onderhoud maakt de werking pas echt zichtbaar. Een monteur schroeft de beschermkap los omdat de machine 'vonkt' onder belasting. Je ziet de koperen lamellen van de collector, vaak zwart uitgeslagen door koolstofstof en bouwvuil. Met een fijn schuurpapiertje en een persluchtspuit reinigt hij de contactvlakken. De slijtage is hier tastbaar; de koolborstels zijn tot op het metaal versleten. Het is eenvoudige techniek, maar veeleisend in een stoffige omgeving waar elke korrel zand voor extra frictie zorgt.


Wet- en regelgeving voor elektrische roterende machines

Kaders en normering

Juridisch gezien staat een dynamo zelden op zichzelf. In de bouwsector is hij bijna altijd een component van een machine of voertuig. De Machinerichtlijn (2006/42/EG) vormt hierbij het overkoepelende kader. Veiligheid is de kern. De fabrikant van het aggregaat of de machine moet via een CE-markering aantonen dat het geheel, inclusief de stroomopwekking, aan de essentiële eisen voldoet. Geen CE-markering betekent in principe dat de machine niet op de Europese markt mag verschijnen.

De elektrische integriteit wordt getoetst aan de NEN-EN-IEC 60204-1. Deze norm specificeert de eisen voor de elektrische uitrusting van machines. Het gaat over isolatie, aarding en bescherming tegen onbedoeld herstarten. Voor de dagelijkse praktijk op de bouwplaats is de NEN 3140 cruciaal. Deze Nederlandse norm regelt de veilige bedrijfsvoering van elektrische installaties en arbeidsmiddelen. Periodieke keuringen zijn verplicht. Een dynamo die weigert of onveilig is, wordt bij een dergelijke inspectie onverbiddelijk afgekeurd.

Een specifiek technisch-juridisch aspect is de elektromagnetische compatibiliteit. De EMC-richtlijn (2014/30/EU) is hier relevant. Omdat gelijkstroomdynamo's door hun mechanische commutatie vatbaar zijn voor vonkvorming, kunnen zij elektromagnetische storingen veroorzaken. Dit mag naburige apparatuur niet hinderen. Slecht onderhouden koolborstels kunnen ertoe leiden dat een machine niet langer aan deze richtlijn voldoet. De Arbowet legt de verantwoordelijkheid voor veilige arbeidsmiddelen bij de werkgever. Onderhoud is dus geen advies, maar een plicht.


Van laboratoriumexperiment naar industriële standaard

Michael Faraday legde de basis in 1831. Elektromagnetische inductie. Een simpel experiment met een koperen schijf tussen magneten veranderde de wereld. De eerste echte machine volgde een jaar later door toedoen van Hippolyte Pixii. Hij begreep de beperkingen van de toenmalige techniek. Wisselspanning was destijds nagenoeg onbruikbaar voor chemische processen en vroege accu's, dus bedacht hij de commutator. Mechanische gelijkrichting. Een technisch huzarenstukje van tandwielen en koperen lamellen.

De grote sprong voorwaarts vond plaats in 1866. Werner von Siemens introduceerde het zelfbekrachtigingsprincipe. Voorheen waren zware, zwakke permanente magneten nodig om een veld op te wekken. Siemens verving deze door elektromagneten die gevoed werden door de dynamo zelf. Geen externe stroombron meer nodig. De machine werd lichter. De opbrengst steeg spectaculair. Deze innovatie maakte de elektrificatie van de vroege bouwplaats mogelijk, waarbij stationaire stoommachines plotseling generatoren konden aandrijven voor de eerste elektrische verlichting en kranen.

Tijdens de wederopbouw na 1945 bereikte de gelijkstroomdynamo zijn technische piek. Hij was overal. In vrachtwagens, graafmachines en aggregaten. Vaak als 'dynastart' uitgevoerd; een hybride component die zowel de motor startte als de accu laadde. De opkomst van de halfgeleidertechniek in de jaren zestig luidde echter het einde in. Siliciumdiodes maakten de alternator mogelijk. Deze moderne variant was goedkoper en leverde stroom bij lage toerentallen. De klassieke dynamo werd een nicheproduct. Alleen daar waar robuustheid en de afwezigheid van gevoelige elektronica belangrijker waren dan efficiëntie, hield de techniek stand. Een overlevende uit een tijd van mechanisch vernuft.


Gebruikte bronnen: